aardbeien

Groentetuin IVN Zeewolde

Algemeen

Heerlijk zijn ze, zomerkoninkjes worden ze ook genoemd. Ze horen bij de Rozenfamilie. Het is een overblijvende plant. Overwintert dus en begint het volgende jaar weer opnieuw. Hoe ouder de plant wordt, des te kleiner worden de aardbeien. Meestal wordt na 3 jaar met nieuwe planten begonnen. De planten blijven dus 3 jaar op dezelfde plaats staan. Daarna rooi je ze op en begin je op een andere plek met nieuwe planten.

aardbeien

Twee soorten

Er zijn 2 soorten aardbeien: planten die één keer in het jaar veel aardbeien geven en er dan mee stoppen – dat worden de eenmaal dragers genoemd -  en er zijn planten, die maandenlang bloeien en vruchten geven, dat zijn de doordragers. In onze tuin staan beide soorten.

Dan zijn er van beide soorten veel verschillende rassen: bijvoorbeeld Korona en Elsanta bij de eenmaal dragende rassen en Ostara bij de doordragers.

Voortplanting

De aardbeiplant probeert op 2 manieren om zich voort te planten:

  1. Er worden uitlopers met knopen gevormd. Op zo’n knoop worden worteltjes en blaadjes gevormd, een dochterplantje dus. Je kunt nieuwe aardbeiplanten kweken door de uitlopers af te knippen na het eerste dochterplantje en te zorgen dat het plantje goed kan wortelen. Later knip je dan het nieuwe plantje los van de moederplant en plant je het uit op een nieuw aardbeibed.
  2. Als de bloemen door insecten bestoven worden, ontwikkelt de bloem zich tot de bekende aardbei. De zaadjes van de aardbeiplant zijn de kleine donkere pitjes, die mooi verspreid over de aardbei zitten. Er is ook aardbeienzaad te koop waaruit je dus nieuwe plantjes kunt kweken.

Aanplant en onderhoud

Om mooie schone aardbeien te krijgen wordt in het voorjaar, voor de bloei, wel stro rond de planten gelegd. Als de vruchten dan later worden gevormd, dan liggen de aardbeien op het stro, blijven ze schoon als het regent en hebben ze geen contact met de tuinaarde.

Niet alleen wij, maar ook slakken vinden aardbeien erg lekker. Dus hou ze in de gaten!

Aardbeiplanten hebben veel vocht nodig, dus als het niet regent, dan moet je ze water geven; niet op de plant gieten, maar op de aarde rondom. En je moet de plant natuurlijk ook te eten geven, dus in het voorjaar en halverwege het groeiseizoen organische mest ( bijvoorbeeld kompost en/of koemestkorrels ) geven. Ook moet je zorgen dat je het aardbeienvak onkruidvrij houdt.