aardappelen

Groentetuin IVN Zeewolde                                                                    

Aardappelen telen

Aardappelen horen bij de Nachtschadenfamilie, zoals ook Petunia, Tomaat, Tabak.

Als je aardappelen wilt telen, dan moet je kleine aardappeltjes – pootaardappelen – in de grond zetten. Dat pootaardappeltje maakt spruiten, vormt een nieuwe plant en er groeien in de grond nieuwe aardappelen aan, soms wel 8 of 10 stuks. Die nieuwe aardappelen moet je dan weer uit de grond halen, dat heet aardappelen rooien. We kunnen aardappelen kweken om ze zo vroeg mogelijk in het voorjaar op te kunnen eten, maar ook, om ze zo goed en zo lang mogelijk te kunnen bewaren.

Om vroeg in het jaar aardappelen te kunnen eten moet je vroege rassen kweken. Die poot je omstreeks 1 april en dan zijn ze na ongeveer 90 of 100 dagen, dus begin juli, klaar om te kunnen rooien. Ze groeien dus snel, je kunt ze niet lang bewaren.

 Wil je een wintervoorraad  maken, dan moet je late rassen kweken, die een groeiperiode van  5 tot 6 maanden hebben. Die aardappelen kun je tot het volgende voorjaar bewaren.

aardappelen1aardappelen2

 

 

 

 

Voorkiemen

Om de pootaardappelen zo snel mogelijk aan de groei te krijgen, kun je voorkiemen. Dan leg je de aardappelen in huis op een lichte, koele plaats ( niet in de zon ) vrij van elkaar. Na een poosje ontstaan spruiten. Als die ongeveer 0,5 of  1 cm. lang zijn, dan moet je ze buiten, op een droge plaats, uit de zon, laten afharden.( wennen aan de buiten temperatuur ) Dan kun je ze in de grond zetten en groeien ze verder.

Dus als je omstreeks begin april je aardappelen wilt poten, dan moet je omstreeks half maart beginnen met voorkiemen.

Aanplant en onderhoud

Die uitgelopen pootaardappelen plant je in rijen in de grond. Je spant een touwtje ( een pootlijn ) en dan maak je een gaatje van ongeveer 8 a 10 cm diep en daar stop je het aardappeltje in. Ongeveer 25 a 30 cm verder langs het lijntje maak je het volgende gaatje, enz.

De rijtjes aardappelen komen ongeveer 40 a 45 cm. uit elkaar. Als de aardappelen gekiemd zijn en de spruiten boven de grond komen, kun je – als er bijv. nachtvorst wordt verwacht – de aardappelen aanaarden. Je trekt dan met een hark voorzichtig grond uit de ruimte tussen de rijen op de aardappelspruiten. Er ontstaat dan een ruggetje waar de aardappelen groeien en een gootje tussen de rijen. Als er later een droge periode komt en je moet water geven, dan giet je het water in dat gootje, nooit op de aardappelplant; de plant moet droog blijven om schimmelinfectie te voorkomen. Je moet ook zorgen dat de gevormde aardappelen onder de grond blijven , dus zonodig aanaarden.

aardappelen 3

Doe je dat niet, dan zullen die aardappelen onder invloed van het licht groen worden. Er wordt dan in die aardappel tannine gevormd – vandaar de groene kleur- en dat is niet zo gezond.

In juni kun je eens kijken hoever je aardappelen gegroeid zijn. Dan maak je met je hand de aardappelen van 1 plant vrij. Als ze nog te klein zijn dan aard je weer aan . Als je zin in jonge aardappelen hebt, dan rooi je een plant op. Na het rooien moet je ze 1 dag laten drogen voor je aardappelen opeet.

Ziektes

Aardappelplanten kunnen worden aangetast door een schimmel, Phytoftera infestans, die rotte aardappelen veroorzaakt. Deze schimmel wordt meestal actief omstreeks half juli. Om aantasting te voorkomen kun je spuiten met een bestrijdingsmiddel- of - en dat doen wij in de IVN groentetuin, zorgen dat je de aardappelen hebt gerooid voordat de schimmel actief wordt. Wij kweken dus vroege aardappelen.

Als je aardappelen een aantal jaren na elkaar op dezelfde plaats teelt, dan ontstaan er problemen, n.l. aardappelmoeheid. Dat wordt veroorzaakt door hele kleine diertjes, de aardappelcysten nematoden, die op de wortels leven en de aardappelopbrengst sterk verminderen. Ook worden eitjes gevormd, waardoor weer nieuwe cysten ontstaan.

Toen men de oorzaak nog niet kende ontstond hongersnood en armoede, zoals in Ierland, in 1846 en 1847. Veel Ieren emigreerden toen naar de Verenigde Staten.

De remedie tegen aardappelmoeheid is wisselteelt, d.w.z. dat je op het perceel, waar je aardappelen gekweekt hebt, de volgende jaren een ander gewas kweekt en pas in het 4e jaar weer aardappelen.

Nateelt

Als je de aardappelen begin juli gerooid hebt, dan  kun je op de vrijkomende grond nog andere groenten planten. Dat heet een nateelt. Dat moeten dus planten zijn die snel groeien , want er is niet zoveel tijd meer voor de herfst en de winter begint.

In onze groentetuin planten we Boerenkool plantjes uit en zaaien we Winterpostelein en Veldsla. Dat zijn soorten die goed tegen wat kouder en natter weer bestand zijn en die je tot laat in de herfst en in de winter kunt oogsten en eten.

Boerenkool - Kruisbloemenfamilie

In juni in potjes dun zaaien. Kiemplantjes uitdunnen, zodat je 3 of 4 plantjes per pot overhoudt. Als de plantjes wat groter zijn, dan verspenen, d.w.z. elk plantje voorzichtig in een eigen potje planten. Als ze groot genoeg gegroeid zijn, dan uitplanten in rijen. Afstand in de rij 40 cm., rijen 50 cm. uit elkaar. Koolwitjes leggen graag eitjes op de blaadjes, de rupsen eten alle blaadjes op tot de kale stengels overblijven. Als je dat niet wilt, dan kun je insectengaas spannen, zodat het vlindertje er niet bij kan.

Oogsten van september tot in december of nog later, want de plant kan tegen vorst.

Winterpostelein - Posteleinfamilie

Kan tegen vorst, zodat je ook in de winter verse groene blaadjes kunt eten.

In augustus zaaien op rijtjes. Dun zaaien, d.w.z. zaadjes niet te dicht op elkaar, dan hoef je niet uit te dunnen. Oogsten vanaf oktober. Dat gaat het beste met een gewone schaar. Je moet de steeltjes niet te diep afknippen, dan groeit het plantje door en kun je van dezelfde plantjes nog een keer oogsten. Je eet de steeltjes en de blaadjes. Dat kan rauw, als stamppot met aardappelpuree met een sjalotje en gebakken spekjes. Dat is toch lekker man! Maar je kan het ook stoven als gekookte groente.

Veldsla - Valeriaanfamilie

Kan ook goed tegen wat vorst. Maakt wat grotere blaadjes dan postelein. Zaaien , opkweken en oogsten, net als postelein. Eten als sla, met een dressingslaboerenkool

 

boerenkool en veldsla