Voedseltuin in Vledder
De bijzondere voedseltuin van Hijlkje is een plaatje. Een zoekplaatje, wel te verstaan. Maar eerst krijgen de bezoekers uitleg over het ontstaan van de tuin en ondanks de warmte luistert iedereen daar geboeid naar. Toen Hijlkje in 2020 in Vledder neerstreek, ontstonden langzamerhand ideeën over de tuin. Het moest een zo natuurlijk mogelijke voedseltuin worden, met aantrekkelijke plekken voor dieren, zoals vogels, egels, insecten en hagedissen. “Een goede bodem is de basis van alles”, vertelt ze. “Dus daar ben ik mee begonnen. Ook heb ik nagedacht over opvang en drainage van water en natuurlijk over de indeling van de tuin. Ik wilde zoveel mogelijk natuurlijke materialen gebruiken. De planning nam veel tijd in beslag, maar in 2024 was het zover. Toen kwamen de kranen voor het grote werk, de rest heb ik zelf gedaan.”
Nu staat er een tuin die veel weg heeft van een paradijs voor mens, plant en dier. Hijlkje heeft ongelofelijk veel werk verzet en zal dat blijven doen, want een tuin is nooit klaar. Of zoals het Chinese gezegde luidt: ‘Wie een dag gelukkig wil zijn, moet zich bedrinken. Wie een jaar gelukkig wil zijn moet trouwen en wie een leven lang gelukkig wil zijn moet een tuin aanleggen’.
Dan is het tijd voor de rondleiding, of beter gezegd, de speurtocht door de tuin, want de voedselpanten staan overal. We lopen knisperend over de paden van perzikstenen en Hijlkje wijst aan wat er allemaal staat. Ze heeft veel cursussen gevolgd en weet over alle planten iets te vertellen. Het zoekplaatje onthult te veel om allemaal op te noemen. We doen een greep: oerprei, fazantenbes, rankspinazie en olijfwilg. Vlier met rode bladeren, zeekool, dwergkwee en oca, een eetbaar knolletje. De cichorei kleurt in de ochtend de tuin paarsblauw en in de middag sterven de bloemen af. De volgende dag zijn er gelukkig weer nieuwe bloemen. De bessenstruiken geven zoveel bessen dat Hijlkje daar het hele jaar van kan eten. Dat moet de kersenboom nog leren want die heeft zeggen en schrijven dit jaar nog maar één kers opgeleverd. De aardbeien waren goed voor zeven kilo. En wist je dat je de bladeren van de hosta ook kunt een? Dan moet je er wel snel bij zijn, want je moet ze plukken voor ze uitgerold zijn.
Natuurlijk ontbreken de appel-en perenbomen niet. Die worden vakkundig langs de schutting naast het huis geleid. De druiven aan de voet van de pergola hebben nog een lange weg te gaan, maar geduld hoort bij de tuinman/vrouw. Voor de kruiden is een apart perk aangelegd, gemaakt van schuin gestapelde dakpannen. “Ik wil zoveel mogelijk materialen hergebruiken”, zegt Hijlkje. Dat geldt ook voor de opvang van water. Een ingenieus ondergronds watersysteem, met aanvoer vanaf de dakgoten, ligt door de hele tuin. Ook de vijver maakt daar gebruik van en heeft zelfs een overloopdeel. Daarnaast staan er twee op elkaar gestapelde IBC’s naast het huis, goed voor 2000 liter regenwater.
Naast de planten is er veel aandacht voor de dieren. Langs de vijver is een zitkuil met los gestapelde stenen, waar allerlei planten tussen groeien, ideaal voor insecten, zoals de grote libelle die daar sierlijk boven het water vliegt. We zien zelfgemaakte egelhuizen, een zandplek in de zon voor bijen en vogels, vogelhuisjes en vogelvoederplekken. Een wildcamera signaleert wat er ‘s nachts in de tuin gebeurt. Aan alles is gedacht en er valt altijd meer te bedenken voor een tuinliefhebber.
Tot het einde toe blijven de bezoekers geboeid en na afloop klinkt er een spontaan applaus. Zomaar wat uitspraken: ‘Ik voel me geïnspireerd’. ‘Ik ga meteen thuis aan de slag’. ‘Kun je een keer bij mijn tuin komen kijken, ik kan wel wat advies gebruiken’. Hijlkje zelf geeft aan dat ze een groot voorstander is van het uitwisselen van planten. Zondermeer was dit een zeer geslaagd tuinbezoek. En dan is de tuin weer van de dieren, de planten en Hijlkje.
Tekst en foto’s Tusita de Klerk en Ingeborg van Kints