Wandeling bij Winterswijk: Langs de Ratumse beek

Wandeling van 19 maart 2017


De Ratumse Beek komt bij grenspaal 786 als Vitiverter Bach Nederland binnen. In Winterswijk stroomt de beek dooreen aantal bekende landgoederen zoals Tenkink bos, Sellink, Boeijink en verderop door Döttekrö en Bonnink. Naongeveer 15 meter hoogteverschil gedaald te zijn stroomtde beek samen met de Winterswijkse ‘stadsbeek’ om even later in de Groenlose Slinge uit temonden. De meeste wandelaars kennen de beek van een wandeling in één van de genoemde landgoederen.


Bij deze publiekswandeling lopen we echter door een deel van het beekdal dat door het oude-hoeven-landschap loopt met weinig beekbegeleidend bos. Daarvoor hebben verschillende grondeigenaren speciale toestemming gegeven. Vooral het eerste deel van de wandeling gaat door een behoorlijk diep gelegen dal waarin de beek sterk meanderend zijn loop heeft uitgesleten. In de jaren 70 van de vorige eeuw heeft een onderzoeker sterke aanwijzingen gevonden dat een aantal Winterswijkse beken vanaf de latere Middeleeuwen vooral via menselijk ingrijpen ontstaan is of in elk geval de huidige loop heeft gekregen. Ook voor de Ratumse Beek geldt dat het dal een aantal zandruggen met essendek doorsnijdt op een wijze die niet natuurlijk zo gegaan zal zijn. De aanwijzingen daarvoor zijn niet in oude documenten te vinden maar in bodemonderzoek van het beekdal.
Naarmate de ontwikkeling van de landbouw vorderde en het land van bos werd ontdaan werd het water niet meer opgenomen in het landschap en werd het tot last. Geen wonder dat de bewoners laagten met elkaar gingen verbinden om het water te lozen. Zo konden beken met een tamelijk grillig dal ontstaan, waarin het water zich insleet. Deze mooie beken met hun begeleidende bossen zijn nu een schat van de Winterswijkse natuur.


Het weekend van 19 maart was het slecht weer met veel regen. Maar gelukkig hadden we op zondagmiddag geluk en was het in elk geval droog. Ondergetekende, Els van Dijk en Ed Grotenhuis stonden om 14.00 uur klaar om de wandeling te leiden. Tot onze blijde verrassing was de belangstelling groot: 55 belangstellenden meldden zich!
In drie groepen slingerden we door het dal. Het eerste deel van Lutje Kössink tot De Kremer liep diep door het dal met hoge essen links en rechts. Helaas was een deel van deze passage ernstig aangetast door een uitdunning van het bos in de vorige herfst. Maar toch: de typische
voorjaarsflora was juist op tijd voor onze excursie gaan
bloeien: veel bosanemonen,Bosanemonen ook wat slanke sleutelbloem, hier en daar kleine maagdenpalm en natuurlijk speenkruid. De blaadjes van klaverzuring vertoonden zich ook, maar nog zonder bloemen.
Na een stukje harde weg,
waar de beek moeilijk gevolgd kon worden, liepen we het erf van boerderij Boddert op. Daar stond Linie Wolters met haar man ons weer trouw op te wachten voor een pauze met koffie/thee met koek. Momentje om even ervaringen uit te wisselen en gezellig te babbelen. Met dank aan Gerard
Klomp, de bewoner van Boddert, liepen we daarna via zijn tuin weer langs de beek. Achter het erf vonden we heel veel polletjes vogelmelk (nog
niet in bloei) en een uitgebreide plek muskuskruid, ook zo’n plantje dat zich alleen in het voorjaar laat zien als het gebladerte van de bomen nog ontbreekt. Aan de overkant van de beek: stroken schaafstro en weer slanke sleutelbloem.
We volgen de beek door een bos dat bezit van Het Geldersch Landschap is. Het dal is hier breder en het bos uitgebreider. Het is een heel bijzonder bos: de taxus, een inheemse boom, die hier van nature voorkomt, is de meest voorkomende boom!
Daarnaast zomereiken, beuken, mooie oude haagbeuken en zoete kers. Het beekdal is prachtig met veel meanders en oevers waarin bloot gespoeldeWortelstelsel grillige wortelstelsels de stroming weerstaan op de vele momenten waarop de beek aanzwelt. De ijsvogel heeft hier geschikte broed-ruimte in de steile kanten en wordt hier gespot; helaas niet door ons.
Bij de oude boerderij Meester Kok (18e eeuwse bouw met houten vakwerk) verlaten we de Ratumse Beek en keren
met een wandeling door de Beernink-hoek terug naar ons uitgangspunt. Tot zover waren kleine percelen weiland en bos talrijk, naast een aantal uitgestrekte akkers op de essen. Het geheel heeft nog de kenmerken van het boerenland van voor de Ratumse markendeling van 1866.
De Beerninkhoek is een ontginning ‘Scholtenstijl’. Bij de opheffing van de marke kregen de scholtenboeren de grootste stukken van de gemene gronden die vooral uit heide bestonden. De ontginning daarvan was nog grillig met bossen en kleine akkers en weilanden. Nog niet de strakke lijnen van de ontginningen van later in de eerste helft van de 20e eeuw.
Vanaf 1980 zijn de kleine weilanden steeds minder in trek bij de boeren en zien we opnieuw verandering in het landschap. Geldersch Landschap heeft daar essen of elzen ingeplant en spijtig genoeg wordt het daarmee juist saaier.


Maar toch, de wandeling over de drassige bospaden met diepe sporen , langs weilanden en akkers vormde een mooie afwisseling met het struinen langs de beek.

AfrasteringEen paar keer over of onder prikdraad, dat kon onze stoere wandelaars niets schelen. Nog een stukje harde weg en de wandeling was ongeveer 16.30 uur ten einde. Althans voor de eerste
groep. De anderen volgden nog weer later.

Dank was ons deel. De deelnemers hadden genoten van
deze tocht.


Tekst: Ton Reerink   Foto's: Ton Reerink en Rianne Maas