Vragender (rondje om de bult)

Datum: 17 februari 2019
Startpunt: RK kerk te Vragender

door Jan-Willem Wissink

Het is zonnig, 15°C en de klok van de kerkklok liet horen dat het 14.00 uur is. Zeer aangenaam weer om een wandeling te gaan maken, was kennelijk ook de gedachte van zo’n 60 natuurliefhebbers die klaar stonden voor een IVN wandeling.

KerkAndré verwelkomde de wandelaars en stelde al snel een vraag: hoe lang denken jullie dat hier op de bult mensen wonen? Een man antwoorde dat er door archeologen aan de Kapelweg vondsten zijn gedaan, waaruit bleek dat er in de ijzertijd mensen woonden. Maar hoe is de bult van Vragender ontstaan en wanneer werd het mogelijk om bovenop de bult te wonen? Er kwamen meerdere reacties uit de groep en de gidsen gaven een beknopte uitleg over hoe het landschap is ontstaan.

De hoogteverschillen zijn tijdens de ijstijd, 250.000 - 130.000 jaar geleden, ontstaan door een ijskap die vanuit Scandinavië naar het zuiden schoof. Deze enorme ijsmassa vormde hier gletsjertongen waarlangs de grond werd opgeduwd tot een stuwwal. De rivier de Rijn die hier destijds naar het noorden stroomde, werd door de ijskap gedwongen naar het westen af te buigen.

We maken een sprong in de tijd: 115.000 tot 10.000 jaar geleden was Nederland een poolwoestijn. In die periode kwam door tektonische activiteit het westen lager te liggen terwijl de bodem in het oosten omhoog werd gedrukt, (het Oost-Nederlands Plateau). De Rijn stroomde toen 1 km. ten westen van Vragender en zette hier veel zand af waardoor een terrasrand werd gevormd. In die tijd was er nauwelijks vegetatie waardoor de wind vrij spel had om hoogtes af te vlakken en elders zandduinen te vormen.

Toen de mensen zich op een vaste plek gingen vestigen woonde men halverwege de bult. Deze was bovenop kaal en de vruchtbare akkertjes lagen beneden bij de rivier of beek. Pas toen het mogelijk werd het water (voor het vee) omhoog te pompen, kon men hoger op de bult wonen. In Vragender kwam in 1862 het eerste bouwwerk, de graanmolen van van Gunnewick. Daarna kwam in 1871 de katholieke kerk en vervolgens de pastorie, waarna het dorp geleidelijk begon te groeien. Dit werd verduidelijkt aan de hand van kadasterkaarten waarop te zien was hoe Vragender en omgeving zich vanaf 1850 heeft ontwikkeld.

De wandelaars verdeelden zich over de gidsen André, Hans en Ton en vertrokken via de Pastoor Scheepersstraat naar de Kapelweg waar een ruïne te zien was. Dit zijn de restanten van de Sint Jacobuskapel die al voor 1444 in gebruik was als miskapel. Toen in 1616 in Lichtenvoorde het Calvinisme werd ingevoerd moest de katholieke Vragender bevolking weer naar de Callixtuskerk in Groenlo. In 1672 werd de kapel zwaar beschadigd door oorlogsgeweld (beleg van Grol) en raakte in verval.

We liepen het dorp uit en zagen van een afstand gele katjes bungelen tegen een strak blauwe lucht. Het waren de mannelijke bloemen van de hazelaar, die veel pollen bevatten. De gids wees ons op de vrouwelijke rode bloemetjes die aan dezelfde struik zaten en worden bestoven door de wind. Daarnaast stond een berk, die familie is van de hazelaar. Ook deze heeft rupsvormige katjes waarvan de grootste katjes van vorig jaar zijn. Een oud katje werd tussen de vingers verpulverd waardoor de zaadjes te zien waren. De nieuwe katjes zaten ook aan de tak, die waren een stuk gladder en kleiner.

BerkDe zwarte els werd ook van dichtbij bekeken. De Latijnse naam is Alnus glutinosa. Glutinosa betekent kleverig wat betrekking heeft op de jonge knoppen en jonge bladeren in het voorjaar. De mannelijke katjes waren paars-bruin van kleur. De vrouwelijke katjes van dit jaar zaten ook op de tak en waren een stuk kleiner. De zwarte opengebarsten vrouwelijke elzenproppen waren van vorig jaar.

We volgden de kapelweg in noordelijke richting en zagen bij een boerderij grote zwerfstenen liggen. Deze zijn in de ijstijd vanuit Scandinavië in het ijspakket meegenomen en hier achter gebleven toen het ijs smolt. We zagen een enorme steen van graniet met een merkwaardige ader of wat op omzetting/gneisvorming duidde. Een kwartsiet met kwartsbreuken viel ook op.

Iets verderop lag een elzenhakbos dat zich kenmerkte door de breed vertakte groei van de stammen laag bij de grond. Zulke bosjes waren vroeger in gebruik als stookhout voor de broodoven van de bakker of voor de veldoven om bouwstenen te bakken.

De weg was inmiddels overgegaan in Visserijdijk, we passeerden de Vragenderbeek en sloegen rechts af naar de Vosdijk. We kwamen in de voorjaarsstemming door de krokussen die in een gazon volop stonden te bloeien naast de sneeuwklokjes. Wie wat beter keek zag dat de Vogelmuur met zijn witte bloemetjes ook nog aan het bloeien was. De natuur is dit jaar zo’n drie weken vroeger op gang gekomen dan gewoonlijk.

Op de hoek van de Pastoor Scheepersstraat zagen we een boerderij met drie lindebomen. Deze konden destijds door de boer, volgens oud gebruik, geplant zijn om aan te geven dat er drie dochters woonden. Het kan ook zijn dat lindebomen voor verkoeling aan de zuidkant van de boerderij werden geplant. Het viel op dat de boerderij hoger lag dan de akkers eromheen. Eerst dachten we aan een terp, maar vermoedelijk heeft de eigenaar rondom het huis en de oprit kwartszand laten afgraven voor extra inkomsten.

Via de Pastoor Scheepersstraat liepen we langs een bos van grove den op de Kamperweg. Deze bossen van grove den werden in Nederland aangeplant omdat in de steenkolenmijnen veel van dit hout nodig was om bijvoorbeeld gangen te stutten. Het hout had de juiste draagkracht en buigzaamheid en waarschuwde de mijnwerkers doordat het begon te kraken voordat er instortingsgevaar was. Het werd door deze eigenschap ook wel kraakhout genoemd.

Links van ons lag natuurgebied ’t Kamper waar we uitleg kregen over de ontwikkeling van de akkers ter plaatse. Vroeger waren dit ongeveer twintig kleine perceeltjes van hooguit vier hectare die gescheiden werden door rommelige hagen van meidoorn en andere struiken. Deze hagen boden de  koeien die daartussen graasden bescherming tegen roofdieren. Het bordje van stichting Marke Vragender Veen die de akker markeerde gaf aanleiding om de betekenis van de woorden Marke en Kamp uit te leggen. De Marke was in de middeleeuwen een collectief van boeren die gezamenlijk het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke grond regelde. Een kamp is een individuele, blokvormige ontginning, omgeven door heggen of houtwallen.

Het weiland werd onderbroken door een bosje van ongeveer dertig beuken van honderd jaar oud. We vroegen ons af waarom deze hier waren geplant. Was het een pestbosje, waar het zieke dode vee begraven werd? Zo ja, waarom waren er dan beuken geplant en geen eiken zoals dat toen gebruikelijk was? In dat geval zou het ook een geriefbosje kunnen zijn dat de boer had aangeplant voor stookhout of timmerhout voor eigen gebruik. De uitleg werd onderbroken door de lachende roep van een groene specht die velen van ons deed glimlachen. In een eik hoorden we een spreeuw die de roep van een buizerd imiteerde en zagen we dat de vogels al paartjes begonnen te vormen.

Wandelend op de Huttendijk hadden we een wijds uitzicht op Vragender terwijl de koolmees ons de zang van zijn of haar gevarieerde repertoire liet horen. Langs de Meddoseweg en Lankveldweg zagen we dat de boerderijen en schuren waren versierd met geveltekens. Deze versieringen zijn door de bewoners aangebracht om hun, vaak katholieke, geloof te uiten. Sommige boerderijen hadden op de eerste verdieping grote raampartijen die, als je beter keek, zwart geschilderde vlakken bleken te zijn.

We gingen rechtdoor het verharde fietspad op en zagen aan de waterplassen in het weiland dat we een nat gebied in liepen. Voorbij de Vragenderbeek kwamen we bij schuilhut “de Leemkoele”. waar we pauze hielden.

KoffieKoffie2André verzorgde de koffie, thee en koek, die ons goed smaakten halverwege de tocht. De meesten mensen namen een kijkje in het achter gelegen bosje dat was opgesierd met ornamenten van houtzaagkunst. Op het informatiepaneel in de schuilhut werd duidelijk dat hier kleinschalig gaten werden gegraven om leem te winnen. Leem is fijner dan zand en werd vroeger gebruikt om vloeren en wanden te maken. De leem kon ook worden gebakken in een veldoven voor de productie van bouwstenen of dakpannen.

Gerard, die een gidsencursus volgt bij het IVN, nam voor het eerst een groepje wandelaars onder zijn hoede en al snel vertrokken ook de overige groepen met de ervaren natuurgidsen. We genoten van de rietpluimen, uitgebloeide kropaar en het frisse groen van opkomend fluitenkruid dat naast het pad stond. In dit nostalgische buitengebied leek het alsof we terug in de tijd liepen. Bij een boerderij en een oude schuur waren namelijk palen met elektriciteitsdraden neergezet. Deze nagebouwde bovengrondse stroomvoorziening was niet in werking maar bedoeld om plaats te bieden aan rustende boerenzwaluwen.

BoerderijVia de Veurden liepen we het dorp binnen, staken de Winterswijkseweg over en liepen om Vragender heen via de Eschrand. Esch, of es, betekent dat deze akkers op de zandgrond vroeger vruchtbaar werden gemaakt door plaggenbemesting. Kort uitgelegd: in de middeleeuwen werd het vee ’s winters binnen gezet in een potstal. Doordat de uitwerpselen van het vee werden bestrooid met heideplaggen ontstond er een vruchtbaar pakket. Dit mengsel werd in het voorjaar op de akkers aangebracht gedurende honderden jaren. Hierdoor hadden we nu een mooi uitzicht van bolle akkers in een glooiend landschap. Onze aandacht werd getrokken door het geluid van kraanvogels. Tot onze vreugde zagen we ze even later in v-formatie overtrekken in oostelijke richting.

Wandelend op de Schoolstraat waren we onder indruk van een grote groep dravende Friese paarden, die even later vlak bij ons kwamen zodat we ze konden begroeten.

PaardenWe kwamen uit bij een kruisbeeld waar winterpostelein op de helling groeide. Het kon ook een andere variant van postelein zijn geweest, maar dat was ter plaatse moeilijk te bepalen.

PosteleinOver de Heelweg, die diep uitgesleten in het landschap lag, kwamen we bij de Sint-Antonius van Paduakerk en was het rondje om de bult voltooid.

Deze winterwandeling maakte me duidelijk, dat er in februari genoeg te beleven is in de natuur. Ik bedank de medewandelaars en in het bijzonder de IVN-gidsen voor hun uitleg.