Verslag wandeling Koolmansdijk op 18 juni 2017

Verslag van de wandeling Koolmansdijk op 18 juni 2017

Op zondag 18 juni organiseerden we een excursie naar het natuurgebied Koolmansdijk in Lievelde. Het was tegen de 30 graden, maar toch was de opkomst hoog, zo’n 24 personen. Het was dan ook de moeite waard. Wat we te zien kregen was ongekend!

Gradiënten

De Koolmansdijk is een ongeveer 15 jaar oud natuurgebied, gelegen ten noorden van Lichtenvoorde. Het is het grootste blauwgraslandgebied van West-Europa. Maar ook andere vegetatietypen spelen een rol. Gidsen waren Thea Croese, Ben ter Braak en ondergetekende. Thea liet aan de hand van een tekening zien hoe de diverse vegetatietypen van droge heide via natte heide, heischraalgrasland en blauwgrasland overgaan naar het nattere dotterbloemgrasland.

InleidingThea liet aan de hand van een tekening zien hoe de diverse vegetatietypen van droge heide via natte heide, heischraalgrasland en blauwgrasland overgaan naar het nattere dotterbloemgrasland.

Vaak is er sprake van overgangsgebieden waarin diverse vegetatietypen te vinden zijn, we noemen dit gradiënten. Tijdens de wandeling was het dan ook uitermate boeiend om te zien hoe telkens weer andere gradiënten, als een soort mozaïek, ‘over elkaar heen buitelden. Dan was er weer de gevlekte orchis die bij heischraalgrasland hoort. Dan was er weer de dopheide die bij natte heide hoort, struikheide en stekelbrem die bij droge heide horen en de rietorchis die bij het dotterbloemgrasland hoort. Maar bovenal was er blauwe zegge (daar is het naar vernoemd!), spaanse ruiter, parnassia en moeraswespenorchis (zeldzaam!) die bij het (orchideeënrijke) blauwgrasland horen.

Al veel ouder

Het is een wonder dat er zo veel natuurschoon is terug gekomen. Rond 1900 moet het helemaal een juweel van een gebied zijn geweest. Maar toen had men er nog geen oog voor. Het bijzondere is namelijk dat er vanuit het Oost Nederlands plateau, nabij Winterswijk, door een breuk in de onderliggende kalklaag en stuwing door golvende kleilagen ‘basisch water’ (met kalk) naar boven komt, waardoor aantrekkelijke omstandigheden voor onder meer orchideeën ontstaan. Sinds de jaren ’60 ging het echter helemaal mis. Er kwam landbouw. Via allerlei slootjes en sloten werd het water afgevoerd. En tot 2000 was er tot overmaat van ramp vlakbij nog een waterwinpomp gevestigd waardoor het gebied nog meer opdroogde.

Grote variatie

Inmiddels is alles anders. Staatsbosbeheer zwaait de scepter en er wordt gericht beheerd om veel van het natuurschoon van weleer weer terug te krijgen.

De variatie in planten is dan ook ongekend. We zagen veel zegge- en biessoorten. En de groeiomstandigheden zijn heel wisselend. Diverse planten hebben zich aangepast aan de (soms droge) omstandigheden. Zo waren er drie halfparasieten: hengel, grote ratelaar en ogentroost die gebruik maken van de wortels van andere planten (o.a. grassen) om daar vocht en voedingstoffen aan te onttrekken. En de ronde zonnedauw die aanvullend voedsel binnen krijgt door vliegjes te vangen met zoete vloeistof vormde ook een aangename verrassing!

ogentroostHalfparasiet ogentroost die gebruik maakt van de wortels van andere planten (o.a. grassen) om daar vocht en voedingstoffen aan te onttrekken.

Voorzichtig!

De Koolmansdijk is wel kwetsbaar! Daarom gingen we nauwelijks buiten wegen en paden en benaderden we de parnassia en moerasorchis heel voorzichtig in kleine groepjes.

Verkwikt

Tussentijds kregen we een fine versnapering van Jopie (waarvoor dank!) en gingen we ondanks de hitte verkwikt huiswaarts!

PauzeWe gingen verkwikt huiswaarts!

Jan Dirk Focker