Verslag thema-avond: "Wie het kleine niet eert..."

Spreker: Atze Oskamp
Datum: 11 december 2019
Locatie: Den Diek

door Lies Jacobs

Iedereen kan dit zinnetje aanvullen: "Wie het kleine niet eert…is het grote niet weerd."

Atze Oskamp, lang leraar biologie en schrijver van schoolboeken neemt ons vanavond in “Den Diek” mee in de wereld van het kleine. Hij was ook natuurgids op de Hoge Veluwe en als dan de vraag gesteld werd: “Heb je wat gezien”, was het antwoord  “Nee”, als er geen herten, wilde zwijnen of vossen gespot waren. Want ‘groot’ is de norm. Het is dan goed om je te realiseren dat slechts 0,75 % van alle levende soorten met het blote oog, zonder hulpmiddelen, te zien is. De overige 99,25% , een hele laag van soorten is  weliswaar niet zichtbaar is, maar wel van enorm belang. Als we kijken naar de natuur moeten we ze zeer serieus nemen. Immers, de mogelijkheden die een groot zoogdier als een hert heeft, worden bepaald door dié laag van kleine wemelende organismen, zoals schimmels, bacteriën en virussen, de zogenaamde reducenten. Ze breken organisch materiaal af en spelen een belangrijke rol in de voedselkringloop.

Kleine diertjes2Antoni van Leeuwenhoek zag met zijn - voor die tijd -  sterke microscopen : “Seer kleine dierkens die seer aardig beweegden.”
Misschien had Van Leeuwenhoek ook het beerdiertje gezien. Kleiner dan een halve millimeter zijn ze en bestand tegen alles: uitdroging, extreme temperaturen, gebrek aan voedsel en water. En ze zijn talrijk: op één plukje mos kunnen wel duizenden exemplaren huizen.

Bacteriën vormen de omvangrijkste groep in alle ecosystemen en kringlopen; ze vormen de helft van alle biomassa op aarde. Alle menselijke cellen zijn ontstaan uit bacteriën. In een handje aarde zitten wel 50.000 soorten micro-organismen. Er zijn 4 soorten bacteriën, ze zorgen voor fotosynthese, beweging, gisting of verbranding. Ze bestaan al twee miljard jaar en je hebt er wel 100.000 miljard in en op je lijf zo’n 1000 soorten. Ook in je huis zitten, behalve wel 100 soorten geleedpotigen, duizenden soorten bacteriën.

Kleine diertjes3Atze Oskamp trekt de conclusie: “Je bent een wandelende verzameling ecosystemen en nooit alleen thuis”.
Nog ouder dan bacteriën zijn Archaea. Vroeger werden ze als bacteriën gezien, maar nu weten we dat het een aparte groep is, met ander voedsel ( ammonia, zwavel, licht, waterstof en CO2), en extreme omstandigheden, heet en zuurstofloos, verdragend. Deze omstandigheden lijken op die tijdens het begin van de evolutie.

Er zijn minder dan 100 soorten bacteriën die infecties veroorzaken en derhalve bestreden moeten worden, maar de duizenden andere zijn nodig. Denk hierbij aan darmbacteriën die voor de voedselvertering zorgen, bacteriën die een grote rol spelen bij waterzuivering of bij de voedselbereiding ( bijv. van kaas). Goede bacteriën activeren je immuunsysteem tegen ziekteverwekkers. Uit vergelijkend onderzoek in Fins en Russisch Karelië blijkt dat kinderen die in een omgeving met weinig bacteriën opgroeien (bijv. een flat)veel meer last hadden van auto-immuunziektes als diabetes type I, hepatitis, acute reuma, astma en de ziekte van Crohn. Boerderijkinderen met een gevarieerder microbioom waren gezonder. Advies van Atze: “Sla dus niet door in de bestrijding van bacteriën. Antibacteriële handzeep is eerder slecht dan goed!” En: “Plant veel verschillende planten om je huis, verzorg ze, raak ze aan en slaap eronder! Biodiversiteit is bepalend voor goede bacteriën die je immuunsysteem ondersteunen.”

Ook klein en met het blote oog niet zichtbaar, zijn virussen en schimmels.
Virussen parasiteren altijd op levende cellen en laten zich in de gastheercel snel vermeerderen. Ze schieten hun DNA naar binnen en kunnen DNA van de gastheercel in zich opnemen en meegeven aan nakomelingen. Ze veranderen voortdurend.

Kleine diertjes4

Schimmels kunnen we verdelen in hogere zoals de paddenstoelen, die vruchtlichamen hebben, en de lagere microschimmels, de gisten. Ze maken lange draden die steeds op zoek zijn naar voedsel, zoals cellulose en suiker. Ze scheiden verteringsenzymen uit. Alexander Fleming ontdekte in 1929 dat schimmels een stof maken tegen bacteriën: de penicilline. Veel schimmels leven in symbiose met planten, de mycorrhiza, een mantel van schimmeldraden die de haarwortels van de plant omhult en beschermt. In ruil daarvoor krijgt de schimmel suikers. Samen met algen vormen schimmels de korstmossen.

Door deze lezing is het voor ons duidelijk dat ook wij samenleven met ontelbaar andere organismen en dat samenwerking met andere organismen voor de mens essentieel is. We zijn één grote levende biomassa, de vaste hokjes waarin we vroeger dachten zijn door nieuw onderzoek teniet gedaan.

De 25 aanwezigen hebben door de lezing van Atze Oskamp op boeiende en humoristische wijze kennisgemaakt met al die kleintjes.

Verder lezen:
Robert Macfarlane: Benedenwereld ISBN: 9789025309909