Verslag thema-avond: Kleine zoogdieren die onder de grond leven

Spreker: Wilko Poortman
Datum: 8 januari 2020
Locatie: Zonnebrinkkerk

door Lies Jacobs

De Zonnezaal in de Zonnebrinkkerk te Winterswijk was goed gevuld met natuurliefhebbers. Wilko Poortman was de spreker. Hij verving Henriëtte van der Loo, die helaas moest afzeggen door persoonlijke omstandigheden. Wilko, cursist aan de gidsenopleiding en docent biologie, was echter een uitstekende vervanger.

Wilko PoortmanEr zijn veel dieren die in het donker onder de grond leven; woelmuis, spitsmuis en mol worden vanavond eens in het zonnetje gezet.

Het is een gevarieerd gezelschap, er zijn wel 7 soorten woelmuizen: aardmuis, Noordse woelmuis, rosse woelmuis, woelrat, veldmuis, ondergrondse woelmuis en de muskusrat. De laatste hoort wel in het rijtje thuis, maar niet in Nederland: het is een schadelijke exoot die het land uit moet.

De veldmuis heeft ondergronds een uitgebreid gangenstelsel, waarin nesten en voorraadkamers. Ondanks de grote schade die ze kunnen toebrengen, hebben de diertjes ook nut: ze zorgen voor een losse bodem, verspreiden nuttige schimmels en zijn natuurlijk ook weer een voedselbron voor andere dieren. Interessant is de relatie tussen de veldmuis en de ransuil. In een cyclus van 3-6 jaar is er steeds een biologisch evenwicht. Naarmate er meer veldmuizen zijn, broeden ransuilen meer jongen uit. Naarmate die meer muizen verorberen, daalt de populatie veldmuizen. Vervolgens vermindert het aantal ransuilen, enz. ,enz. . Na de grote muizenplaag in 2014-2015 in Friesland waren er 1700 broedparen ransuilen. Gemiddeld zijn er 500.

Zoogdieren onder de grondSpitsmuizen (waterspitsmuis, gewone bosspitsmuis, tweekleurige bosspitsmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis) zijn insecteneters. Ze hebben daarom puntige kiezen die het chitinepantser van de insecten kunnen breken. Waterspitsmuizen en de tweekleurige bosspitsmuizen hebben rode puntjes aan de tanden. Spitsmuizen hebben een muskusgeur. Ze worden daarom niet graag gegeten door katten en uilen. Alleen de kerkuil lust ze. Het diertje is beschermd, maar kan voor veel (stank)overlast zorgen.
Wilko liet ons nog een leuk filmpje van Vroege Vogels zien: een spitsmuis met jongen, die als een lang lint achter moeder aanlopen.

Mollen zie je bijna nooit, alleen de grote hopen die de nette tuinman zoveel ergernis bezorgt. Maar kijk nou eens hoe bijzonder de mol is!
De haren van hun zachte vacht kunnen kantelen. Daardoor kunnen ze zich in hun gangenstelsels makkelijk zowel voor-als achterwaarts verplaatsen.
Hun snuit bezit receptoren (organen van Eimer), hiermee kan een mol vochtigheid, temperatuur, luchtdruk en mogelijk zelfs infrarode straling waarnemen. Hij eet wel 50 gram voedsel per dag en legt ook voorraden aan.
Zijn lichaam is heel gespierd, hij heeft meer rode bloedcellen dan welk zoogdier dan ook. De weinige zuurstof in de gangen kan hij daardoor efficiënt benutten.

Mollen brengen lucht in de grond, eten heel veel insecten en verspreiden schimmels. Als je er last van hebt, probeer ze dan te ontmoedigen: trap de hopen dicht, verjaag ze met gier van vlier of walnoot, plant keizerskroon en nieskruid. Hoewel er nog wel enkele (gruwelijke) bestrijdingsmethodes de revue passeerden, is een IVN-thema-avond daarvoor niet het geschikte platform. En we weten nu ook: Een dode mol laat een territorium (400m2 ) achter dat snel weer bezet wordt. Het ondergronds verzet geeft nooit op.  Het heeft dus niet zoveel zin ze te vernietigen; de vervanger staat al klaar.