Verslag thema-avond 11 mei 2016

Met slechts zes bezoekers werd deze thema-avond in de Huve te Eibergen helaas matig bezocht, maar wel door, in het onderwerp geïnteresseerde toehoorders.

Jan Stronks, onderzoeker en schrijver van de 'Atlas van de dagvlinders Winterswijk 2014' en 'Atlas van de dagvlinders Winterswijk 2015', vertelde ons vurig over de situatie van de dagvlinders in de zuid-oost Achterhoek, met name in de omgeving van Winterswijk. Het doel van deze Atlas is: kennisontwikkeling – bijdragen aan beschermingsmaatregelen – geïnteresseerden stimuleren eropuit te gaan en gegevens te verzamelen.

Gekscherend vertelde hij nog dat de studie van dagvlinders ideaal is: altijd bij mooi weer kijken en relatief weinig kennis nodig, want er zijn in Nederland (nog) maar 53 soorten. Dagvlinders zijn (een open deur) overdag actief bij temperaturen boven de 14 graden Celcius, en te herkennen aan de knopjes boven aan de antennes, waarmee zij geurstoffen kunnen opvangen.

De vlinderstand gaat dramatisch achteruit: Voor de ZW-Achterhoek: vóór 1950 waren er nog 65 soorten te bewonderen, momenteel nog maar 29 soorten. Een achteruitgang van maar liefst 55%. Positief is; dat in een enkel geval een verdwenen soort weer terugkeert.

De grootste oorzaken van achteruitgang zijn:

  • Afnemen geschikte oppervlaktes
  • Versnippering gebieden
  • Afname kwaliteit biotoop
  • Niet op fauna gericht beheer
  • Verregaande intensivering agrarisch gebruik en beheer
  • Verzuring, vermesting, verdroging

Adviezen voor verbetering zijn dus tegengesteld aan bovenstaande. En heel soms lukt dat door:

  • Faunagericht beheer wegbermen en slootkanten.
  • Gebieden te koppelen door verbindingszones
  • Ontwikkelen van schrale 'nieuwe' natuurgebieden
  • Minder intensief agrarisch gebruik van cultuurgraslanden

De dagvlinders zijn onder te verdelen naar gebied:

  • Hoogveen
  • Heide
  • Graslanden
  • Bossen en struwelen

En dan zien wij:

  • Hoogveen: 3 soorten, alle verdwenen
  • Heide: 5 soorten – 1 over en nog een vage vermelding over een tweede soort
  • Graslanden: 20 soorten verdwenen, een aantal weer teruggekeerd, nog 16 standvlinders en 3 trekvlinders waargenomen
  • Bossen en struwelen:  Doet het iets beter omdat

         - er veel bosranden zijn die met elkaar in verbinding staan

        – er veel beheertypes zijn

        – er veel bostypes zijn

       – er veel verschillende bodemsoorten zijn enz

Conclusie:

Omdat wij afhankelijk zijn van insecten voor, onder andere, de bevruchting van planten die ons voedsel leveren, moeten wij steeds proberen een goede afweging te maken: Het bekende probleem van cultuur versus natuur. Iedere menselijke ingreep heeft vaak onbedoelde bijeffecten, zoals bovenstaand verhaal illustreert.

Hans Berndsen.

Info:

Atlas van de dagvlinders Winterswijk 2015:

https://www.knnv.nl/sites/www.knnv.nl/files/Atlas%20dagvlinders%20Winter...