Vogels
Verslag thema-avond: Trekvogels in Winterswijk
Verslag Themabijeenkomst “Vogeltrek in de Achterhoek”
in de Zonnebrinkkerk, Winterswijk
op 1 oktober 2025
‘Trekvogels in septembernacht, maken de kerstnacht zacht…’.
En zo weet Geert Op De Laak de avond in te luiden: want het gaat op 1 oktober over de vogeltrek in de Achterhoek: wat gaat, wat komt, wat blijft…’
Hij vertelt ons dat er veel romantiek rondom trekvogels bestaat… echter vogels hebben geen keus, zij móeten vertrekken uit gebieden, simpelweg om te overleven, dus de beschikbaarheid van voedsel is de belangrijkste reden. Wat is vogeltrek? Hoe komt het tot stand en hoe herken je het? Hoe ziet het eigenlijke trekvogelonderzoek eruit?
Vogeltrek zijn de jaarlijkse verplaatsingen tussen broedgebied en niet-broedgebied. Daar zitten ook de ruigebieden tussen, (waarin de vogel zijn oude versleten verenkleed vervangt voor een nieuw verenpak), de tijdelijke verblijfgebieden op de trek en de verschillende locaties bij het overwinteren. De mechanismen van de vogeltrek zijn interessant, dus wanneer moet een vogel gaan en hoe weten ze dat? Waar gaan de vogels heen en waar komen ze vandaan?
In ons land komen héél veel vogels voor die rondtrekken. Nederlandse broedvogels, zo’n 44 soorten, vliegen naar Zuid-Afrika. Naar Spanje zo’n 49 soorten. Dat zijn de doortrekkers en wintergasten. Ze vliegen zo’n 2000 kilometer op 10 gram vet! Ze pauzeren zeker wel. Maar ze kunnen 10-15 uur doorvliegen, aan één stuk door de Sahara. Trekvogels vliegen massaal langs een specifieke route, zoals de kustlijnen, rivieren en meren. Immers de Noordzee is een grote hindernis voor vogels. Dat samenkomen (concentratie) heet stuwing, de vogels komen samen op bepaalde stuwpunten, zoals in Falsterbo in Zuid Zweden. De vogels volgen de kustlijn, waardoor ze samenkomen en “gestuwd” worden.
De Tapuit bijvoorbeeld komt in het voor- en najaar voorbij in Winterswijk. Dat weten we vanwege de ringen, de ringterugmeldingen. Dat zijn meldingen van gevonden of waargenomen geringde vogels, waarbij het unieke ringnummer wordt doorgegeven aan het Vogeltrekstation. Ringen: wetenschappers plaatsen kleine, lichte metalen of plastic ringen met een unieke code om de poot van een vogel. Braamsluipers komen half mei aan, na 3 weken gaan ze paren en bevinden ze zich vaak in struwelen, braamstruiken of in rijk begroeide tuinen. De trek is een jaarlijkse migratie naar Oost- Afrika. De najaarstrek begint eind juli en is half september meestal voorbij.
Fluiter: lange afstandstrekker, brengt de winter door in de Guineese bossen van Afrika, ten zuiden van de Sahara.
Grauwe Vliegenvanger: lange afstandstrekker bij uitstek. De tocht wordt vaak geleidelijk uitgevoerd. Verschillende populaties en gedragen zich ook verschillend. De terugtrek begint eind februari , maar gaat langzaam.
Zwartkop: blijven op onze breedtegraad overwinteren: dat wil zeggen dat ze overwinteren in Zuid-Engeland of het westelijk deel van het middellandse zeegebied.
Roofvogels: maken gebruik van opstijgende lucht, wanneer de zon de aarde heeft opgewarmd. Dus door te zweven op de thermiek kunnen roofvogels ( buizerds, sperwers, kiekendieven, wouwen ) grote afstanden afleggen, zonder al te veel te hoeven vliegen. Dat bespaart energie. Ze gaan naar Gibraltar (zuiden van Spanje, voor de westelijke oversteek naar Afrika) en eilanden bij Italië en de Karpaten. ( gebergte in Centraal en Oost Europa) . Veel Noorse en Zweedse buizerds trekken via Zuid-Zweden ( Falsterbo, het zuidelijkste puntje van Zweden ) naar het zuiden en zuidwesten van Europa.
In Nederland hebben we ook wintergasten: dat zijn vogels die vanuit het koude noorden (Scandinavië en Siberië) naar Nederland komen om hier de winter door te brengen. Dit,omdat het hier relatief mild is en er voldoende voedsel aanwezig is. Dat zijn de watervogels zoals de kolgans en zwanen en de steltlopers op de wadplaten.
Kolgansen hebben individuele trekroutes en verblijfplaatsen, variërend van grote vluchten naar Nederland in september/oktober tot geleidelijke trektochten langs de kust.
Bruine Kiekendief is een moerasvogel en de individuele trekwegen van deze vogels variëren sterk: ze trekken van broedgebieden in Noordwest-Europa ( Nederland, België, Duitsland) naar West-Afrika (ten zuiden van de Sahara) voor de winter. Maar een deel ervan, vooral jonge kiekendieven overwintert ook in Europa en verblijft dan in Zeeland en Noord-Afrika. Individuen trekken vaak langs een specifieke route, vaak samen met andere vogels, langs de westkant van de Pyreneeën naar Afrika.
De Boerenzwaluw trekt in groepen naar het zuiden. In september en oktober verzamelen de boerenzwaluwen zich voor de lange reis. De boerenzwaluwen die in Nederland broeden, overwinteren in West en Centraal Afrika.
Hoe kan je vogeltrek herkennen?
Dat doen we door middel van Fenologie onderzoek: de studie van aankomst- en vertrektijden van vogels. Zoals de eerste herfstwaarneming en laatste voorjaarswaarneming. En dit gebeurt ook met Trekvogelonderzoek. Dat gebeurt door middel van het ringen van vogels, zenders en geolocators om routes en gedrag te volgen. In Winterswijk gebeurt dit d.m.v. trekvogeltelling. Dus de waarnemingen van vogels op trek. Maar ook tellingen van verblijvende vogels.
Trekvogelonderzoek in Winterswijk
Het onderzoek naar trekvogels is een van de langstlopende onderzoeken binnen de Vogelwerkgroep Zuid-Oost Achterhoek. Dit startte al in de jaren ’70 in de Achterhoek. De werkgroep startte in het Witteveen, in 1975. Maar ook in Bredevoort vonden tellingen plaats, tussen 1976 en 1986. Inmiddels heeft de gemeente ervoor gezorgd dat er een prachtige plek is gekomen voor de vogeltelling. De Trektelpost voor vogeltrek in Winterswijk. Locatie: de Vlijt, op de oude vuilnisbelt achter Obelink, tussen de Eekelerweg en de Driemarkweg. De telpost bestaat uit twee betonnen wanden die haaks als een kruis op elkaar staan. In de wanden zitten kijkgaten voor vogels. De wanden dienen als beschutting voor de tellers tegen de wind. Er is zelfs met graffiti gewerkt. (zie foto met de jongste teller). De telling start altijd een half uur vóór zonsopkomst en eindigt 2,5 uur later. In de tweede helft van het jaar wordt wekelijks minimaal 1x per week geteld. En resultaten worden wekelijks bijgewerkt op de site.
Ochtendtellingen: van een half uur vóór tot twee uur na zonsopkomst. Van de laatste week van juni tot en met de laatste week van december. Alles wordt genoteerd op (zelfgemaakte) standaard formulieren. Práchtige zonsopkomst! De waarnemingen worden per groepje genomen. Per keer zijn dat 1 tot 3 mensen. Belangrijk aspect: 100 m vanaf de borst: links en rechts alles noteren wat je waarneemt..! Dus wat je hoort en wat je ziet, alles. De trekrichting is Zuidwestelijk. En elk groepje noteert dan: de richting; wat je hoort; de trekrichting; de soort; de hoeveelheden. Alles wordt in wintertijd genoteerd. Maar óók vul je in : de opkomende zon, het weer en andere waarnemingen.
Uitgevoerde ochtendtellingen per jaar: totaal 3.076 waarvan 2.041 in het najaar. Uitgevoerde dagtellingen per jaar zijn in totaal 182. (Over het seizoen.) Op Trektellen.nl kan je de waarnemingen van de vogeltrek zien van Nederland. De trend is dat de vogeltrek gemiddeld iets toeneemt. Tussen de jaren 1975 en 2024 hebben we inmiddels ruim 5 miljoen vogels geteld. In het voorjaar zijn er veel minder vogels want er sterven er veel in de winter . In de herfst is het beter te tellen, dan in het voorjaar, ze hebben in het voorjaar ‘de wind in de kont’, zoals ze dat zeggen. Vogels vliegen dan boven de 100m, soms tot 500m hoger. Het mooiste tellen is met een briesje wind…Trekdrang is de natuurlijke instinctieve drang om seizoensgebonden te migreren tussen broed- en wintergebieden. Er zijn meestal 3-4 dagen ‘days of delay’ voordat ze vertrekken. (De vogels bepalen hun vertrek onder andere op basis van hoelang het licht is.) Er zijn allerhande aspecten die het tellen beïnvloeden: de dag- en nachttrek (‘s nachts kun je niet tellen, immers je ziet niks.. de Tjiftjaf vliegt ‘s nachts, dat is een nadeel voor ons.., maar ook de lijster ), thermiektrekkers; vlieghoogten; meewind en tegenwind en groepsgroottes . Dit alles geeft een totaal overzicht voor de ochtendtellingen.
Hoeveel trekvogels vliegen er voorbij? Robert zegt: we geven aan of een vogel binnen de 100 meter straal komt, dus we weten hoeveel vogels over een breedte van 200 meter voorbij vliegen.
Tot slot zegt Robert : de kwaliteit van het landschap doet ertoe voor vogels: vooral de vogels van het agrarisch gebied hebben het erg moeilijk..! Met die trekvogels gaat het erg slecht. Je moet overal een minimale kwaliteit kunnen garanderen van milieu en landschap. Alleen zo houd je vogels en biodiversiteit op peil.
Nog een paar vogelsoorten op een rijtje:
De vink is de talrijkste trekvogel , kunnen 100 kilometer op een dag vliegen. Ganzen doen het goed hier, er is namelijk genoeg grasland , stikstofrijk voedsel voor ganzen. Zilverreigers: algemene verschijning in de Achterhoek, overwinteren hier. Brilduikers in het Hilgelo; Aalscholvers zweven even hoog in de lucht; Kauwen vliegen altijd in tweetallen, (3-tallen met een jonkie); Goudvink: vooral standvogels, Kievit, Spreeuwen: grote aantallen uit oosten en noorden van Europa komen naar Nederland om te overwinteren. Nederlandse kieviten blijven vaak de winter door in Nederland bij zacht weer. Blauwe kiekendief: doortrek in Nederland van eind augustus tot in november, overwintert hier ook. Steeds vaker gezien als overwinteraar. Jagen boven open agrarisch gebied.
Inmiddels heeft Robert Kwak een lintje gekregen en is dus Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn vele jaren werk voor de vogels en de natuur en dat is dubbel en dwars verdiend!
|
|
• De foto’s zijn van Judith Kuppens