Twee mannen voor een projectiescherm en banner van IVN en KNNV in een vergaderruimte.

Verslag thema-avond:   Op weg naar een houdbare landbouw

Oost Achterhoek 10 februari 2026

 

Verslag Themabijeenkomst “Op weg naar een houdbare landbouw”
in Boogie Woogie, Winterswijk
op 10 februari 2026

Door: Judith Kuppens

 

“We staan op het punt”, zo zegt John Arink, “om de grootste draai te maken in de geschiedenis van onze omgang met de natuur en de bodem. We moeten wel. Boeren moeten om, consumenten moeten verstandiger leven, de industrie moet anders “.
John Arink begon dertig jaar geleden al aan dit avontuur. Hij kreeg de kans om uit een drukke boerenomgeving te verhuizen naar Lievelde, naar de Gasteveldsdijk. Hij is inmiddels 40 jaar boer, waarvan 35 jaar biologisch. John vertelt gepassioneerd over zijn bedrijf en zijn bedrijfsvoering. Hij wil daar, waar het mogelijk is, een natuurlijk systeem volgen. Dat betekent: biologische landbouw, wat inhoudt dat je geen kunstmest gebruikt, geen chemische middelen, het dier respecteert en dus het eigen gedrag laat vertonen.

John vertelt: Nederland is een exportland, maar wanneer je goed kijkt zijn we juist fors importerend. Mineralen technisch importeren we fosfaat, stikstof en kalium. Daardoor hebben we in Nederland een mestoverschot en een stikstofprobleem gecreëerd. Daar komt nog bij: problemen met nitraatuitspoeling, waarbij de waterkwaliteit verslechtert en risico’s ontstaan voor de drinkwatervoorziening en verstoring van ecosystemen. En met de huidige veestapel hebben we grond te weinig…Het energieverbruik neemt enorm toe, ook de opschaling is een verspilling van materialen en kapitaal. Kortom, het landbouwsysteem zoals we nu hebben is niet meer houdbaar.

Hoe kan het anders?

John raakte geïnspireerd door het proefschrift van Meino Smit (Wageningen University, 2018) over de duurzaamheid van de Nederlandse landbouw. En daaruit blijkt heel duidelijk met welke inzet van land, energie en grondstoffen de landbouw in Nederland functioneert. John laat aan de hand van zijn bedrijfsvoering zien hoe het anders kan.

John heeft 30 ha eigendom ( inmiddels hebben ze 100 ha gepacht van Natuurmonumenten) en 50 melkkoeien. Dat is de zwartbonte koe van Fries- Hollands ras, een sterke en gespierde koe, die weliswaar wat minder melk geeft, maar minder last heeft van allerlei kwaaltjes en daardoor geen antibiotica nodig heeft. Deze koe kan van alleen weidegras melk leveren, zonder krachtvoer. John voert alleen wat rogge bij. Dierenartskosten met deze koe zijn nagenoeg 0,- euro. Verder heeft John 120 jong-vleesvee, 40 varkens en 120 legkippen. John legt uit: ik heb verbreed, want wanneer je meerdere takken ontwikkelt dan hoef je niet op te schalen met je bedrijf. De verbreding van het bedrijf zit in het zelf ‘vermarkten’ van vlees, aardappelen en brood van eigen boerderij. De melkveehouderij is de hoofdtak. En John levert direct aan de consument, ‘Direct Marketing’, zoals dat wordt genoemd. John heeft 3 zeugen en 60 biggen per jaar. John legt uit: ‘Varkens kun je inzetten voor het ploegen van de wei, het zijn afvalopruimers’. De varkens leven in een outdoor systeem, in hutjes. (1 zeug met 20 biggen). Legkippen produceren verse eieren, in de wei met een Hühnemobiel (naar duits model). Kippen kun je hiermee een week voorzien van voedsel en water. In combinatie met melkkoeien kun je kippen goed houden: wanneer je een klaverrijk grasland hebt kunnen ze zich van voldoende eiwit voorzien. Je hebt dan lekkere eieren van grazende kippen. En er zit géén PFAS in de eieren van de kippen, dat heeft John laten onderzoeken.

Van het bedrijf leven 2 gezinnen. Ook werken er 2 parttime medewerkers mee op zijn bedrijf. Kortom, de oppervlakte van het bedrijf en de veestapel is in balans. Ze hebben genoeg mest voor het land en halen voldoende voer voor het vee van het land. Verder doet John ook aan educatie en natuurlijk is er ook nog de Gastronomie, in de Biotel.

Biotel

John heeft in samenwerking met een architect een Biotel gebouwd, van natuurlijke materialen, van stro en leem. Co2 neutraal gebouwd. Het is een gastenverblijf waar je kan overnachten, koffiedrinken of een broodje eten. Ook heeft John een boerderijwinkel: de helft van zijn omzet komt uit deze winkel. De zuivel, de melk van eigen boerderij, wordt verwerkt tot goudse kaas door het bedrijfje ‘Aurora’ , waarbij ongeveer 11 boeren aangesloten zijn. Hij is voorstander van de regeneratieve landbouw, dus niet alleen verduurzamen en kijken hoe de negatieve impact verminderd kan worden, maar óók het herstel van de natuur bevorderen, gebruikmakend van de natuurlijke processen. Het bemestingssysteem van de natuur berust op composteren, een actief bodemleven en het toevoegen van stikstof via vlinderbloemige planten. Vlinderbloemigen zoals bonen, peulen, klaver (witte en rode ) en lupines staan bekend om stikstof uit de lucht vast te leggen (d.m.v. een bacterie ) en beschikbaar te maken in de bodem. Dit kost alleen maar zonne-energie en geen brandstof. Wanneer je geen gif spuit, krijg je vanzelf kruidenrijke mengsels: o.a. cichorei; smalle weegbree en paardenbloem, grasklaver. John teelt granen, peulvruchten en voederbieten voor zijn vee. Zijn koeien krijgen nog wel een beetje krachtvoer in de vorm van rogge en haver. Sinds een paar jaar teelt John consumptieaardappelen. Omdat John geen chemicaliën gebruikt hierbij, kiest hij rassen die goed bestand zijn tegen een aardappelziekte waarbij schimmelgroei kan ontstaan in juli/augustus. Deze kunnen vroeg gepoot worden, om in juli al een aanvaardbare opbrengst te leveren.

Na de pauze laat John ons aan de hand van dia’s en tabellen zien dat het energieverbruik in de landbouw énorm is gestegen sinds de jaren ’50. De Nederlandse boer is geen energieproducent meer, maar een energievrager. Dat komt door de vergaande mechanisatie in de landbouw. Dan hebben we het over de automatisering, elektronica en robotisering. Immers, hoe meer je mechaniseert, hoe meer je een energievrager wordt. Doel is om duurzame energie op te slaan voor langere tijd. Denk hierbij aan maanden of seizoenen. Zonne energie in de zomer hebben we nodig in de winter. Volgens John zou een Basalt-accu die energie kunnen opslaan. Basalt is het meest voorkomende gesteente ter wereld. En bovengronds te vinden. Middels een centraal boilervat wordt de warmte via opgewarmd water getransporteerd naar woningen. Dit gebeurt al in de Eco-wijk in Boekel. Voordelen: geheel opgebouwd uit duurzame materialen; opslag zomerwarmte voor de rest van het jaar; minder CO2 uitstoot; lagere verwarmingskosten.

Dan gaan we over naar de kunstmest. Kunstmest is een enorme bak met energie om te produceren. Daar kunnen we niet mee doorgaan. Tot de uitvinding van kunstmest en krachtvoer had je stadsbeer en stratendrek: het vroegere rioolslib. Dat waren waardevolle mineralen, die werden uitgestrooid en uitgereden op de akkers. Daardoor werd het akkerland vruchtbaar gehouden. Daardoor kwamen er ook belangrijke mineralen in de voeding. Inmiddels is dat verleden tijd: de mineralen in de voeding zijn enorm achteruitgegaan. De broccoli van 1940 had veel betere voedingswaarden dan de broccoli van nu. John pleit voor dierlijke en plantaardige mest, maar dan in een modern jasje…Kringlooplandbouw op het melkveebedrijf is waar we naartoe moeten, dit in tegenstelling tot de intensieve veehouderij, daar is de relatie met de bodem totaal verloren gegaan. En denk aan de chemische middelen waar zoveel mensen ziek van worden. En dan hebben we nog de nitraatuitspoeling. Dat is het proces waarbij overtollig stikstof (nitraat) uit meststoffen door regenwater wegspoelt uit de wortelzone naar het grondwater en oppervlaktewater. Dit leidt tot een verslechtering van de waterkwaliteit.

Gelukkig zijn er ook positieve geluiden te horen. John pleit voor: Agroforestry of boslandbouw, is een verzamelnaam voor landbouwsystemen waarin bewust gestreefd wordt naar het introduceren van bomen en struiken op percelen met akkerbouwgewassen of grasland. Bijvoorbeeld de kippenuitloop wordt gecombineerd met fruit-of houtproductie. Hoogstamboomgaarden die begraasd worden door vee. De bomen geven fruit en hout en de koeien of schapen grazen onder de bomen.

Bij Strokenteelt worden, in tegenstelling tot monocultuur, op een perceel meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld. Doordat er afwisseling is in gewassoorten, kunnen ziekten en plagen zich bovendien minder snel verspreiden, waardoor er minder gewas-beschermende middelen nodig zijn.

En tot slot valt de naam Wouter van Eck. Wouter is één van de grote pioniers van de Nederlandse voedselbosbeweging. Hij is de oprichter van maatschap en voedselbos Ketelbroek en van Stichting Voedselbos Nederland. Wat is dan precies een Voedselbos? Een Voedselbos is een landbouwsysteem gebaseerd op natuurlijke principes en het staat vol met soorten bomen en struiken, die het systeem helpen ontwikkelen. Tegelijkertijd is het een rendabel systeem, omdat er heel veel uit geoogst kan worden, nauwelijks onderhoudswerk kent, geen pesticiden, geen kunstmest nodig heeft. Dieren kunnen erin leven en wij kunnen eruit oogsten. En hiermee sluit John zijn verhaal af en geeft ons genoeg stof tot nadenken voor de toekomst van de landbouw in Nederland…

 
 
 

•  De foto’s zijn van Judith Kuppens


 
 

Deel deze pagina