Hollandse Hout

Ten zuidwesten van Lelystad bevindt zich het Hollandse Hout. Dit is een groot bosgebied (895 ha) met overwegend loofbomen. Het bos is bedoeld als buffer tussen Lelystad en de Oostvaardersplassen en functioneert ook als zodanig. Een gedeelte van het Hollandse Hout is aangewezen als bosreservaat (40 ha). De Lage Dwarsvaart, die langs het bosgebied loopt, komt in aanmerking voor een meer natuurvriendelijke inrichting, waardoor deze vaart meer als onderdeel van het bosgebied kan gaan functioneren.
De Hollandse Hout ligt op een strategische positie aan de verbindingszone Knardijk, met aan de andere zijde Natura 2000-gebied de Oostvaardersplassen en EHS-gebied Praamweg. Aan de zuidoostkant grenst het bos aan de belangrijke ecologische verbindingszone Lage Vaart. Daarachter ligt weer het gebied de Burchtkamp. Aan de noordzijde grenst het gebied aan recreatieplas ‘t Bovenwater, met daarachter Natura 2000-gebied Markermeer. Daarmee vormt het Hollandse Hout een belangrijke stapsteen in twee belangrijke ecologische verbindingszones in Flevoland.
De gronden in het terrein bestaan geheel uit poldervaaggrond in kalkrijke, lichte zeekleigronden. Het bodemprofiel is in het hele gebied uniform. De Hollandse Hout ligt op een hoogte van ongeveer 4,5 - NAP.
De bosstructuur is vrij eenvormig, een omvorming naar bos met verhoogde natuurwaarden zal de kwaliteit duidelijk kunnen verhogen. Wellicht kunnen grote grazers vanuit de Oostvaardersplassen daaraan bijdragen. Hierbij is het voor de ontwikkeling van het bos belangrijk dat er geen hoge aantallen worden toegelaten.
De ondergroei van dit bos is, net als andere Flevolandse bossen op klei, ruig met veel Grote brandnetel en Riet. Echte bosplanten zijn nog nauwelijks aangetroffen en de botanische waarde beperkte zich aanvankelijk tot de tijdelijke pionier begroeiing van open gedeelten langs paden en gegraven plasjes. Hier worden af en toe plantensoorten van zandige milieus gevonden, zoals Rietorchis, Bleekgele droogbloem, Fraai duizendguldenkruid. Deze soorten verdwijnen uit een bos door meer schaduw en verruiging van de vegetatie. De laatste jaren zijn er, als gevolg van een verbeterd bosklimaat, eikenvarens verschenen.
Behalve een aantal algemeen voorkomende mossoorten zijn er ook een aantal zeldzame soorten aangetroffen, waaronder Gekromd vedermos en Trompetkroesmos.