Februari 2022 – Blackbird

Misschien wel het mooiste lied ooit geschreven, Blackbird van The Beatles, van John Lennon en Paul McCartney.
Het is een prachtige tekst:

Blackbird singing in the dead of night
Take these broken wings and learn to fly
All your life
You were only waiting for this moment to arise

 

Blackbird fly, blackbird fly
Into the light of a dark black night

Blackbird fly, blackbird fly
Into the light of a dark black night


Vlieg maar merel, merel vlieg maar.
Vlieg in een donkere zwarte nacht naar het licht.

De tekst is een metafoor voor een zwarte vrouw, die uitkeek naar het moment dat ze haar rechten zou krijgen, om haar te bemoedigen. We hebben het over 1968, de tijd van de protesten van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging tegen de rassenscheiding in de V.S.

De merel daar gaat het over dit keer, een gewone zwarte vogel, uitgeroepen door de Vogelbescherming Nederland en Sovon tot vogel van het jaar 2022.
De merel, wie kent hem niet, met zijn zwarte pak, gele oogring en parmantige gele snavel. Het merelmannetje dat vanaf de nok van het dak zijn dromerige lied zingt.
De strofen duren twee tot vier seconden, met een duidelijke pauze ertussen. Elke strofe is weer anders: ze bestaan uit prachtige fluittonen met grote toonhoogtewisselingen, in een ritme dat aan jazz doet denken. De strofen eindigen bijna altijd op een paar hoge korte nootjes. Soms verwerken merels ook imitaties in hun zang: van andere vogels en zelfs van omgevingsgeluiden, zoals een autoalarm of en beltoon.
Nu het weer meezit, begint hij al in februari met zijn voorjaarszang. Als het mannetje na de winter weer begint, dan lijkt het een binnensmonds fluisterliedje. Net alsof hij eerst voorzichtig moet oefenen. In maart klinkt de merelzang echt overal. En dat is letterlijk vanuit alle Nederlandse woningen te horen. Je hoeft er 's ochtends voor zonsopkomst of  ’s avonds, als het gaat schemeren, alleen het raam maar voor open te zetten.
Het merelvrouwtje is egaal bruin en heeft een wat lichtere keel; ze heeft ook een lichtgele snavel. Voor de zang moet je niet bij het vrouwtje zijn.
De merel is de meest algemene vogelsoort van ons land en een bekende tuinvogel. Maar vanaf 2016 is er iets opmerkelijks aan de hand: de aantallen duikelen omlaag. In een paar jaar tijd is bijna 30 procent van de broedende merels verdwenen, zo blijkt uit landelijke tellingen. Veel vogelliefhebbers zagen ‘hun eigen’ merel ineens niet meer. Deze plotselinge afname is reden om de merel beter te gaan onderzoeken; er is opmerkelijk weinig bekend over deze soort, terwijl hij zo dicht bij ons leeft.
In de vorige eeuw ontwikkelde de soort zich van schuwe bosvogel naar bekende tuinvogel.

Bosmerels vs. Stadsmerels
Wanneer je vanaf de P van het Wisentbos de weg vervolgt, zie je ze o.a. in de bossen links van de vijver.
Bosmerels zijn schuwer, broeden later, leggen minder eieren, eten vooral rupsen in plaats van wormen. Bosmerels vliegen allemaal vlak boven de grond. Echte stadsmerels hebben inmiddels geleerd dat je daar door auto's geraakt kunt worden en die stadsjongens vliegen een paar meter hoger over. De stadsmerels hebben de bewoonde mensenwereld vooral kunnen veroveren omdat ze generalisten zijn. Ze eten van alles: pissebedden, insecten, spinnen, maar ook allerlei vruchten, vooral bessen en aardbeien, zijn in trek. Als je bij het winterse vogelvoeren wat rozijnen strooit, dan komen de merels daar zeker op af. 
De stadsmerel heeft zich ontpopt als een soort cultuurvolger. De vogels hebben zich aan weten te passen aan mensen, en onze biotoop (stad en dorp). Die aanpassingen gaan zelfs zo ver dat stadse merels bijna andere vogels lijken te worden. Ze zingen eerder in het jaar (doordat er meer licht is, en het dus eerder voorjaar lijkt te zijn). Ze zingen harder (om boven het verkeer uit te komen). En uit onderzoek blijkt dat stedelijke merelmannen zwaarder zijn en soms een kortere snavel en poten hebben en gemiddeld ouder worden dan hun soortgenoten in het bos.
Ook de vergelijking van het DNA van stads- en bosmerels leverde onmiskenbare verschillen op. Stads- en bosmerels beginnen dus ‘uit elkaar te groeien’, binnenkort zouden we ze als twee verschillende soorten kunnen zien. Dan krijgen we de sterel en de berel of zoiets!

Johan Bonsink