Vogels
Verslag: lezing zee- en kustvogels op 8 januari
Verslag van de lezing ‘Zee- en kustvogels langs de Nederlandse kust, invasies en influxen’, door Kees Mostert, 8 januari 2026.
Nee, het werd geen invasie, maar het aantal bezoekers was groter dan verwacht: ondanks het winterse weer werd het gezellig druk in de Natuurschuur. 26 Mensen in de zaal en 9 mensen online. We hadden het omgekeerd verwacht. Maar zowel de spreker als het onderwerp beloofden een interessant verhaal. Kees Mostert is een kenner en kan goed vertellen en Delft ligt vlakbij de kust.
Toch zul je zee- en kustvogels niet gauw in Delft aantreffen. Zeevogels bevinden zich op zee en broeden het liefst op een eiland. Kustvogels zie je vooral op de smalle band langs de zee. Voor het kijken van zeevogels is Cap Gris-Nez, daar waar Het Kanaal op z’n smalst is, een ideale plek. In het najaar en voorjaar trekken daar duizenden zeevogels langs. Maar zover hoeven wij niet te gaan. Op de Pier van Scheveningen is ook veel te beleven. Zeker bij aanlandige, stormachtige wind, dan komen ze dichterbij. Het valt namelijk niet mee om vanaf de kust zeevogels ver weg te determineren. Dat heb ik tijdens excursies naar kustgebieden ook ervaren. Gelukkig zijn er dan ervaren vogelaars van de Vogelwacht om me heen met goede aanwijzingen, kennis en een telescoop.
Topsport
De kennis van zeevogels is vanaf de jaren ’70 flink toegenomen. Vanaf die tijd is men begonnen met het tellen, wat makkelijker werd dankzij betere verrekijkers, telescopen en de mogelijkheden om naar de kust te komen. Maar zeevogels tellen is toch echt nog topsport, aldus Kees. Je moet goed kijken naar het silhouet, waar zitten de lichte plekken. Eén van de charmes van deze sport is de zee zelf. Die is zo ontzettend bijzonder en woest. En zien hoe al die vogels, zelfs de kleine stormvogels, de harde wind trotseren. Toch kan het voor de zeevogels ook uit de hand lopen en raken ze zo vermoeid dat ze op de basaltblokken gaan zitten of dood gaan.
Kees toonde vele foto’ van zee- en kustvogels en vertelde hierbij dat door klimaatverandering er soorten zijn die je nu veel minder ziet omdat ze meer in het noorden blijven. Zeekoeten, alken en ijseenden bijvoorbeeld, zie je nu veel minder dan 50 jaar geleden.
Onverwacht kwam er een vogel in beeld die ik niet had verwacht en Kees ook niet toen hij aan het tellen was. Maar als je blijft doortellen en goed oplet, kan je verrast worden door bijvoorbeeld de velduil. Velduilen vliegen namelijk dwars over zee naar Scandinavië.
Invasies en influxen
Winters weer, zoals in deze dagen, is vaak aanleiding voor vogels om te gaan trekken. Maar ook al zijn de weilanden besneeuwd en de plassen bevroren, Kees ziet momenteel geen grote groepen die zich verplaatsen en vraagt zich af waarom dat zo is.
Oorzaken van verplaatsing van vogels is meestal voedselgebrek. Er is sprake van een invasie als er van een vogelsoort veel grotere aantallen ons land binnentrekken dan normaal. Ze komen voornamelijk uit Scandinavië of Siberië. Soms komt dat doordat er in hun broedgebied veel jongen groot zijn geworden dankzij bijvoorbeeld een mastjaar. Misschien dat dit de reden is van de enorme toename van pimpelmezen dit najaar. Strenge winters en droogte in de zomer in Zuid-Europa, kunnen tot voedselgebrek en dus tot invasies leiden. Het gaat dan om grote groepen vogels die zich op een plek bevinden waar ze eigenlijk niet thuishoren. Er wordt van influxen gesproken als het om enkele exemplaren gaat. Storm kan daarvan de oorzaak zijn, de vogels zijn dan de verkeerde kant opgeblazen.
Dagboek
De eerste strenge winter die Kees bewust meemaakte was die van 1978/1979. Als middelbare scholier trok hij er veel op uit. In die winter ontdekte hij samen met Gerard een bijzondere eend, een geelsnavelduiker, zo bleek later, een jong exemplaar. Gerard, was in het rijke bezit van een fototoestel en had een zwart-wit foto gemaakt. Er was weinig kennis in die tijd en vogelgidsen brachten ook niet altijd uitkomst. Kees hield een dagboek bij en maakte tekeningen van de vogels. De bladzij met de getekende notenkraker (invasie in 1968, in 1992 een kleine influx) zal mij waarschijnlijk het beste bijblijven.
In die winter van 1978/1979 was er een invasie van de grote trap, ook wel trapgans genoemd. Er waren er 110 geteld in het Groene Hart en Flevoland. Kees speurde de weilanden tussen Delft en Zoetermeer af en ja, uiteindelijk kreeg hij er één in de kijker. De volgende dag zou hij gidsen voor de jeugdbond in Zoetermeer en hij had gehoopt dat ook zij de grote trap zouden zien. Dat mocht niet zo zijn, maar niet getreurd. Die dag zagen ze bij de Noorder Aa 3 grote Canadese ganzen. Dat was voor een deelnemer de topper van de dag. Zo zeldzaam waren ze in die tijd nog.
Altijd blijven opletten
Kees sloot de lezing af met het tonen van twee vlinders, de rouwmantel en een Oosterse vos, om aan te geven dat je bij alle dieren, ook bij vlinders, invasies en influxen kan verwachten, dus altijd blijven opletten!
Voor de volledige lezing met foto’s en namen van de zee- en kustvogels en het volledige verhaal verwijs ik naar de opname van de lezing op ons YouTubekanaal ‘Natuurlezingen Delft’.
Verslag: Marian Koning
