Zutphen
Natuur
dinsdag16aug2022

Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere)

Op zondag 19 juni presenteerde Kristen Dorrestijn haar boek met de titel: Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere) bij de Geluksvogels op de Schupstoel. Herwolt van Doornen maakte de tekeningen bij de tekst. En Klaske ten Grotenhuis stond als IVN-gids op de Oude Bornhof.

Nadat Kirsten verteld had hoe het boek tot stand was gekomen en vooral wat haar fascineerde aan allerlei kleine dieren, konden de aanwezigen in groepen een stadswandeling maken langs een viertal posten die door een gids werden bemenst. Ook het IVN was uitgenodigd om een op een post te staan en zodoende was ik (Klaske) bij de presentatie en later op mijn post op het Oude Bornhof. En ik had geluk. De prachtige Linde stond volop in bloei. Helaas betrok de lucht en viel er enige regen, zodat de bijen thuis gebleven waren. Maar op de stam van de Linde kropen een dertigtal Vuurwantsen in verschillende stadia. Daar viel wel iets over te vertellen, hoewel de dieren niet voorkomen in het boek. De kleine vuurwantsen waren helemaal rood van kleur, de volwassen exemplaren hadden al hun zwarte tekening. Kleine wantsen lijken al op hun ouders, ze vervellen een aantal keren en na de laatste vervelling hebben ze hun volwassen kleed, dus rood met zwarte vlekken. Ze kunnen dan ook vliegen. Vaak komen ze voor bij Lindebomen, maar ook wel bij Robinia, Berk en Kaasjeskruid. Ze eten van de afgevallen vruchten en ook levende insecten. Een kleine jongen, ik denk een jaar of 3, wist al hoe ze heetten, “Vuurkever” noemde hij ze trots. Ik heb hem geprezen dat hij het wist, aan de volwassenen heb ik echter het verschil tussen een kever en een wants toch uitgelegd. Een kever heeft een volledige gedaanteverwisseling, de larve verpopt. Bij de wantsen is de gedaanteverwisseling onvolledig, kleintjes vervellen alleen steeds. 

Zelf schrijft Kirsten mooie verhalen over onder anderen Vlinders en Hommels. Behalve dat ze ontroert raakt door die fragiele diertjes, geeft ze ook aan wat je zelf kunt doen om vlinders van  voedsel en een veilige omgeving te voorzien. Ze geeft een mooi voorbeeld van een industrieterrein in Brabant waar “tijdelijke natuur” is gecreëerd en waar de vlinders weer alom kunnen vliegen. Ook voor hommels kun je zorgen voor goede planten in de tuin, Lavendel, Kattenkruid en Ooievaarsbek zijn echte planten voor diverse hommelsoorten. 

Kirsten schrijft met veel liefde over allerlei diertjes, die ze samen met natuurliefhebber heeft kunnen aanschouwen. Haar boek is de moeite waard, is te koop bij de Geluksvogels en je wordt een echte natuurliefhebber na het lezen van dit boek. 

Klaske ten Grotenhuis