Quackjeswater*

Locatie

Ingang bij de parkeerplaats ter hoogte van Duindijk 7 in Rockanje.
Zie kaart

 

Beheerder

Natuurmonumenten beheert het Quackjeswater als sinds 1927.
 

Historie

Het Quackjeswater is een moerasgebied -een overblijfsel van de delta die rond de 17e eeuw ontstaan was- bij de uitmonding van ‘de Goote’. Dit was een grote kreek die uitmondde in het Haringvliet/zee.
Aan de ene kant sloot een duinenrij de toegang tot de zee af en aan de andere zijde slibde de kreek dicht en ontstond er een duinmeer.


uitkijk

 

Bijzondere kenmerken

De grondlagen van het gebied bestaan uit afwisselend veengebied en klei en zijn niet waterdoorlatend. Het Quackjeswater is dus afhankelijk van regenval en verdamping.

In de loop van de tijd ontstond rond het duinmeer een moerasgebied, een nat Elzenbroekbos (broek betekent drassig) met Zwarte Elzen, Wilgen en een hoger gelegen Eiken-Berkenbos.

eik

 

Flora

Er is een grote variëteit aan bomen, struiken, planten, mossen en paddenstoelen te vinden. Opvallend zijn de zomereiken met hun imposante takken. Vaak kun je onder deze bomen Kamperfoelie vinden, en in de herfst zijn er mooie paddenstoelen bij de stam te vinden zoals o.a. de zeer giftige Groene Knolamaniet. 

Ook een Tonderzwam (Tondelzwam in de volksmond) valt te bewonderen. Deze is meerjarig en komen vaak op dood hout van Eiken, Linden, Berken en Beuken voor. Hij heeft de vorm van een hoef. Van het vruchtvlees kan een zacht vilt worden gemaakt waarvan vroeger hoeden werden gemaakt. Een afgesneden platgeslagen stuk kan makkelijk vlam vatten en werd gebruikt als voorloper van de lucifer, vandaar de naam tondeldoos.
 

Fauna

Een moerasbos kenmerkt zich door de aanwezigheid van zeer veel insecten in voorjaar en zomer. Dit maakt het Quackjeswater een zeer geliefd gebied bij talloze trekvogels (insecteneters). Vroeg in het voorjaar vinden we hier dan ook o.a. Boomklever, Boomkruiper, Cetti’s zanger, Fitis, Tjiftjaf, Zwartkop, Nachtegaal.

lepelaar
In het Duinmeer leven allerlei kleine waterdiertjes waaraan de watervogels zich te goed doen zoals Lepelaar, Aalscholver, Zilverreiger,  Fuut, Dodaars, Wilde Eend. In het voorjaar prachtig te zien vanuit de uitkijkpost over het Quakjeswater. Het is met name de Lepelaar die veel bezoekers naar dit punt trekt. De Lepelaar is hier vanaf februari tot september/oktober te vinden. De laatste jaren zijn hier rond de 170 broedparen geteld. Overwinteren doet de Lepelaar in Zuid-Europa en langs de West-Afrikaanse kust.

oranjetipjeDoor de grote fauna variatie zijn er ook veel vlinders en talloze insecten te vinden.

 

Overige bijzonderheden

Als er niet veel mensen in het bos zijn, heb je de kans reeën te zien.  Aan de schors van jonge bomen, die beschadigd zijn op ongeveer 30 tot 50 cm hoogte, kun je zien, dat er reeën in de buurt zijn geweest. De dieren schuren de dode huid van hun gewei af aan de stam van een boompje.

reeVrouwtjes hebben geen gewei. Zij worden in juli augustus gedekt, maar ze zijn dan nog niet drachtig. Dit heet kiemrust, de bevruchte eicel gaat pas in december starten met de normale groei van 40 weken. De kalfjes worden na het werpen drie maanden gezoogd. Oorzaak van  sterfte onder  jonge dieren; loslopende honden, verkeer en maaimachines.

Een wandelroute is te vinden in de IVN route app.
Honden zijn toegestaan, mits aangelijnd.

 
Okt. 2020 Hans Vermeulen / foto's Albert Roodink