Jeneverbes

Juniperus communis.

De jeneverbes (Juniperus communis) is een conifeer uit de cipresfamilie. Het is de meest voorkomende naaldboom op aarde. Het verspreidingsgebied is groot: vrijwel overal op het noordelijk halfrond tot diep in de subtropische gebieden. Grote populaties komen voor in de naaldwouden van Azië en Canada. Het is een van de weinige coniferen (naast de grove den en de taxus) die van nature voorkomt in de Benelux. De Jeneverbes is onderverdeeld in veel ondersoorten.

Jeneverbes

De jeneverbes kan voorkomen als een zuilvormige boom, maar ook als een laag groeiende of kruipende struik.

In Nederland stond de jeneverbes in 2004 als enige boomsoort  op de Nederlandse Rode lijst van planten, maar sinds 1 januari 2017  is de plant niet meer wettelijk beschermd.

Een groot deel van de Nederlandse Jeneverbesstruiken groeit op de Veluwe en in Drenthe. Ook in Twente is de struik op verschillende plaatsen in natuurgebieden aan te treffen en er zijn restpopulaties in Limburg en Noord-Brabant. Concentraties van grote aantallen zijn zeldzaam. Behalve op de Veluwe langs de weg van Otterlo naar Schaarsbergen ligt een jeneverbesstruweel. In dit gebied staan veel jeneverbesstruiken dicht bij elkaar.

Jeneverbes bloeit in april/mei en is tweehuizig, d.w.z. dat mannelijke en vrouwelijke bloemen niet op één plant voorkomen. Beide bloeiwijzen verschijnen in mei. De mannelijke bloemen zijn geelachtig, de vrouwelijke lichtgroen. Ze zijn weinig opvallend. Het stuifmeel wordt door de wind meegevoerd. Het rijpen van de 'bessen' strekt zich uit over twee jaar. De vrouwelijke zaadschubben vormen in het eerste jaar zwartblauwe, op bessen gelijkende kegelvruchten. Na de overwintering worden zij donkerblauw. Jeneverbes groeit heel langzaam omdat hij veel zijtakken vormt. Bomen bereiken in 10 jaar slechts een hoogte van 1 meter. Maar uiteindelijk kan hij wel 10 meter hoog worden. En onder gunstige omstandigheden kan de boom of struik 500 tot 2000 jaar oud worden.

Jeneverbes is belangrijk voor een aantal insecten zoals de jeneverbeskever, jeneverbesmot en de schorskever. De mannelijke bloemen zijn stuifmeelleveranciers voor bijen. 

De bessen van de jeneverbes ± 1% jeneverbesolie. De olie kan als smaakstof worden toegevoegd aan alcoholische dranken. De bessen kunnen ook gebruikt worden bij het koken van wildbraad, het inleggen van zuurkool en  augurken.  Ook worden de bessen gebruikt in brandewijn, want er zit ± 30% suiker in de bessen wat veel alcohol geeft na gisting. Er zitten er in jenever, gin en Steinhäger (Duitse brandewijn) jeneverbessen verwerkt, waardoor zij een hoog alcoholpercentage bevatten.

Het hout van de jeneverbes is zacht, maar taai, elastisch, moeilijk te splijten en heeft een lange levensduur. Het hout wordt gebruikt voor het roken van worst, vlees en vis die daardoor een uniek aroma krijgen. De takken werden gebruikt voor het vlechten van kransen en manden. Ook kan er uit het hout etherische olie worden gewonnen. Van jeneverbesgom, vermengd met lijnolie maakte men vroeger vernis voor schilderijen.

 In de Middeleeuwen was de jeneverbes één van de belangrijkste planten in de geneeskunde. De oogst van de bessenpegels was uiterst moeizaam door de stekende naalden. Alle delen van de jeneverbes hebben een geneeskrachtige werking. De bessen worden gebruikt tegen maagpijn, waterzucht en als antisepticum.

In de hedendaagse homeopathie worden er preparaten van gemaakt voor de behandeling van nierkwalen, huidziektes, jicht en reuma. Ook werd er gezegd dat een drankje uit jeneverbessen beschermt tegen kwade invloeden en dat het je  onzichtbaar zou maken. Ook zou je kunnen veranderen in een jeneverstruik die dan zo prikte, dat niemand je aanraakte. Op het Duitse eiland Rügen stopte men een  jenevertak in het fundament van een te bouwen huis om zo de duivel op afstand te houden. In oude Duitse vakwerkhuizen vindt men nog steeds jenevernaalden onder de vloer, bedoeld als bescherming tegen muizen.

Letta Lageweg

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jeneverbes

http://www.stemderbomen.nl/pages/artikelen/art_jeneverbes.htm