De bloedzuiger

 

klasse: Hirudinea                                                                             0,5 – 15 cm lang 

door Gerda Hos

 

Aan het begin van het coronatijdperk gingen de buren met de hond gezellig wandelen in duinen. Goed plan, totdat de hond, door het zonnige weer dorst gekregen, een poel in sprong om af te koelen en te drinken. Daar stonden de buren naar te kijken tot de schrik hen besprong, want daar zagen ze een doodeng beest met golfbewegingen zwemmen. De hond werd in paniek uit het water gehaald en het “monster” werd met de mobiel vastgelegd. Wat voor engs zou dit wel niet zijn? Het leek op een heuse slang, maar dan in het klein. Zou het een jonge adder zijn? De wandeling werd gelijk afgebroken en bij thuiskomst kwam de buurman, de door het coronavirus opgelegde maatregelen negerend, bij ons vragen wat dit voor beest was. Na het zien van het filmpje kon ik hem geruststellen. Hond en mens hebben geen last van dit dier, want dit was waarschijnlijk een achtogige bloedzuiger. Het is een in zoet water levende ringworm, verwant aan de regenworm. Ze hebben een afgeplat lichaam dat verdeeld is in segmenten met kleinere ringen, maar zonder de borstels van de regenworm. Aan de voorkant hebben ze diverse ogen (zwarte pigmentvlekken) waarmee ze alleen het verschil tussen licht en donker kunnen waarnemen. Ademhalen doen ze via de huid. Aan beide zijde van het lichaam zitten zuignappen. De grotere zuignap aan de achterzijde wordt gebruikt om de rustplaats vast te grijpen, terwijl de zuignap aan de voorkant de prooi grijpt. De bloedzuiger heeft 3 scherpe kaken met tanden (doodeng om te zien!), die een y-vormige wond in de huid van het slachtoffer maakt om zo bloed te kunnen zuigen of, afhankelijk van het soort bloedzuiger, om de prooi op te eten door de inhoud gewoon op te zuigen. Als er bloed wordt gezogen, soms wel 10x het eigen gewicht, wordt er eerst een anti stollingsstof in de wond gespoten. Zijn ze volgezogen dan laten ze het slachtoffer weer los, maar blijft het wondje nog een tijd bloeden. Hierdoor kan er wondinfectie ontstaan. Een bloedzuiger vindt zijn prooi door te reageren op schaduw, beweging van het water en lichaamswarmte. Ze richten dan het voorlichaam op en als de prooi in de buurt komt zuigen ze zich vast en kan de heerlijke maaltijd beginnen! Op één stevig bloedmaal kunnen ze wel enkele maanden teren. Is er daarna geen prooidier beschikbaar dan hebben ze het vermogen eigen weefsel te verteren. Ze eten zich dan dus als het ware gedeeltelijk op en worden daardoor alleen wat kleiner! Je moet er toch niet aan denken! Ook de voortplanting is apart. Ze zijn hermafrodiet, maar wederzijdse bevruchting is standaard. In de voortplantingstijd ontstaat er een “zadel” (opzwelling) in het lichaam. Na een soort balts wordt het sperma in het lichaam van de partner gebracht of als pakketje op diens lichaam geplakt. De sperma dringt dan gewoon door de lichaamswand heen naar de eierstok. De bevruchte eieren worden meestal in een cocon gelegd, die onder het lichaam wordt gedragen. Sommige soorten gaan zelfs een soort van broeden op de cocon. Nadat de jongen bloedzuigertjes uit het ei zijn gekropen blijven ze nog weken tot maanden aan het ouderdier hangen. Er is dus zelfs sprake van broedzorg. Gelukkig zijn de meeste bloedzuigers onschadelijk voor de mens. Ze kunnen zich wel vastzetten op ons lichaam, maar niet door de huid bijten. Met een plat voorwerp (mes, nagel) kun je ze zo van je huid schrappen. Ze zijn wel parasitair op vissen, amfibieën, slakken etc. Vroeger werd de medicinale bloedzuiger wel gebruikt op mensen om kwade sappen, die ziekte veroorzaakten, met het bloed op te zuigen. Zo werden ze o.a. gebruikt bij aderlatingen, hoofdpijn, koliek, bloeduitstortingen. Gelukkig hebben we daar nu andere middeltjes voor, al hoorde ik laatst dat er toch nog wel gebruik wordt gemaakt van bloedzuigers. Zelf zou ik daar geen voorstander van zijn! Er komen wel 28 soorten bloedzuigers in Nederland voor. Allemaal in stilstaand of traag stromend zoet water met planten en donkere plekjes. Maar zo heb je ook de zeer zeldzame paardenbloedzuiger, die geen bloed zuigt, het grootste deel van de tijd op land doorbrengt en zich voedt met naaktslakken, regenwormen, insecten en zelfs rottend vlees. En ook in zee komen ze voor en dan parasiteren ze op roggen. Ook bestaan er landbloedzuigers, die leven van het bloed van mens en dier, maar gelukkig alleen op vochtige plaatsen in Zuidoost Azië voorkomen. Als ze zelf niet opgegeten of gedood worden door een vijand (mens, bunzing, egel, waterrat, vissen, libellenlarven etc.) kunnen ze wel 20 jaar oud worden. De kleinere soorten, die ik steeds uit onze vijver vis, worden echter maar hooguit 3 jaar. Overwinteren doen ze lekker in de modder en ze zijn ook nog eens bestand tegen bevriezen. Al met al zijn het niet mijn favoriete dieren en ik hoop dat jullie er vannacht niet te eng van gaan dromen, want dat hebben mijn buren namelijk wel gedaan! En zelfs ik begrijp dat, want ook ik krijg de rillingen als ik ze zie. Ze lijken mij teveel op een slang en daar ben ik echt bang voor!

 

PS. In mijn vorige stukje over de wilde eend sloot ik af met de hoop dat het paartje wilde eenden toch ook dit jaar zouden terugkeren naar Tinte. En wat denk je! Zonder dat we ze gezien hadden heeft de eend in onze tuin een nest pulletjes uitgebroed. Toen ik op woensdag 29 april terug kwam van mijn dagelijkse fietstocht vond ik moeder met 10 bruine pulletjes op ons erf. Zo schattig! De familie ging eerst badderen in onze vijver om vervolgens naar de watering te vertrekken. Helaas was onze poes Bert ook in de tuin en wist onder onze ogen een vers kuikenboutje te verschalken. Het is de natuur, maar wel gruwelijk om daar getuige van te zijn.