Historisch herenhuis met symmetrische gevel, omringd door bomen en een grindpad aan de voorkant. Landschap

IVN wandeling de Kieftskamp op 8 maart 2026

Noordmidden Achterhoek 14 maart 2026

Auteur en Fotografie │ Lodewijk Crijns

Het is stralend weer vandaag, zondag 8 maart, met een echt lentegevoel. Overal sneeuwklokjes, krokussen en narcissen. Wel zo’n zestig mensen staan om twee uur klaar aan de Kieftskampweg bij de IVN-vlag, in leeftijd variërend van 5 maanden tot 86 jaar. Onze gidsen vandaag zijn Wim van den Brink, als hoofdgids, en Gerda Boschloo en Karen Groeneveld. Wim houdt een inleiding over het IVN en de Kieftskamp, al of niet met een ‘t”. Het is afgeleid van de vogel Kieviet.

Groep mensen in een bos, bijeengekomen voor waarschijnlijk een rondleiding of bijeenkomst.

Ik sluit mij aan bij de groep van Gerda Boschloo en we gaan van start over een mooie brede zandweg met aan weerszijden beuken. Het wonder der natuur: hoewel elke beuk een beuk is, is er geen één precies hetzelfde. Bij hulst wijst onze gids op de punten aan de bladeren, die bescherming bieden tegen opeten. Bij klimop ontstaat enige discussie of klimop schadelijk voor de boom is omdat hij deze zou kunnen verstikken. Deze visie wordt echter afgewezen. Klimop bevat saponinen die ook in zeep zitten, je kunt er je handen mee wassen. Ook is het een oud kruidengeneesmiddel tegen hoofdpijn.

We bereiken de achterzijde van de Kieftskamp, dat tegenwoordig een soort retraitehuis is, waar ook getrouwd kan worden. Voorheen was het bezit van de familie de Wall Bake. Een halboerderij, het type dat hier voorkomt, is een boerderij waar huis en schuur in een recht stuk liggen.

We passeren een kamperfoelie in de knop en staan stil bij een witte bultzwam op een bultzwam.

We slaan rechts af, terwijl een citroenvlinder langs vlindert. In de verte horen we een boomklever. Mooie zwavelzwammen zitten op een dode boomstronk.

We lopen inmiddels door een gemengd bos met grove dennen, berken, beuken en eiken. Bij bramen vertelt onze gids dat er in Nederland wel 220 soorten bramen zijn.

Groep mensen wandelt door een bos, op een zonnige dag, zichtbaar zijn bomen en een zanderig pad.

We horen een specht, waarschijnlijk een grote bonte specht. In de lente zijn van de vlinders de eersten: de dagpauwoog, kleine vos, hakkelaar, koolwitje en citroenvlinder. Eenmaal links afgeslagen vertelt Gerda over de rabatten: sloten die werden gegraven om het moerasachtig gebied te ontwateren.

We komen aan bij de voorzijde van de Kieftskamp, terwijl we een tjiftjaf en mezen horen fluiten. Voor het landhuis een weelde aan Stinsenplanten: narcissen, daslook, sneeuwklokjes en bosanemonen. Daslook heet zo omdat de geur ervan doet denken aan de wat penetrante lucht van de das. In de vijver zien we een klein bruin kikkertje.

Voor het huis nemen we een grindpad richting straatweg, dat bezaaid is met eikels. We steken de weg over en komen bij een boerderij met kleurrijk geschilderde luiken: groen, geel en rood. Een sage verteld dat het rood afkomstig is van een graaf die tegen een draak vocht en het bloed de witte mispelbloem rood kleurde. Langs het pad staat het vol met het eetbare zevenblad.

Inmiddels lopend door een gemengd bos staan we stil bij de hazelaar, met, naast de bloemen, zowel mannelijke als vrouwelijke knoppen. We verlaten het bos en voor ons liggen grote vlaktes met Engels raaigras. Een groene specht lacht ons uit, er lijken hier veel spechten te zitten. De grasvlaktes worden kamp genoemd, ze zijn ontstaan doordat ze vroeger werden opgehoogd met mest uit de potstallen van de schapen. Langs het pad de “voorjaarsklassieker” het mooie gele speenkruid, als een klein zonnetje.

Inmiddels zijn we wel aan koffie toe om alle schoonheid en indrukken te laten bezinken en die staat zowaar op ons te wachten.

Groep mensen verzameld rond een tafel met thee en koffie in een parkachtige omgeving.

Na een gezellige pauze gaan we weer op pad in de heerlijke lentezon en passeren enkele opgroeiende planten: witte dovenetel, kleefkruid, brandnetel, veldzuring, paardenbloem en fluitenkruid.

Gerda vertelt dat het gehele gebied eigendom is van het Gelderslandschap en zo’n 200 hectare groot is. Er lopen hier verschillende wandelroutes: een rood-wit aangegeven Nivonpad en de ANWB Linderoute, genoemd naar het vlakbij gelegen gehucht Linde. Aangekomen bij een grote heidevlakten onderscheidden we struikheide, maar ook dopheide. De kamsalamander en de ringslang komen hier voor.

We volgen een tijdje het Nivonpad door het bos en zien op een verzwakte eik tondelzwammen. Equisetum, paardenstaart wordt bekeken: het bevat voor 90 procent kiezel en wordt daarom wel als schuurpapier gebruikt. Ook wordt er een kruidengeneesmiddel voor nierziekten van gemaakt. Naast paardenmest, hier wordt ook paardgereden, zien we ook nog andere keutels die na enig overleg afkomstig lijken te zijn van boommarters.

We steken de Lindenseweg over en lopen tot slot door naar ons startpunt. Het was weer een prachtige wandeling, vier kilometer in twee uur tijd, met uiteraard weer dank aan onze drie gidsen, die het weer zo grondig hadden voorbereid.

Deel deze pagina