Jaarrond gekwetter

9 februari 2022

Ik volg weer eens een online cursus over de natuur. Ik krijg er nooit genoeg van en in de wintermaanden is het een prima activiteit als het te hard regent om naar buiten te gaan. Het is een les van Camilla Dreef over wintervogels. Ik steek er toch weer wat van op. Op Facebook verschijnt na de les een commentaar dat iemand tijdens de presentatie graag wat zanggeluiden had willen horen. Ik schrijf eronder: “maar het gaat over wintervogels, en zang is dan toch niet van toepassing?” Waarna zij fijntjes opmerkt: “o nou, de mussen in mijn tuin kletsen anders het hele jaar door”.

Voor mij is die opmerking een aanleiding om meteen verder te lezen. Waarom doen ze dat eigenlijk? Waarom zijn mussen zulke gezellige babbelaars?

Huismussen zijn uitgesproken standvogels; ze blijven voor al hun activiteiten graag op een vaste plek. Het zijn heel sociale vogeltjes: broeden, eten,  stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode doen ze allemaal in groepsverband. Het groepsverband houdt in dat mannetjes en vrouwtjes groepen vormen van ongeveer 12-15 individuen. Daarbij wordt onderling flink contact gehouden over gevaren en voedsel. Het leuke is dat er één leider is: het alfamannetje. Die bepaalt wanneer het tijd is om te verkassen om ergens anders te gaan scharrelen. Hij begint met tsjilpen en het hele zooitje volgt hem in gekwetter en in vlieggedrag. Dat doen ze natuurlijk ook als er gevaar dreigt. Ze beginnen pas zo rond 1-2 uur na zonsopkomst met het geklets en aan het eind van de morgen neemt de zangactiviteit weer af. Op de gezamenlijke slaap- en eetplaatsen wordt wel volop gekwetterd en getjilpt.

Sinds ik een dikke laag klimop over de pergola heb groeien, heb ik gelukkig ook weer een groep mussen terug in mijn tuin. Ze vinden er een goede, beschutte plek. Voedsel is er bij mij ook wel te vinden. Nu eens kijken waar ze straks broeden. Ik zag dat één van de buren in mijn huizenblokje een mussenkast heeft opgehangen en ze kunnen bij de meeste huizen nog wel onder de dakpannen terecht. Ik ben heel benieuwd.

Joke Pruis