Een vleermuis vliegt met uitgestrekte vleugels tegen een donkere achtergrond. Vleermuizen

Op vleermuissafari in de Burgemeesterswijk

Arnhem 5 november 2026

Eind september ging ik op vleermuissafari in mijn eigen wijk; de natuur om de hoek verkennen. Voor de safari in de Burgemeesterswijk verzamelden we een halfuur voor het donker werd aan de noordzijde van Arnhem Centraal. Daar hoorden we eerst hoe vleermuizen leven, waar ze slapen, wat ze eten en hoe ze zich oriënteren en jagen in het donker. Het is een droge, relatief warme en windstille avond, dus de vleermuizen zullen vast ook op pad gaan. Ze moeten dagelijks namelijk zo’n een derde van hun eigen gewicht aan insecten eten. We kregen speciale batdetectors uitgereikt om ze ook te horen.

Na de uitgebreide introductie nam gids en ecoloog Eline Koelman ons mee de wijk in via de Bouriciusstraat. Nederland telt zo’n 18 soorten vleermuizen die allen hun specifieke gedrag, geluid en voorkeuren hebben, vertelde ze. Een veelvoorkomende soort is de gewone dwergvleermuis die met een spanwijdte van zo’n 20 cm opgevouwen in een lucifersdoosje past. De rosse vleermuis en de laatvlieger zijn de grootste soorten. De rosse vleermuis werd eerder de ‘vroegvlieger’ genoemd – want die gaat als eerste in de schemer op jacht – maar die naam werd ooit veranderd. De laatvlieger heeft zijn naam behouden, meteen is duidelijk waarom.

Netwerk van verblijfplaatsen

Vleermuizen verblijven niet op één plek, leerde de gids ons. Ze gebruiken een heel netwerk van verblijfslocaties. Hun hoofdverblijfplaatsen zijn grotere, stabiele plekken zoals holtes in spouwmuren, kerkzolders of grotere boomholtes. Verder wisselen kolonies (zoals kraam- en mannenkolonies) regelmatig van schuilplek om in te spelen op veranderende weersomstandigheden, microklimaten of verstoringen. Hun netwerk verandert dan ook per seizoen. In de zomer gebruiken ze kraamverblijven om jongen groot te brengen, in de nazomer paarverblijven, en in de winter trekken ze naar vorstvrije, stabiele massa-winterverblijven. Ze maken zelf geen nesten, dus zijn altijd afhankelijk van beschikbare locaties.

Het gezichtsvermogen van vleermuizen is niet slecht, maar omdat ze vooral in het donker vliegen maken ze gebruik van ultrasone, hoge tonen die voor ons meestal niet hoorbaar zijn. Ze zenden geluid uit dat weerkaatst op voorwerpen in hun omgeving en op hun prooien. Zo kunnen ze insecten lokaliseren en veilig vliegen in het donker. Indrukwekkend hoe ze hiermee razendsnel van koers kunnen veranderen om een prooi te vangen of een voorwerp te omzeilen.

Batdetector

We wandelden door de Lawick van Pabststraat. Ruim na zonsondergang, toen het al echt donker was, zagen we pas de eerste flitsende silhouetten voorbij scheren. We leerden dat de vliegstijl ook afhankelijk is van de soort. Een gewone dwergvleermuis fladdert snel en dichtbij, terwijl een rosse vleermuis hoog en met krachtiger slagen vliegt. De hoogste tijd om de batdetector aan te zetten om te weten wat we zien.

Op frequentie 45 hoorden we duidelijk de gewone dwergvleermuizen voorbijkomen. Hoe dichterbij, hoe harder het geluid. Zo hoorden we ze letterlijk langs de groep vliegen. Wat opviel was dat ze vooral tussen de huizen heen en weer vlogen. Daar blijft de warmte het best hangen, waardoor er meer insecten zijn, vertelde Eline. Op een iets lagere frequentie (35) waren ook rosse vleermuizen hoorbaar. We zagen ook duidelijk het verschil in vlucht en tempo van de geluiden. Een ‘zwaarder’ beestje.

Batdetector

En op frequentie 15 – soms ook voor mensen hoorbaar – konden we de sociale interactie tussen vleermuizen waarnemen. Helaas werd de detector zo nu en dan verstoord door een passerend elektrisch voertuig dat ook op frequentie 45 geluid produceert. Wat het effect daarvan op vleermuizen is, is nog niet bekend.

We daalden af naar het beekdal van de Jansbeek in Sonsbeek. Daar spotten en hoorden (frequentie 45) we ook de watervleermuis. Die vangt zijn prooi door net boven het water te vliegen. Hij schept zijn prooien met zijn achterpoten net boven of van het wateroppervlak. De voeten zijn opvallend groot en hebben lange borstelharen die worden gebruikt om prooien van het wateroppervlak te harken. Favoriete hapjes zijn dansmuggen en kokerjuffers, wantsen, gaasvliegen en (nacht)vlinders.

Natuur in de buurt

In de zomer zie ik vanaf mijn balkon in de Burgemeesterswijk regelmatig een vleermuis verschijnen in de schemer. Als de zon onder gaat en de temperatuur daalt is hét moment dat vleermuizen actief worden. Eens opletten of ik nu de soort kan herkennen als ze voorblij scheren op jacht naar insecten. Maar dan moet er natuurlijk wel een zomerse avond in het verschiet liggen….

Hoe kun jij de vleermuis helpen?

Vleermuizen zijn afhankelijk van beschikbare nestlocaties. Het is belangrijk dat, bijvoorbeeld bij isolatiemaatregelen alternatieve nestlocaties beschikbaar gemaakt worden. Daarvoor zijn tal van vleermuiskasten en andere tips beschikbaar. Ook kun je vleermuizen helpen door voldoende water of vocht in de omgeving beschikbaar te houden. Want water trekt weer tal van insecten aan waarvan vleermuizen afhankelijk zijn.

Ook kun je je aansluiten bij een vleermuizenwerkgroep. Deze groepen doen bijvoorbeeld onderzoek en tellingen, zetten zich in voor de bescherming van vleermuizen in bedreigde situaties en helpen bij het afhandelen van klachten of meldingen. Ook organiseren ze activiteiten, cursussen en excursies, vaak in samenwerking met lokale natuurorganisaties.

Wil je meer weten over vleermuizen? Kijk dan bijvoorbeeld eens op https://www.vleermuis.net.

Gemeente Arnhem organiseerde in september 2026 een aantal vleermuissafari’s in samenwerking met IVN Natuureducatie. Diverse vleermuisexperts gingen in de schemer op pad in het Arnhemse Broek, de Burgemeesterswijk, Presikhaaf, het Spijkerkwartier en in Sint Marten en Sonsbeek.

Marianne Wildenberg

Deel deze pagina