Een filosofische natuurwandeling, hoe zou dat zijn?

Filosoferen klinkt heel passend bij de natuur. En de mooie lanen en vergezichten van de Arnhemse landgoederen lenen zich prima voor wat mijmeren, dacht ik meteen. Maar is mijmeren hetzelfde als filosoferen? Wat zouden we gaan doen? Mijn interesse was direct gewekt toen ik de aankondiging van de filosofische wandeling op 30 augustus zag. En omdat ik op dit moment de IVN Natuurgidsopleiding volg ga ik graag met andere gidsen op stap om ervaring op te doen.

Er waren die zondagmiddag tegen 14 uur zo’n 15 mensen verzameld op de parkeerplaats bij Huis Zypendaal. De gids nam ons mee Gulden Bodem in en na een eerste introductie in de filosofie werden we in twee groepen verdeeld om meer interactief aan de slag te gaan. De gids stelde ons regelmatig verdiepende vragen waardoor ons denken op een leuke manier getriggerd werd.

Bij de eerste opdracht kropen we al wandelend in de huid van een filosoof. We kregen elk een kaartje met korte toelichting op zijn of haar visie: van Socrates & Aristoteles tot Descartes & de Spinoza (op een na (Eva Meijer) allemaal mannen). Leuk om zo eens door de bril van een filosoof de natuur te observeren. De uitwisseling van ervaringen bleek een mooie manier om in relatief korte tijd kennis te maken met de enorme diversiteit aan filosofische visies.

De volgende opdracht nodigde ons uit om in de huid van een dier te kruipen en de omgeving vanuit het dier te verkennen. Deze observaties brachten mooie inzichten in hoe het gebied een thuis is voor veel diersoorten en voor andere dieren totaal ongeschikt. Ik ‘was’ de das.

Das

Ik maak graag een dassenburcht op hoger gelegen, droge zandgronden, liefst met een helling. De Arnhemse stuwwal leent zich daar prima voor. Vooral in het meer bosrijke deel van Park Gulden Bodem, met een diepe humuslaag en wat struikgewas, voel ik me het meeste thuis. Zeker omdat er vlakbij ook open weilanden zijn en drinkwater beschikbaar is. In Gulden Bodem vind ik regenwormen, kevers, larven en soms zelfs slakken en (nesten van) muizen. En ook eikels, bessen en andere vruchten eet ik graag.

Maar het is hier ook gevaarlijk, want voor voedsel moet ik moet regelmatig de weg oversteken. Vooral mijn jongen zijn dan niet veilig voor de langsrazende auto’s. Ook zijn we kwetsbaar door alle loslopende honden in het park. Ik ga wel het gevecht aan om mij en mijn kroost te verdedigen, maar meestal komt niemand daar ongeschonden uit.”

Voor zover ik weet is er geen dassenburcht op Gulden Bodem. Maar in theorie en met de juiste omstandigheden is het gebied dus best geschikt.

Daarna wandelden we verder naar het veldje naast de ‘Poortwachters’, de majestueuze paardenkastanjes bij de ingang van Gulden Bodem. Daar verdiepten we ons in de visie van natuurfilosoof en professor Matthijs Schouten over hoe we ons kunnen verhouden tot de natuur. “De enige manier waarop we een duurzame toekomst voor onszelf én voor alle andere bewoners van de aarde kunnen creëren, is door onze relatie met de natuur volledig te herzien. Gelukkig beseffen steeds meer mensen dat ze onderdeel zijn van de natuur én dat ze goed voor de natuur moeten zorgen”, zegt Schouten. Maar zover is het nog niet….

Wij kregen ter plekke een korte introductie op de vier grondhoudingen die Matthijs Schouten ziet:

  1. De heerser (eigenaar): De mens zet zichzelf bovenaan in de hiërarchie en de natuur er is om de mens te dienen (antropocentrisch, mensgerichte wereldbeeld);
  2. De rentmeester: De mens heeft de zorgplicht om goed voor de aarde te zorgen, maar blijft boven de natuur staan;
  3. De partner: Mens en natuur werken op gelijkwaardige basis met elkaar samen. De mens erkent de waarde van de natuur op eigen kracht;
  4. De participant (deelnemer): De mens is onderdeel van het grotere geheel en verschilt wezenlijk niet van andere levensvormen (ecocentrisch wereldbeeld).

Na deze introductie werden wij uitgenodigd om onze eigen grondhouding ten opzichte van de natuur te bepalen. Die bleek nogal gevarieerd, soms zelfs midden op alle assen, wat een levendig en inspirerend gesprek opleverde. En veel stof tot nadenken. Voor mij persoonlijk een uitnodiging om verder te wandelen en te mijmeren over hoe de natuur zich tot óns verhoudt. Wie weet krijgen die gedachten ooit meer structuur en wordt het filosoferen.

Marianne Wildenberg
IVN gids in opleiding