Helden van de herfst
Paddenstoelen
donderdag14sep2017

Paddenstoelen: helden van Nationaal Park Oosterschelde

Je zou het niet verwachten, maar ook de Oosterschelde is het leefgebied van een hele reeks paddenstoelen. Vooral in het westelijk deel, waar de kusten zandig zijn groeien veel bijzondere soorten.

Jonge zeeduinen

De Zeeduinchampignon komt, zoals de naam al doet vermoeden, voor in jonge zeeduintjes. De hoed ontplooit zich al voordat de paddenstoel boven de grond komt en zodoende is hij soms voorzien van een plukje mos of een klein graspolletje. De paddenstoel verschijnt in jonge duintjes waar veel mos groeit, veelal samen met het bekende duinsterretje.

Op soortgelijke plaatsen vinden we het Bleek nestzwammetje. Dit kleine paddenstoeltje heeft de vorm van een schotel of van een vogelnestje. De gelijkenis met een nestje wordt versterkt doordat de schoteltjes gevuld zijn met eivormige “kraaltjes”, de zogenaamde peridiolen. In deze kraaltjes bevinden zich de sporen (zeg maar de zaden) van het paddenstoeltje. Die sporen verspreiden zich als het regent. Als er een druppel in het schoteltje valt spatten de zaadjes alle kanten op en zo bereiken ze nieuwe groeiplaatsen. Nestzwammetjes zijn in de jonge duinen verre van zeldzaam, maar omdat ze klein en onopvallend gekleurd zijn worden ze maar weinig gevonden. Leuk om er eens gericht naar op zoek te gaan!

1

Bleek nestzwammetje

1

Duinveldridder

Overlevers in weer en wind

In de zeereep, tussen het stuivende zand, zijn maar weinig planten die zich kunnen vestigen en handhaven. De helm, een flink uit de kluiten gewassen grassoort is vaak de enige hogere plant die in deze barre wereld kan overleven. Des te verwonderlijker is het dat er tussen de helm, gewoon in het kale zand een hele reeks karakteristieke paddenstoelen voorkomen. Vaak zijn het soorten die elders niet voorkomen of heel erg zeldzaam zijn. Zoals bijvoorbeeld de hierboven afgebeelde Duinveldridder, met zijn brede, vlakke hoed. Als het stormt raakt de paddenstoel niet zelden helemaal overstoven, maar als de storm voorbij is weet de duinveldridder zich weer van onder het zand te wurmen.

Hetzelfde geldt voor de hieronder afgebeelde Duinfranjehoed. In de zeereep, voordat er sprake is van ook maar enige duinvorming weet deze duinfranjehoed zich al te vestigen. Verbazend hoe de fragiele hoedjes hier weten te overleven.

1

Duinfranjehoed

1

1

Zandtulpje

Ook in het kale zand groeit het zeldzame Zandtulpje. Het is een zogenaamde bekerzwam. Waarvan de vorm frappante gelijkenis vertoont met een tulp. Het zandtulpje komt iets minder voor dan de eerder genoemde soorten, maar toch is het in de Oosterscheldemonding op diverse plaatsen te vinden.

Ook al merkwaardig van vorm is de Duinstinkzwam. De hoed, die aan de buitenkant wel wat weg heeft van een honingraat, is in jong stadium helemaal bedekt met groenachtig slijm. In dit slijm zitten de sporen van de paddenstoel. De paddenstoel verspreidt in verse toestand een doordringende lijkgeur en dat lokt allerlei vliegen aan die in de slijmachtige substantie op de hoed landen. De sporen plakken vast aan de poten van de vliegen en op die manier worden ze getransporteerd naar nieuwe groeiplaatsen. Kenmerkend voor de duinstinkzwam is de roze-achtige tint van de steel, die helaas op de foto niet goed te zien is.

1

Duinstinkzwam

1

Peperbus

Aardsterren

Een laatste duinsoort, die zeker niet onbesproken mag blijven is de Peperbus. De naam wordt direct duidelijk voor wie de onderstaande foto bekijkt. De bovenkant van de zwam is een bolrond deksel met gaatjes erin dat sterke overeenkomst vertoont met een klassieke peperbus, zoals die vaak op de tafel van restaurants te vinden is. De peperbus behoort tot de familie van de aardsterren. Dat zijn paddenstoelen met een heel bijzondere vorm. Ze bestaan uit een stervormige schotel, waarin een ronde of ovale bol ligt die de sporen van de zwam bevat. Bij de peperbus komen die sporen vrij via de gaatjes in de bovenkant van de zwam. Je komt de peperbus pas tegen als je wat hoger in de duinen gearriveerd bent, daar waar struiken als vlier en duindoorn zich thuis voelen. De peperbus mag in dit overzicht niet ontbreken, omdat het zo’n karakteristieke Nederlandse duinsoort is, die elders in Europa erg zeldzaam voorkomt. Maar wie eenmaal in de zone beland is waar de peperbus groeit komt tientallen andere paddenstoelen tegen. De op vlier groeiende Judasoor of de Duindoornvuurzwam die aan de voet van aftakelende duindoornstruiken te vinden is zijn maar voorbeelden. Het aantal paddenstoelensoorten in een beetje duingebied loopt al snel in de honderden!

Duinpaddenstoelen zijn in het Nationaal Park Oosterschelde te vinden in het westelijk deel. Gebieden als de Schelphoek, Neeltje Jans en de Banjaard herbergen tal van duinpaddenstoelen, waaronder de hierboven vermelde soorten. Om ze te vinden moet je wel op het juiste moment zijn: vochtige omstandigheden in het najaar bieden de beste kansen. Maar ook in andere jaargetijden kun je soms zomaar paddenstoelen vinden. En altijd weer verrassen ze door hun bijzondere vormen, kleuren en geuren!

Moederkoren: gevaarlijke en nuttige schimmel

In het oostelijk deel van de Oosterschelde, waar schorren en slikken voorkomen in plaats van duinen en stranden komen buitendijks nauwelijks paddenstoelen voor. Dat komt omdat paddenstoelen niet bestand zijn tegen de zoute omstandigheden die daar heersen. Er is echter één zwammetje dat op alle schorren, zelfs tot de kleinste schorgebiedjes toe, altijd te vinden is. Dat is het Moederkoren, een klein zwammetje dat de bloeiaren van grassen en granen infecteert. Daar verschijnen grijs tot zwart gekleurde “banaantjes” die aan het begin van de winter uit de aar vallen en op de grond terecht komen. Op deze banaantjes verschijnen vervolgens in het voorjaar minuscule oranje paddenstoeltjes, die nieuwe sporen produceren om opnieuw grassen en granen te infecteren.

1

Het moederkoren was in de Middeleeuwen berucht omdat het veel in granen voorkwam, met name in de rogge. Door de giftige stoffen in het moederkoren kregen onze voorouders waanvoorstellingen en psychosen en veel mensen overleden zelfs door het eten van brood waarvoor besmet graan gebruikt was. Maar zoals zo vaak voorkomt kan het gif in kleine hoeveelheden juist als medicijn gebruikt worden. Het werd en wordt gebruikt als weeën-opwekkend middel in de verloskunde. Aan dit gebruik heeft het moederkoren haar naam te danken.

Zeedijken & wasplaten

Op de zeedijken groeien graslandpaddenstoelen die je overal in graslanden kunt vinden, zoals de Weidekringzwam en de bekende Geschubde inktzwam met zijn hoge elliptische hoed, die overdekt is met schubben. Beide soorten zijn in jong stadium goed eetbaar en inktzwammen werden vroeger ook wel verzameld voor het bereiden van tekeninkt. Als de paddenstoelen vergaan lossen ze als het ware op in een slijmige inktzwarte substantie waaraan de inktzwammen hun naam ontlenen.

Op zeedijken waar aan de oppervlakte zand of lichte zavel voorkomt, zoals bij de kreken van Ouwerkerk en aan de zuidkant van Tholen groeien soms de zogenaamde wasplaten, zoals de Elfenwasplaat en de Scharlakenrode wasplaat. Om hun kleurige uiterlijk worden ze wel de orchideeën onder de paddenstoelen genoemd.

paddenstoel
Elfenwasplaat

paddenstoel

Scharlakenrode wasplaat

Op plaatsen waar dergelijke wasplaten voorkomen is het goed paddenstoelen zoeken. Vaak vind je op een kleine oppervlakte tientallen verschillende soorten, waaronder bijzonder gevormde zwammetjes als aardtongen en koraalzwammetjes. Al zou je het op het eerste gezicht niet denken: ook in het Nationaal Park Oosterschelde valt er op het gebied van paddenstoelen heel wat te ontdekken.