Zutphen
Natuur in de Buurt
dinsdag08jun2021

Natuur in de stad

Door Klaske ten Grotenhuis

Op 16 mei hield het IVN samen met de Bomenstichting Zutphen een excursie in de binnenstad van Zutphen. Het was een coronaproof wandeling met aanmelding. Zo'n 80 deelnemers konden meedoen, er was nog een wachtlijst van ongeveer 20 personen. Helaas kwam er een stortbui vlak voor het begin om 13.30 uur, waarschijnlijk de reden dat er zo’n 20 deelnemers niet kwamen. De drie gidsen van de bomenstichting, Anton Dekker, Jeroen Phillippona en Rob Weimer hebben zich voornamelijk gericht op de bomen, Wim Mulder, Jouck Iedema, Tilda Groenhof en Herman ten Grotenhuis gingen wat meer in op andere aspecten, zoals planten en vogels.

De vraag is: is er wel echte natuur in de stad?
Om te beginnen, de bomen zijn allemaal aangeplant. Er staan bijzondere bomen, bijvoorbeeld op de Martinetsingel een Doodsbeenderenboom. Waar de mens aanplant, neemt de natuur al snel een plek in. Op de Boompjeswal broeden veel Roeken en heeft ook een Bosuil een nest gehad waar jongen geboren zijn.

Ook planten zoeken een plekje. In veel boomspiegels vind je wilde planten, sommigen noemen dat onkruid. Als je de planten herkent, is er vaak een mooi verhaal aan vast te knopen. Zo staan op de muur van de Berkelruïne mooie Gele helmbloemen en Muurleeuwenbek. Beide soorten hebben aan hun zaden een mierenbroodje, waardoor de verspreiding op de muur verzekerd is.

En natuurlijk staan tussen de straatstenen en langs de muren ook allerlei soorten, de Stinkende gouwe niet te vergeten. Deze plant heeft maar een klein stukje aarde nodig om te kunnen groeien. Paardenbloemen, Madeliefjes, Ereprijs, planten die zich vestigen in een grasveld. Op het Oude Bornhof is zo’n bloemrijk grasveldje. De gemeente maait dat later, zodat de planten eerst zaad kunnen vormen.

Langs de Berkel lopen ganzen met jongen, hier gelukkig niet al te veel. Sommige inwoners beschouwen ze als een last, vooral door de poep op stoepen. Door het wat mindere weer, er kwam nog een stortbui rond 16.00 uur, hebben we geen insecten gezien. Bij het voorlopen waren er vlinders, Klein koolwitje, en bijen op de bloemen. Die zullen zich ook aan nectar te goed hebben gedaan op de fruitbomen in de boomgaard langs de stadsmuur, een warm plekje in de stad.

De vraag of er natuur in de stad mogelijk is, kunnen we volmondig positief beantwoorden, al zal niet iedere wandelaar hier evenveel aandacht voor hebben. Als gidsen hebben we genoten van de (voor)wandeling, iedere gids heeft echter als reactie gegeven toch liever zelf met een groep op pad te gaan. Nu kon hij/zij vaak maar een stukje verhaal kwijt en kwam een beetje op dezelfde thema’s terug. Uit de reacties van de deelnemers kwam wel veel positieve feedback en de opbrengst van de vrijwillige bijdrage deed dit bevestigen. 

Armenhage