Zutphen
Natuur in de Buurt
maandag07nov2022

Het verhaal van bomen en de beek en weinig water

Door: Lambert Kouwenberg

Verslag van de excursie bij Huis te Eerbeek door IVN afdelingen Eerbeek en Zutphen

Op zondag 28 augustus 2022 vond bij Huis te Eerbeek de publieksexcursie plaats waarbij de IVN-afdelingen van Zutphen en Eerbeek samenwerkten. De afdeling Zutphen bracht als gidsen Klaske ten Grotenhuis en Ina Kemna op de been en van de afdeling Eerbeek was Bert van der Saag aanwezig. Maar daarmee was het gidsenteam nog niet voltallig want ook Thijs Groenhof en Lambert Kouwenberg waren er, beiden gidsen bij zowel Eerbeek als Zutphen. Genoeg gidsen dus die een paar dagen eerder gezamenlijk de excursie uitstekend hadden voorbereid. Het is tegenwoordig (in de na-coronatijd) immers niet goed in te schatten hoeveel bezoekers er zullen komen. Bovendien waren er hoge temperaturen voorspeld in deze zomer met een aaneenschakeling van tropische dagen. En dat is voor veel mensen niet erg aanlokkelijk. Gelukkig kun je op deze locatie veelvuldig gebruik maken van de schaduw van de talrijk aanwezige, voor een belangrijk deel zelfs bijzondere, bomen. Het is niet voor niets dat enkele gidsen van IVN Eerbeek hier een ‘bomenwandeling’ hebben ontwikkeld als examenwerkstuk van hun opleiding tot natuurgids. Het is deze ‘Bomenwandeling Webersbos’ die als leidraad voor deze excursie is gebruikt.

Een druk begin
Even denken we dat het wel heel erg druk gaat worden met bezoekers voor de wandeling maar veel mensen komen (helaas voor ons) af op de muziekuitvoering die in de muziekkiosk gegeven zal worden. Toch verzamelen zich nog 24 bezoekers bij de gidsen die klaarstaan bij ‘De Schuure’, waarbij één mevrouw in een rolstoel. Zij was ervan op de hoogte dat deze wandeling ook goed te doen is voor rolstoelgebruikers.
Onder de vrolijke klanken van de muziek die opstijgt vanuit de kiosk probeert gids Lambert wat algemene informatie te geven over de locatie, de omgeving met de beek en de ontstaansgeschiedenis, waarna er een verdeling in twee groepen plaatsvindt. Bert, Thijs en Ina lopen de bomenroute in tegengestelde richting en de deelnemers van die groep zullen, met Bert in hun midden, zeker geen tekort hebben aan informatie over de geschiedenis van de omgeving en het huis met zijn bewoners.

Bomenroute
We volgen in grote lijnen de route van de genoemde bomenwandeling en staan regelmatig stil bij bijzondere bomen-maar ook bij gebouwen en andere fenomenen die vermeldenswaard zijn. Zo staat bij het begin van de route een mooie boom met een hekje erom. Op dat hekje een bordje met het jaartal 1988. De boom is een koningslinde, geplant bij gelegenheid van de 50e verjaardag van de toenmalige koningin Beatrix. Een koningslinde is een Hollandse linde (een kruising tussen een zomer- en winterlinde) die geplant werd bij een gelegenheid die iets met het koningshuis te maken heeft.
Als we de kaart van de omgeving van Eerbeek bekijken, vooral die van vroegere tijden, kunnen we zien dat Eerbeek gebouwd is op een zogenoemde ‘puinwaaier’ van het Veluwemassief. Het is een kransendorp (lintbebouwing) gebouwd op heel slechte, harde oergrond. De Eerbeekse beek is een spreng die wordt gevoed door water afkomstig van de Veluwe. In de buurt van de watermolen wordt het water opgeleid om bij de molen genoeg verval te krijgen voor de aandrijving van het bovenslagrad. Zeker nu de molen in werking is moet het water bij de molen opgestuwd worden met gevolg dat de beek vanaf de molen nagenoeg droog staat. Als we langs het huis van de schilder Jan Mankes gelopen zijn, de bessen en doorns van de sleedoorn van nabij bekeken hebben alsook de talrijke knoppergallen op de eikels van de twee moseiken die voor de kerk staan bewonderd hebben, komen we bij het punt waar de beek door een goot onder de weg doorgevoerd wordt.
In de beek staan planten als de gele waterkers, het zwart tandzaad, kattenstaart en wolfspoot. Als we het Webersbos in de omgeving van het landhuis of ‘kasteel’ inlopen komen we daar ook weer diverse boomsoorten tegen. We zien de mooie diepgegroefde stammen van de robinia pseudo acacia, de eveneens indrukwekkende stam van de gewone esdoorn, de tamme kastanjes met de draaiing in de stammen, de witte paardenkastanje en niet te vergeten de haagbeuken. De haagbeuken zijn van gewone beuken te onderscheiden door de gekartelde bladranden. De haagbeuk is overigens geen beuk maar familie van de berk. In het laantje naast een weide is goed te zien dat de beuk niet gek is op veel zon op zijn bast: hij beschermt zijn stammen door middel van takken die tot op de grond afhangen. Anders dan bijvoorbeeld de eik is de beuk heel gevoelig voor zonnebrand.
Als we naar de buitenste rand van het terrein lopen passeren we allereerst een paar Oostenrijkse dennen die, omdat ze behoren tot de zwarte dennen, een wat andere kleur (donker grijs) stam hebben dan de gewone grove den. Daarna slaan we een laantje in waarlangs aan beide zijden jonge aanplant van winterlindes staat. De eerste boom van de laan echter is geen linde maar een amberboom (liquidambar). Liquid is vloeiend; onder de bast en in het blad bezit de boom gomhoudend sap dat gebruikt wordt als geneesmiddel, in parfums en als vervanger van wierook. Amberbomen worden gekweekt om de mooie herfstkleuren van het blad.
Hoewel het nog geen herfst is, het seizoen waarin je de meeste paddenstoelen kunt zien, komen we al wel enkele paddenstoelensoorten tegen. Bijzonder fraai zijn de exemplaren van de zwavelzwam die met hun formaat en in het oog springende oranjegele kleur vele oh’s en ah’s bij het publiek oproepen. Jammer dat de allermooiste zwavelzwam minder dan een dag geleden vertrapt is door vernielzuchtige mensenvoeten!
Aan de rand van het bos, parallel aan de weg langs het Kanaal is het prachtige schouwspel te zien van de imposante zwarte dennensoort: Corsicaanse den. Aan de voet van de reusachtige, meerstammige bomen voel je je als mens toch maar nietig. Helaas is een van deze reuzen niet bestand gebleken tegen de zware voorjaarsstorm. Door de grote droogte staan de paar gaspeldoornstruiken er een beetje troosteloos bij. Zelfs de mevrouw die in een rolstoel tot nu toe de tocht heeft ‘gelopen’ stapt even uit om een kijkje te nemen bij de plek waar de beek (met een sifon) onder de weg en het Apeldoorns Kanaal door gaat.

zwavelzwam

Het Huis te Eerbeek
Dan naderen we de oprijlaan naar Huis te Eerbeek, dat aan het einde van de 14e eeuw in het bezit was van de Heren van Bronckhorst, een Gelders adellijk geslacht. Zoals veel grote huizen en kastelen op de Veluwe werd ook dit huis oorspronkelijk als jachthuis gebouwd. Het huis zag er vroeger iets meer uit als een kasteel met drie vleugels in een U-vorm. De huidige vorm stamt uit de 19e eeuw. Tot 1937 werd het Huis te Eerbeek bewoond door professor Max Wilhelm Weber, zoöloog en zijn vrouw Anna van Bosse, plantkundige. Na hun dood werden het Huis en het park nagelaten aan de Stichting Gelders Landschap. Het Huis is nu onderdeel van de Fletcher-groep en in gebruik als hotel. Ook in de omgeving van het kasteel/Huis staat een aantal bijzondere bomen. Zoals een heel oude tamme kastanje, een Judasboom, een honingboom en een heel grote levensboom (Thuja plicata), ook wel de kathedraal genoemd. Alle deelnemers aan de excursie zijn verrukt van de omvang van deze boom die wel op een bosje met een heleboel bomen lijkt.
Als je door de ‘ingang’ van de kathedraal bent gegaan kijk je je ogen uit. Als het kathedraalbezoek ten einde is lopen we nog even om de grote vijver met de hoog spuitende fontein heen om nog een bezoek te brengen aan een groepje moerascipressen met de zo kenmerkende ademwortels die als ‘knietjes’ boven de grond uitsteken. De moerascipres is van de watercipres te onderscheiden door de wat rommelig aandoende zeer smalle blaadjes. Als we weer bij het beginpunt van de wandeling zijn aanbeland is er nog gelegenheid voor een kort bezoekje aan de oliemolen waar vlaszaad gemalen wordt voor de lijnolie en een restantproduct dat te gebruiken is als veevoer en hondenbrokken.

Honingboom

Alle wandelaars en één rolstoelgebruiker hebben de excursie goed doorstaan en tonen hun waardering voor de IVN-gidsen met een vrijwillige bijdrage. Hiervan gaat de helft naar IVN Zutphen en de andere helft naar IVN Eerbeek.