Fazant, ‘en passant’
Zet een stadjer zonder vogelkennis in het open veld en hij weet dat een fazant een fazant is. Wat maakt deze vogels toch zo bekend? Hun exotische voorkomen? Hun rauwe
kreet om te laten weten “hier ben ik”? Of het feit dat ze met veel stampei vlak voor je voeten opvliegen en je daarmee een halve hartverzakking bezorgen?
Killing for fun
Inderdaad, de fazant is een exoot, zo’n soort die van nature niet in ons land voorkomt, maar er wel prima gedijt. Van oorsprong afkomstig uit oostelijke contreien als Georgië en de Kaukasus. De Romeinen, in het verre verleden de culinaire kunsten al machtig, ontdekten dat een fazantenboutje niet te versmaden was en brachten de soort naar West-Europa. Als siervogel, maar ze bleken ook leuk om op te schieten. Inmiddels zijn fazanten in Nederland niet meer weg te denken in polders, parken en de pannetjes van duin en poelier. In de Achterhoek komen ze regelmatig uit de dekking tevoorschijn, hoewel minder vaak dan meer westelijk.
Fazant en passant
Fazanten zijn geen brave planteneters, maar rovers, die naast bessen en zaden ook dierlijke eiwitten eten: insecten, wurmen, muizen en zelfs weidevogels in de dop.
Jarenlang heb ik met argusogen gadegeslagen hoe een fazantenman in de lente dagelijks een weiland doorkruiste. Sindsdien ben ik ervan overtuigd dat hij uit was op de kievietseieren die hij daarbij niet toevallig tegenkwam. Toch mag een trotse haan bij mij altijd op de foto. Net als de moekes met hun 14 aandoenlijke donskuikens. Op die kans wacht ik nog. Fazantenbaby’s worden soms aangezien voor kwartels. De ukkies lopen zo hun ei uit en kunnen zelfs als ze nog heel klein zijn al vliegen, in plaats van wekenlang als hulpeloos bloot frummeltje in hun nest te blijven liggen. Dus, doe mij maar een fazant, ‘en passant’.
Geschreven en foto’s gemaakt door Edith Kuiper


