Vlinders
Borstel gered tijdens veegronde
Tijdens een rondje zwerfafval opruimen in een voorbije oktobermaand werd mijn totaal onverwachte bijvangst de absolute ‘catch of the day’. Samen met mijn prikmaatje heb ik er het verkeer op de kruising Harfsensesteeg-Elzerdijk voor stilgezet: een zich langzaam voortbewegende overstekende veelvoetganger. De Meriansborstel! Een soort die al lang op mijn verlanglijstje stond.
Spinneruil
De meriansborstel is de rups van een nachtvlinder uit de familie van spinneruilen, onderfamilie donsvlinders. De rups kan nogal variëren in kleur, maar bij het zien van de foto van dit exemplaar, wordt vast duidelijk waarom ik hem zo graag wilde zien. Want in tegenstelling tot de vlinder die hij ooit moet worden, is deze rups een vrolijk uitgedoste verschijning. Het lichtgroene of gele lijf is bedekt met witgrijze al dan niet uiteen staande plukjes haar. Het lijf heeft tussen de segmentjes een zwart ringetje en eindigt in een mooie lange rode of zwarte pluim. Het beestje is zo’n 4 centimeter lang.
Anna Maria Sibylla Merian
Er was nog een reden voor mijn hoop op een ontmoeting. Als bewonderaar van entomologe en kunstenares Anna Maria Sibylla Merian – ze leefde van 1647 tot 1717 – zag ik de soort voor het eerst in 2008 tijdens een expositie van haar werk in het Rembrandthuis in Amsterdam. De rups is naar haar vernoemd. Bijgaande tekening is opgenomen in het expositieboek Maria Sibylla Merian & dochters – Vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap.
Meriansborstel
Leuk om hierbij te vermelden, is dat namen van rupsen met een opvallend uiterlijk of afwijkend gedrag vaak niets met de vlindernaam te maken hebben. Zoals deze meriansborstel, maar bijvoorbeeld ook de olifantsrups, die in zijn latere vlinderbestaan groot avondrood heet. En soms krijgt de vlinder de naam van de rups: de gevreesde eikenprocessierups wordt eikenprocessievlinder. De witte tijger is en blijft ook in zijn volgende leven een witte tijger. De meeste rupsen echter moeten het doen met de omschrijving ‘rups van de huppeldepupvlinder’.
Tekst en Foto: Edith Kuiper

