Zeeschuim

zeeschuim zeeschuim

Soms vind je, met name aan het einde van de zomer, op het strand zeeschuim. Dit zijn de lichte, ovale witte voorwerpen die je ook wel in vogelkooien aantreft. Het zijn de uit kalk (aragoniet) bestaande schilden van inktvissen. Inktvissen behoren tot de weekdieren, en zij dragen hun schelp of schild, inwendig aan de rugzijde. De schildjes zijn licht, want tussen de kalklaagjes zit ook gas. Naast het feit dat de schelp voor stevigheid zorgt werkt het zodoende ook als zwemblaas.

Doordat de schildjes drijven kunnen ze over zee grote afstanden afleggen. Maar de op onze stranden aangespoelde schildjes hoeven niet van ver te komen. Zij zijn afkomstig van zeekatten of sepia (een orde van weekdieren die behoort tot de inktvissen) die hier veelvuldig voorkomen en ook paaien.

Naast kalkbron voor vogels werd zeeschuim vroeger ook voor andere doeleinden gebruikt: als polijststof bijvoorbeeld. Maar ook dacht men dat het hielp tegen verschillende klachten en werd het verwerkt in smeersels of tincturen tegen kwalen uiteenlopend van oogontstekingen, huiduitslag, jeuk, en zelfs geslachtsziekten zouden ermee verholpen kunnen worden. Tegenwoordig wordt in Azië zeeschuim nog steeds verwerkt in lustopwekkende middelen. Wetenschappelijk niet te bewijzen, maar wie er in gelooft zal er wel baat bij hebben…

Zeeschuim vind je langs de vloedlijn. Het rolt met de golven mee en blijft dan op het strand achter als het water zich terugtrekt.

Dit in tegenstelling tot het schild van pijlinktvissen, die ook in onze wateren voorkomen. Dit schild wordt een gladius genoemd; naar de vorm van een zwaard. Ook lijkt het op een pijl, vandaar de naam pijlinktvis. Deze gladius is gemaakt van een andere stof; chitine. Deze stof krult en verpulvert na opdroging vrij snel. Vandaar dat de zwaarden of pijlen van een pijlinktvis soms gevonden kunnen worden bij de eblijn, waar ze nog intact in het water kunnen liggen.

Bronnen: Stichting Anemoon, Wikipedia

Silvia Lievaart