Grote Brandnetel

Urtica dioica

grote brandnetel grote brandnetel                                 

Zonder brandnetels geen vlinders! De Grote brandnetel is de waardplant van veel soorten vlinders: er komen ongeveer 50 vlindersoorten op voor, waaronder Atalanta, Brandnetelmot en Distelvlinder. De Atalanta, Dagpauwoog, Kleine vos, Gehakkelde aurelia, enkele uiltjes en het Landkaartje leven enkel van de Grote brandnetel. Je verwacht niet dat deze vaste plant, die tot 250 cm hoog kan worden en afkomstig is uit de Brandnetelfamilie, als vlinderplant dienst doet, maar de rupsen van genoemde vlinders lusten buiten brandnetel helemaal niets anders. Omdat brandnetel heel eiwitrijk is, groeien de rupsen enorm hard. Ook leeft bijvoorbeeld de Atalanta rups echt in het blad en verpopt zich erin. Geiten eten overigens de Grote brandnetel ook graag vers.

De naam komt uit het Latijn. Urtica is afgeleid van "urere" wat branden betekent. Urens betekent brandend. Dioica: tweehuizig, dat wil zeggen dat een plant óf alleen de mannelijke bloemen (meeldraden), óf alleen de vrouwelijke bloemen (stamper) bevat. Het Nederlandse woord netel zou afgeleid zijn van het Angelsaksische "noedl"; naald, wat verwijst naar zijn scherpe prik, of omdat, voor de introductie van vlas, uit de brandnetel garen werd gemaakt om mee te naaien. Men spon er ook neteldoek van.

Het is een meerjarige, vaste plant met ronde, kruipende wortelstokken (rhizomen, deze hebben een gele kleur). Ze komen vroeg in het voorjaar op, nadat ze overwinterd hebben met hun wijdverspreide ondergrondse wortelgestel.

De stengel is vierkantig en bezet met brandharen, deze zitten ook aan de onderkant van het blad. De gezaagde bladeren zijn eirond tot driehoekig langwerpig en lijken sterk op de bladeren van de dovenetels.

Het netelmechanisme van de brandnetels werkt wanneer je de plant aanraakt. Om zichzelf daartegen te beschermen valt de top van het haartje eraf en komt er een naaldje tevoorschijn. Deze naaldjes prikken in je huid en brengen daarmee een cocktail van stoffen in je lijf, te weten; histamine, serotonine, acetylcholine en mierenzuur. De combinatie van deze stoffen veroorzaakt de bultjes en de jeuk. Histamine is een stof die ook in ons lichaam voorkomt en bevindt zich in immuuncellen. Als er teveel histamine in ons lichaam voorkomt, bijvoorbeeld door een brandnetelprik, ontstaat er een allergische reactie. In combinatie met de andere stoffen uit de brandnetelnaald veroorzaakt serotonine in de huid vooral irritatie en pijn. Acetylcholine en mierenzuur veroorzaken – waarschijnlijk – ook het branderige gevoel dat je krijgt nadat je in aanraking bent geweest met de brandnetel. Puur mierenzuur is een bijzonder bijtende stof. Het is onduidelijk welke stoffen het grootste aandeel hebben in de brandnetelreactie. Wel is duidelijk dat veel van deze stoffen ook voorkomen in andere giftige planten of dieren, zoals de kwal, bij en wesp.

Als je een brandnetel hebt aangeraakt, trekt de irritatie over het algemeen na een uurtje of wat vanzelf weg. Dat wegtrekken is te bespoedigen met het blad van de Veldzuring of het sap uit het blad van de Hondsdraf en de Grote weegbree.(niet de Dovenetel) Jonge planten bevatten nog maar weinig "gif", evenals volwassen planten in het najaar. Er bestaan meer dan 500 brandnetelsoorten over de hele wereld, sommige met heel vervelende brandharen.

De bloeiwijzen van de mannelijke en de vrouwelijke plant verschillen duidelijk van elkaar. De mannelijke planten hebben kortere zijtakken en piepkleine gele bloemetjes. De bloeiwijzen van de vrouwelijke planten zijn een soort pluimen van kleine groene bloemetjes die in de oksels van bladeren staan. Wanneer de mannelijke bloemen openspringen wordt het stuifmeel door de helmhokjes omhoog geschoten, de plant is dus een windbestuiver en is voor de voortplanting niet afhankelijk van insecten. De bloei is van juni tot laat in de herfst. Als het bovenstandig vruchtbeginsel uitgroeit tot één nootje omsluiten de vier bloemdekbladen als kleppen dit nootje.

De standplaats van de Grote brandnetel bestaat uit stikstofrijke (stikstofindicator) humushoudende grond, vaak op halfbeschaduwde plaatsen. De Grote brandnetel is vaak te vinden op ruderaal terrein, zoals afvalplaatsen en verlaten bouwplaatsen.

Bronnen:
http://earthbloke.blogspot.com/2017/01/grote-brandnetel-en-kleine-brandn... http://www.floravannederland.nl/planten/Grote+brandnetel https://www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/brandnetels...

https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_brandnetel https://www.rootsmagazine.nl/2018/04/29/pijn-brandnetel https://www.buitenlevengevoel.nl/brandnetel-wat-kun-je-er-allemaal-mee/

Karin Brouwer