Het Wad heeft wel wat!
Het wad heeft wel wat
Betty Kooistra, lezing 15 september 2026
Er zijn vijf bewoonde en toegankelijke Waddeneilanden. Als ezelsbruggetje ook wel genoemd: TVTAS, te weten: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog. Onderdeel van het Unesco werelderfgoed: De waddenzee.
Voordat we gingen eilandhoppen, liet Betty ons sfeer proeven middels vakkundige foto’s van Noord-Friesland buitendijks. Met de slikpalen en drooggevallen wadplaten een bijna surrealistisch landschap. De leegte is overweldigend in haar schoonheid (of juist beangstigend)
Tijd om verder te gaan. Betty babbelde de haar zo vertrouwde eilanden aan elkaar. Tijdens een virtuele fietstocht nam ze ons mee naar deze pareltjes. Opvallend was dat alle eilanden wel iets gemeen hebben. Ja natuurlijk, de zee rondom en de veerboten die daar doorheen klieven. Maar op elk eiland is een vuurtoren, een monument, een kerk, leuke huisjes, een tapuit, orchideeën, strand, zeevogels, bomen en graslanden. En een prachtige zonsondergang, waar elke fotoserie van een eiland mee werd afgesloten.
Lijken de eilanden dan zoveel op elkaar? Deze veronderstelling zal een gruwel zijn voor de eilandbewoners en de vele toeristen. Want elk eiland heeft zijn eigen sfeer, kenmerken, mensen en charme. Neem nu Texel, het eerste eiland op de fietstocht.
Bekend om de schapen, de Texelse schapen. De moderne herder gebruikt de Quad om te hoeden, maar schapen zijn schapen. Mooie foto’s van deze dieren in hun omgeving waar een stal, de karakteristieke schapenboet niet mag ontbreken. Het prachtige natuurgebied de Slufter mochten we bezoeken dankzij de reeks foto’s. Mooi waren de vele planten, zoals Spaanse boshyacinten, bosanemonen, maar ook tulpen. Texel is een bolleneiland, aldus Betty. Vele bloembollen zijn hierheen gebracht. In de polder groeit de ratelaar en orchidee weelderig met prachtige kleuren. Kwa vogels kennen we op Texel de lepelaarskolonie. Daarnaast zie je o.a. de tapuit, gele kwikstaart, kluut, wulp en tureluur. Om die laatste drie aan de snavel te herkennen ratelde Betty het volgende versje op: De wulp wijst naar de gulp, de kluut naar de snuut en de tureluur recht vooruut. Om nimmer meer te vergeten.
Inmiddels zijn we op Vlieland beland. Het eiland met de korte vuurtoren. Immers, die staat op een heuvel. En hoefde niet zo hoog te worden. Afkomstig uit IJmuiden waar het ooit de bovenkant van een toren vormde.
En dan het kiekje van ene Willem de Vlaming, ontdekkingsreiziger, gegoten in een beeld. Het was een mooie foto waard, aldus Betty. De man had overal een tinnen bord achter gelaten met zijn naam erin gegraveerd. De andere Man van het eiland is het grote voertuig waarmee je een toer kunt maken over het strand. Deze Vliehors express, genoemd de Man, drukt letters af via de autobanden. Waarin een kort gedicht is gegraveerd wat leesbaar wordt in het zand. Vlielanders willen blijkbaar graag een stempel achterlaten. Maar vergeet niet de prachtige natuur zoals de Kroonpolders, de stranden en duinen. Een wilde zwaan in een poel, vele meeuwen, schitterende planten zoals bv de zeldzame roze zeewinde, en vast wel ergens een tapuit. Een mooi, klein eiland.
De reis naar het grootste eiland, Terschelling, kon rechtstreeks vanaf Vlieland gemaakt worden. Met hoge duinen, bosgebieden, waterplassen en de Bosplaat heeft het een geheel eigen sfeer. De karakteristieke vuurtoren, de Brandaris blijft fotogeniek, evenals de kleine eilandhuisjes hier en daar. Ook hier groeien de mooiste orchideeën, de één opvallend en de ander nauwelijks te vinden, behalve voor Betty. En wat te denken van die dappere kleine kustvogeltjes, zoals de drieteentjes, stoer met hun kopje in de wind (paarden en koeien gaan liever met de kont in de wind). Vervolgens een serie kwallen, organismen die soms sprookjesachtig te fotograferen zijn. De tapuit kwam gelukkig langs, evenals een graspieper. Het monument voor Sil de Strandjutter was een foto waard, maar ook dat van de wijzende vrouw, een oorlogsherinnering.
Het werd tijd om verder te gaan naar Ameland. Met de zuurstok-vuurtoren, de grote kerk te Hollum, de tapuit op een paal, goudplevieren en wederom prachtige foto’s van de zee, het wad, en de zilverkleurige water- en sliklagen. Moeilijk om dat in een foto te vangen, maar dat was wonderwel gelukt. De grote stern en de dwergstern waren eveneens vereeuwigd in hun gracieuze vlucht. Een donzig hoopje jonge bergeendjes wekte vertedering op en de velduil was een aangename verrassing.
Nog één eiland te gaan: niet zo groot, maar wel wonderschoon: Schiermonnikoog. Twee vuurtorens maar liefst, een monument van de Schiere monnik, een kerk die drie keer is verplaatst, mooie huisjes en vermaarde hotels. Kortom, op ‘Schier’ vermaak je je wel. De natuur lokt met onverwoestbare orchideeën, knikkende distel waar een putter zijn honger stilde, en vele ganzen. Betty heeft de roodhalsgans op de foto weten te krijgen, opvallende schoonheden tussen al die andere ganzen. Kers op de taart was overigens een kiek van de sneeuwgors. Je raakt niet uitgekeken op dit eiland. Wat eigenlijk geldt voor alle eilanden. Even los van de wal, in een wereld op zich.
We hebben de verscheidenheid en het eilandgevoel meegekregen in deze prachtige fotopresentatie.
Jet Hofstra

