Natuur van de kleine paadjes in Oirschot met torenbeklimming.
Deze keer organiseerden we een activiteit in het centrum van Oirschot.
We maakten twee groepen: een groep ging op weg door de kleine paadjes en de andere groep mocht de toren beklimmen.
Eerst werd er kort eea uitgelegd over de bewogen geschiedenis van de kerk en daarna begonnen we de 276 treden van de wenteltrap te beklimmen. De eerste stop was de windruimte bij het orgel. Hier bevinden zich de zes blaasbalgen die vroeger door orgeltrappers werden bediend om de lucht naar de bijna 3000 orgelpijpen te pompen. Tegenwoordig wordt hun taak overgenomen door een elektrische windmachine.
We vonden een dode vleermuis en die moest natuurlijk goed bestudeerd worden.
Vanuit de windruimte kun je naar de plaats waar de organist het orgel kan bespelen. We leerden dat je zo’n kerkorgel van vroeger kunt vergelijken met een keyboard van nu. Net als met een keyboard kun je met zo’n orgel allerlei instrumenten nabootsen. We genoten van het prachtige, bijna tweehonderd jaar oude orgel .
Vanaf het orgelbalkon hadden we goed zicht op het middenschip en het priesterkoor. Hoge gewelven, grote raampartijen en dikke pilaren.
Dan weer de wenteltrap op, naar de gewelven op 22 meter hoogte. De muren van de toren zijn hier twee meter dik! Via een eng laddertje kwamen we op de loopbrug die over het gewelfdak is gebouwd. Hierover liepen we verder tot we onder de dikke balken stonden die het vieringtorentje met het angelusklokje boven op het dak ondersteunen. Dit kerkklokje vertelde de mensen vroeger hoe laat het ongeveer was: het klepte om 6 uur ’s morgens, om 12 uur ’s middags en om 6 uur ’s avonds. Dat was handig, want alleen erg rijke mensen hadden in die tijd een klok.
We liepen daarna weer terug over de gewelven naar de toren en klommen naar de volgende verdieping. We kwamen uit op de galerij bij de galmgaten. Hier hangen 50 klokken in de toren, die dinsdags tijdens de markt worden bespeeld door onze beiaardier. Ook hangen er 6 grote luidklokken, de grootste weegt meer dan 3000 kilo.
We gingen de cabine in van waaruit de beiaardier het klokkenspel bespeelt. Iedereen mocht even proberen hoe dat werkt en klinkt.
Op deze galerij broedt op dit moment een mooie en snelle roofvogel: de slechtvalk. Die vangt zijn vliegende prooi door zich van grote hoogte op hem te storten, met snelheden van ver boven de 300 kilometer!
We klommen verder naar de uurwerkzolder. Op deze hoogte hangen de vier grote wijzerplaten aan de buitenkant van de toren en hier zitten dus ook de vier uurwerken die de wijzers aandrijven.
Daarna was het nog maar een klein stukje klimmen om op de galerij rond de torenspits te komen. Van hieruit hadden we prachtig uitzicht over Oirschot
en zijn kleine paadjes, maar we konden ook de skyline van ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg heel goed zien, want het was mooi helder weer.
Al snel was het weer tijd om naar beneden te gaan, want de andere groep zou er zo aankomen. Uiteraard ging die terugtocht veel sneller dan de klimtocht naar boven!
Beneden aangekomen dronken we chocomel en daarna wisselden de groepen.
Naast het beklimmen van de kerktoren werd er deze keer ook afgedaald. Niet met de 72 meter die de kerktoren hoog is, maar wel een meter of twee naar beneden. Niemand van de groep merkte dit gedurende het eerste deel van de looproute via de paadjes.
Het Noyenstraatje en het Kerkpad tot aan de Karel Doormanlaan
gaven een mooie aanleiding om te vertellen over waar deze paadjes oorspronkelijk voor dienden. Met de kerk aan het ene einde en een jaren-60-wijk aan het andere einde, en de toch wat mindere kerkgang van tegenwoordig, was dat moeilijk te raden. Als je de wijk wegdenkt dan lonken de boerderijen van het buitengebied en werd toch wel de link gelegd dat die boeren het liefst via de kortste route naar de kerk gingen. En natuurlijk weer zo snel mogelijk terug om het vee te verzorgen en het land te gaan bewerken.
Enfin de paadjes herbergden ook de nodige soorten haagplanten en die probeerden de kinderen als opdracht dan ook fanatiek aan de bladsoorten te herkennen. Naast de Beuk en de Conifeer werden er ongeveer 13 soorten gevonden. Hieronder ook de plant met het prikkelblad ( Hulst ) en die andere die er verdacht veel op lijkt maar gele bloemen had ( Mahonie ).
Hierna wat paadjes die minder bekend waren bij de kinderen. Zoals de Eendenpoel. Geen Eend te zien vond men. Met uitleg werd Eendenpoel dan ook Einde-poel of te wel de plek waar het open riool van het oude Oirschot eindige in een poel. Een poel die vervolgens door de boeren uit de omgeving maar wat graag gebruikt werd om het land te bemesten. De kinderen zagen in gedachten de drollen en plas al langsdrijven naar de niet meer bestaande poel. Langsdrijven, maar hoe dan, was de vraag. Met wat aanwijzingen zagen ze wel dat de Eendenpoel als pad al het nodige afliep naar beneden. Zou dat die twee meter al zijn?
Na een kort verhaal bij de vier grote Populieren aan de Leeuwerikstraat met de vragen hoe oud de bomen wel niet waren, waarom de hoofdstammen allemaal dezelfde richting in groeiden, en waarom die grote zijtakken nu net allemaal zo ongeveer aan de andere kant van de hoofdstam zaten, werd er
gezamenlijk en geholpen naar antwoorden gezocht. Bomen 80 – 90 jaar oud. Hoofdstam groeide in richting van de meest voorkomende windrichting en grote zijtakken aan de andere kant, zodat de bomen in balans bleven. Hierna werd het laatste paadje doorkruist. Veel kinderen kenden het pad opnieuw niet zodat het een leuke ontdekkingstocht werd. Het paadje van de Leeuwerikstraat naar het kerkhof vertoonde aan het einde ineens wel een verdacht grote stijging van het landschap. Het kerkhof lag zeker een meter hoger dan de aanpalende weide. Ook hier de vraag wat de reden zou zijn. Opstapeling van het zand dat overbleef als er weer een kist met een overledene de grond in ging??
Op weg naar de kerktoren werd op het laatste moment wel erg goed zichtbaar dat de kerk veel hoger ligt dan de straat ( Princéehof ) waar we stonden. Met beklimming van deze berg van meer dan twee meter naar de voet van de kerk kwam de paadjeswandeling ten einde. Ik denk dat veel kinderen weer nieuwe wegen gevonden hebben om zich snel door het dorp te bewegen.




