Water

Wandeling ‘t Klooster in de krant en door de ogen van Lodewijk Crijns

Noordmidden Achterhoek 14 mei 2024

Zondag 12 mei wandelden we door waterwingebied ‘t Klooster. In ons midden hadden we een verslaggever van het Contact.

Hij maakte er een leuk verslag voor de digitale editie van.

Lodewijk Crijns maakte een uitgebreid verslag van de wandeling

Als mijn vrouw en ik op deze zondagmiddag 12 mei tegen twee uur aankomen bij de Markeplas aan de Roessinkweg voorbij Hengelo (Gld) staan de drie natuurgidsen ons reeds op te wachten: Wim van den Brink, Karen Groeneveld en Herman Hardenbol. Het is een heerlijke zondagmiddag met een licht blauwe hemel zonder wolken, de temperatuur is 24 graden , aangenaam warm. Wind is er nauwelijks. Het aantal deelnemers ligt rond de twaalf wandelaars en we worden in twee groepen gesplitst. Een journalist loopt mee en zal een verslag voor de krant maken. In de aankondiging hadden we van te voren gelezen: “Vanaf de Markeplas lopen wij richting ’t Klooster. De naam komt van een boerderij die eigendom was van klooster Bethlehem in Doetinchem. Er staat hier geen klooster.  Het gebied is 160 ha en ligt ten westen van natuurgebied   ’t  Zand. Het is een oase van rust met kleine heideterreintjes en een afwisseling van boomsoorten. Waterbedrijf Vitens wint hier jaarlijks het grondwater voor inwoners van Hengelo (Gld) en Ruurlo eo.

Mijn vrouw en ik gaan met de tweede groep  mee waar Karen en Herman de gidsen van zijn. De wandeling is zo’n vijf kilometer en rond vier uur zullen we weer terug zijn. Maar zo ver is het nog niet.

De pas wordt er flink ingezet, maar moet worden afgeremd omdat de tachtigjarige Sjef achter begint te raken. Hij heeft net een onderscheiding  gekregen van de Koning voor zijn jarenlange inzet voor verschillende natuurverenigingen, waaronder het IVN. We blijven bij een eerste stop staan bij een vuilboom, waar Herman uitleg over geeft. Een wolwever vliegt voorbij en een witje fladdert om ons heen. Helaas is er net deze dag een jaarlijkse motorcross, waarvan het geluid ons de hele middag zal begeleiden, maar alles went , ook dit door er verder geen aandacht aan te schenken. Omdat dennenbomen zoveel water gebruiken, ze zijn het hele jaar bladgroen, door de wortels maar ook door de verdamping via de naalden, overweegt Vitens om de dennenbomen in het gebied te kappen. Door de verdroging begint het op  peil houden van de watervoorraad precair te worden. We horen de mei-geluiden: fluitende vogels zoals de tjiftjaf,de roodborst, de mus en  de zwartkop. Hoog in de lucht zien we zowaar  een buizerd  cirkelen op de thermiek. We komen aan bij een plaquette, die aangeeft dat hier van 1783-1965 een Joodse begraafplaats was voor Joodse mensen uit Hengelo. Herman tekent voor ons uit op de grond hoe de waterhuishouding hier het gebied wordt geregeld. Er worden reservoirs aangelegd vanuit de veenbeek naar ’t Klooster. Ook worden de beken minder diep gemaakt. Het is een samenwerking van het Waterschap, Vitens en de plaatselijke boeren. Iets verderop wijst Karen  ons op een beuk, waarin een specht een hol heeft gemaakt en warempel, juist op dat moment vliegt er een zwarte specht uit en verdwijnt tussen de bomen.  Bij een beek wijst Karen ons op een bijzonder soort varen: de dubbelsporen varen.

Onze wandeling vervolgend, veelal langs een slootje, zijn er  nu in het voorjaar al vele planten in bloei: het vingerhoedskruid, zowel roze als wit, de paardenbloem, de boterbloem, vele madeliefjes, de pinksterbloem, de brandnetel, look zonder look en zo meer. Een roodborst zingt uit volle borst zijn lied, mogelijk om een vrouwtje te lokken? We vervolgen langs  enkele beken ons pad en komen op de Roessinkweg.

We zijn nu wel toe aan een kopje koffie. Deze  wordt aangeboden door drie IVN engelen die op ons pad komen. In deze pauze is er ook de mogelijkheid om de IVN tafel, bemand door Ettie, te bekijken. Ik besluit enkele interessante boekjes onder meer over gallen, aan te schaffen.

Een deel van onze wandeling vandaag gaat over het Markepad en na het weer aan het wandelen zullen we dit pad een groot deel vervolgen. Nog meer planten die nu in bloei staan: het ooievaarsbekje, de witte en paarse klaver, het fluitenkruid, weelderig overal aanwezig, de smalle en brede weegbree. We verlaten nu het bos en komen in een gebied met weilanden en houtwallen.

Schrijver dezes werkte vier jaar lang op het fenomenologisch Bolkinstituut in Driebergen, waar landbouwingenieurs,  met een landbouwopleiding in Wageningen, handen en voeten geven aan de biologisch-dynamische landbouw. Ze zijn erg gecharmeerd van het niet zozeer kijken naar individuele plantensoorten, maar houden van het vergelijken, zoals  van landschappen: bijvoorbeeld : waarin verschild een boslandschap van een heidelandschap? Een duinlandschap van een akkerbouwgebied enz., maar ook kleiner wel: zet een beuk en een berk naast elkaar : wat zijn de verschillen? Juist door de verschillen te benoemen ontstaat een karakterisering van een landschap, boom of plant. Bioresonantie is een methode om met de vlakke hand de vitaliteit van een gewas, een boom, maar ook bijvoorbeeld een krop sla te meten.

Karen vertelt ons, wij staan inmiddels in een weiland met Engels raaigras, over de Marke: in het verleden was dat tot de 19e eeuw een bestuurseenheid in Oost Nederland, waarin de boeren gezamenlijk de gronden beheerden. Marke is afkomstig van het markeren van een gebied met bomen. Ook de rechtspraak werd gezamenlijk gedaan onder een boom. Na Napoleon werden gemeenten gevormd, die gebonden waren aan de overheid en verdwenen langzamerhand de marken: de rijke boeren kochten de grond, waardoor de onderlinge samenwerking verminderde.

Door het weiland vervolgen wij het Markepad en doorkruisen een dichtbegroeid bosje met veel vlier,berken, eiken, dennen, zevenblad en roze dagkoekoeksbloemen. Een vink fluit op de achtergrond zijn bekende vinkenslag. Bij de Varsselsestraat slaan we af naar rechts en hebben een mooi uitzicht over de akkers. We passeren links een boerderij en passeren het startpunt van het Markepad. Aan de linker kant steeds weilanden en recht houtwallen. Karen wijst ons op toch wel iets bijzonders: in het wild groeiende tijm. Natuurlijk moeten we even de heerlijke tijmlucht opsnuiven. Weer aangekomen bij de Markenplas vertelt gids Herman ons het verhaal van de aronskelk, die op een wel heel ingewikkelde manier wordt bevrucht door insecten, iets om thuis na te kijken in een goed studieboek.

Tegen half vijf zijn we terug bij ons startpunt en bedanken we de drie gidsen voor deze weer prachtige wandeling, waarin wij weer zoveel moois van de natuur mochten beleven.

 

 

Ontdek meer over

Deel deze pagina