Gele en zwarte spin op een web in een groene tuinomgeving. Insecten en bodemdieren

Spinnen, een fascinerende wereld op de IVN avond op 26 mei 2026

Noordmidden Achterhoek 7 juni 2026

Auteur en Fotografie │ Lodewijk Crijns

Inleiding

Als we om half acht met deze avond beginnen in het kulturhus in Vorden, zijn er zo’n vijftig IVN leden gekomen naar een lezing over Spinnen. Peter Laan, bioloog is onze spreker. Ineke Rood leidt hem in met een verhaal hoe haar interesse groeide van het eerst doodslaan van spinnen, later het opzuigen van spinnen tot werkelijke interesse nu in dit wonderlijk beestje, waar veel over te vertellen valt.

Voorkomen van spinnen

Bekendst is misschien wel de angst voor spinnen. Maar dit is volkomen onterecht, althans hier in Europa, zo begint Peter zijn verhaal. De grote vogelspin in Zuid-Amerika is een ander verhaal. Peter vertelt over zichzelf dat hij van huis uit plantenfysioloog is. Maar door onderzoek tijdens zijn biologiestudie op de VU in Amsterdam, waarbij hij bosbodemspinnen heeft onderzocht op Schiermonnikoog, zijn interesse in spinnen nooit is verloren. Hij promoveerde in 1990 bij de Universiteit van Nijmegen en is een van de weinigen in Nederland die lezingen geeft over spinnen. Hij noemt enkele sites waar veel over spinnen te vinden is: waarneming.nl, “ElS” en de app “spider spotter”. Spinnen zijn overal op de wereld, uitgezonderd op Antarctica en op hoge bergtoppen. Ze hebben een voorkeur voor warmere streken. Er zijn inmiddels meer dan 50.000 soorten beschreven.

Het eerste dat opkomt al iemand aan spinnen denkt, is de herfst: dan zien we overal spinnenwebben, doordat de eitjes volgroeide spinnen zijn geworden. De vrouwtjes zijn lui en zitten stil, de mannetjes zijn actief en op zoek naar een vrouwtje om te paren. Deze avond beperken we ons tot de landspinnen in Europa en met name die voorkomen in onze streken.

Kenmerken

Een spin is koudbloedig en heeft een exoskelet: het skelet zit, in tegenstelling tot de mens, aan de buitenkant. Het zijn carnivoren, vleeseters, die hun prooien eten door ze uit te zuigen. Echte roofdieren dus. Onze spreker spreekt zelfs van kannibalen. Doel van de lezing is verwondering en magie voor de natuur op te wekken en respect voor de schoonheid en diversiteit van deze diergroep die is ontstaan in een lange ontwikkeling van 350 miljoen jaar.

Het vangen van een prooi kan een spin op verschillende manieren doen: door de prooi te vangen in zijn web, door een valdeur-de spin verstopt zich in een kuiltje, waar hij de prooi naar binnen trekt, of door zijn prooi te achtervolgen. We krijgen deze avond vele mooie foto’s te zien van allerlei soorten spinnen, zoals de tijgerspin, pauwspinnen, de kogelspin, de kruisspin en de zwarte weduwe.

Spinnen zijn ervan heel klein, enkele millimeters tot heel groot, 15 centimeter. Ze hebben altijd acht poten (een insect altijd zes poten) en wel heel bijzonder: acht ogen. Uit spintepels komt de spindraad, die qua sterkte een staaldraad overtreft. De spindraad heeft vele toepassingen: als woonplaats, veiligheidsdraad bij vallen, webbouw, kleefdraad: de prooi blijft kleven, omhulsel voor eieren en het inpakken van de prooi. Bij soorten, zoals de wolfspinnen en vooral bij de springspinnen zijn de ogen het belangrijkst om de prooi waar te nemen, bij anderen, zoals de webbouwers, juist de harige poten om de buitenwereld waar te nemen. Met een gifklauw spuit de spin gif in zijn prooi. Ook eten spinnen elkaar wel op.

Enkele verwante soorten zijn de schorpioenen, de teken en mijten en de hooiwagens. Deze laatste heeft geen scheiding van voor- en achterlichaam en is een planteneter. De spin heeft een kop-borststuk dat met een steel verbonden is aan het achterlijf.

Soorten

In Nederland zijn ca 600 soorten spinnen, die we kunnen determineren door uiterlijk, locatie, gedrag en jachttechniek. Zo zijn er springspinnen, hangmatspinnen, krabspinnen, waterspinnen en wielwebspinnen om er enkele te noemen. Na een mooi filmpje over de intelligentie van de springspin, is het tijd om gezellig bij te praten bij een kopje koffie of thee.

Voortplanting en verspreiding

Na de pauze komt de voortplanting van spinnen aan bod. Het vrouwtje heeft daartoe een epigyne aan de buikzijde, het mannetje pedipalpae, een soort bokshandschoentjes, die via een eerst aangelegd spermamatje, met sperma worden gevuld. Het baltsen gaat door het geven van een cadeautje, tokkelen, visuele signalen of gewoon bespringen. Bij de paring is er het sleutel-slot principe. De eiconnen worden afgezet in de buurt of meegedragen, zoals bij trilspinnen en wolfspinnen en bewaakt. De ouders geven broedzorg aan de jongen, soms zuigen de jongen de moeder zelfs geheel leeg.

Spinnen verspreiden zich door de lucht, wat ballooning wordt genoemd en we een fraai filmpje van krijgen te zien. Om onzichtbaar te blijven maken spinnen gebruik van camouflage, zoals bijvoorbeeld de grind wolfspin, die niet te onderscheiden is van het grind waarin hij ligt. Mimicry is nog fascinerender. Zo zijn er spinnen, die niet te onderscheiden zijn van een plant, de orchidee of spinnen, die volledig op een mier lijken en zo vervolgens mieren opeten.

Zelf op zoek

Voor het zelf bestuderen van spinnen, kan het volgende behulpzaam zijn: een zuigbuis, om de spin op te zuigen, een plastic kijkpotje, een vangnet, een plantensproeier om het web zichtbaar te maken, een loep en eventueel een stereo-microscoop (40X), waarbij een wereld voor je open gaat.

Boeken zijn:  “Basisgids spinnen” van de KNVV en sterk aanbevolen: Tirion Spinnengids van Michael Roberts.

Tot slot van deze avond, krijgen we een hele reeks foto’s van diverse spinnen te zien, die ik even zal noemen: mijnspinnen, vuurspinnen, wolfspinnen, lijmspuiters, krabspin, springspinnen, trechterspinnen, gewone huisspin, trilspinnen, strekspinnnen , kogelspinnen, wielwebspinnen, hangmatspinnen, dwergspinnen en netwerkspinnen. Na nog een boeiend filmpje over de netwerpspin uit Australië bedankt Ineke Rood Peter Laan voor deze geweldige en prachtige avond. Het is hem gelukt om onze bewondering voor de natuur weer te doen toenemen.

Deel deze pagina