Vogels
IVN avond over weidevogels
Auteur en Fotografie │ Lodewijk Crijns
Inleiding
De zaal van de Melktap is op 24 maart goed gevuld met zo’n 60 toehoorders, meest IVN leden, als om acht uur Alie Arfman onze spreker van vanavond aankondigt: Gerrit Stomps. Hij is als vrijwilliger werkzaam bij de Weidevogelwerkgroep Berkelland. Hij is daarvan de coördinator. Alie vertelt over het oude gebruik, nu niet meer, om de koningin het eerste kievitsei aan te bieden.
Weidevogelwerkgroep Berkelland
Gerrit krijgt het woord en illustreert met vele mooie vogelfoto’s en een aansprekend verhaal deze avond. Eenvoudig gezegd sporen vrijwilligers nesten in grasland op voor de boer gaat maaien. Dit in samenwerking met de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Berkel en Slinge. De meeste vrijwilligers zijn 65plus. In de Achterhoek is het aantal nesten vrij stabiel, hoewel er ook wel een afname is. Gerrit geeft het voorbeeld van de kievit, waarvan dan bijvoorbeeld 7 nesten in een weiland worden gevonden met meestal vier eieren per nest. Daar worden dan twee wandelstok (grote stokken) naast geplaatst op enkele meters afstand. De vrijwilligers leggen de eieren dan in een zwartgeverfd mandje in het nest. Vervolgens komen de zeven meest voorkomende weidevogels.

Bij de meeste weidevogels bedraagt de broedtijd van april/mei tot juni/juli. De broedduur is meestal ongeveer 28 dagen en het aantal eieren meestal vier, soms vijf. Achtereenvolgens komen aan zo aan bod: de kievit (blijft in de winter hier), de grutto, rechte snavel, (overwinterd in Afrika), de Wulp, kromme snavel (ook overwinteraar), de Scholekster (blijft hier), de Tureluur, een klein vogeltje, dat een tentje boven zijn nest bouwt. Vervolgens nog de gele kwikstaart (broedt korter: 14 dagen) en de veldleeuwerik, die ook 14 dagen broedt en in de winter naar Frankrijk en Portugal vliegt. Hij maakt veel baltsvluchten. Vogels leven behoorlijk lang: een kievit acht jaar en een grutto zelfs soms 22 jaar.
Na alle mooie vogelplaatjes is het tijd voor een gezellig praatje bij de koffie of thee.
We gaan verder: overige weidevogels die voorkomen zijn: kemphaan, fazant, patrijs, kluut en graspieper.
Het aantal vogels wordt minder door een aantal oorzaken. De steeds intensievere veeteelt waarvoor steeds meer gras nodig is. Verlaging van de grondwaterstand. De predatoren: marter, vos, kraai en bunzing, die zowel de eieren leeghalen als de jonge kuikentjes opeten.
Werkwijze werkgroep
Hoe gaat de werkgroep te werk: naast de reeds vermelde neststokken, worden er ook stalen roosters over het nest gezet. De boer krijgt per nest een vergoeding en wordt op het hart gedrukt zo goed mogelijk op de nesten te letten. Het bals gedrag van de mannetjes is om indruk op de vrouwtjes te maken. De nesten worden op een PC in kaart gebracht. Liefst wordt vanaf de weg geïnventariseerd, om niet op het land te hoeven komen. Tegenwoordig gebeurt dat met een drone, waarvan we een interessant filmpje krijgen te zien hoe die over de weilanden vliegt en zo nesten opspoort, middels een warmtecamera en fotocamera. Uit de registraties van de nesten in Berkelland, blijkt er wel een teruggang: zo waren er in 2007 nog 464 kievitsnesten en nu anno 2025 nog maar 157.
Alie Arfman bedankt onze boeiende spreker en hij krijgt een warm applaus van de zaal.
