Stem van de natuur

Interview met het duinviooltje

Wie ben je en waar zit je?

Wat leuk dat je aandacht aan mij wil besteden, dank voor dit interview. Ik ben dus het duinviooltje, lid van de grote familie Violaceae. Er zijn wel 400 soorten wilde viooltjes, dus in dat opzicht ben ik niet bijzonder. Maar mijn familieleden hebben vaak een specifieke voorkeur voor de plek waar ze willen groeien. Sommige houden meer van wat vochtige plekken, anderen kunnen heel goed droogte verdragen. Zo kan ikzelf heel goed tegen vrij barre omstandigheden, want zoals mijn naam al aangeeft groei ik in de duinen. En wel het liefst op kaal zand.

Ik wil mijzelf niet op de borst kloppen, maar evenals familiegenoten ben ik de waardplant voor veel insecten. In het duingebied waar ik groei, de Meeuwenlekken ten zuiden van Bergen aan Zee, zijn dat bijvoorbeeld de duinparelmoervlinder en de kleine parelmoervlinder. Deze en andere vlinders, zoals de zeldzame bruine eikenpage die in dit gebied voorkomt, zijn afhankelijk van mijn nectar. Ik vervul dus een belangrijke functie in het open, grijze duin.
Foto van een duinviooltje

Dit ben ik. Ben ik niet mooi?

Waar houd je bijzonder van?

Ik ben erg afhankelijk van open, kale plekken in wat het grijze duin wordt genoemd, het duingebied direct achter de witte duinen die aan zee grenzen. Ik zie er nogal teer uit, zoals de meeste viooltjes, maar ik kan goed tegen grote temperatuurswisselingen en droogte. Ik heb namelijk wortelstokken die diep de bodem in gaan en daar water en voedingsstoffen vandaan halen. Overigens stel ik niet zulke hoge eisen. Er hoeven niet zoveel voedingsstoffen in de bodem te zitten, liefst wel een beetje kalk. Het zou fijn zijn als er weer konijnen in dit gebied zouden leven. Die graven het duin open en de keutels geven een beetje mest. Waar ik echt niet van houd is een zure bodem.

Welke zorgen wil je delen met ons?

Mijn grote zorg is dat het grijze duin steeds verder dichtgroeit met tankmos en pijpestrootje en dat er weinig kale, verstuivende plekken in het duin overblijven. Met mij zijn er meerdere soorten, zoals het zandblauwtje, afhankelijk van open zanderige plekken. En wij vervullen een belangrijke schakel in de biodiversiteit van het duin. Zoals je me hier ziet op de foto is dit een uitstekende plek. Zo’n 25 jaar geleden stond hier naaldbos dat (helaas voor de bomen) plaats moest maken voor het verstuivende, grijze duin. Maar je ziet dat het een positief resultaat heeft gehad, ik voel me hier volledig thuis en zie in mijn bloeiperiodes in het voorjaar en najaar met veel plezier de verschillende vlinders en andere insecten om mij heen vliegen. Onderzoek van PWN laat zien dat er inmiddels weer zo’n 70 soorten voorkomen in dit gebied.

Wat zou je graag zien?

In dit duingebied, de Meeuwenlekken, groei en bloei ikzelf op dit moment heel goed. Wat me wel zorgen baart is dat door de neerslag van stikstof-bevattende stoffen de bodem weer zo voedselrijk wordt dat ik verdrongen wordt door de sterkere mossen en grassen. Een belangrijke positieve ontwikkeling zou zijn dat de neerslag van deze stoffen drastisch omlaag gaat. Wat ik erg hoop is dat met het bevorderen van het open, grijze duin zoals dat momenteel bij het Lange Vlak ten noorden van Bergen aan Zee plaatsvindt, de duinviooltjes en zandblauwtjes zich ook daar weer gaan thuisvoelen. Daarmee trek je, zoals ook hier in de Meeuwenlekken is gebeurd, weer allerlei insectensoorten aan. Maar… daar moet je wel even geduld voor hebben, we kunnen ons na een zware periode niet van de ene op de andere dag herpakken. Dat zo’n heftige ingreep in het duingebied positieve gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit is echter wel heel duidelijk.