De Biotopen

De Heebrig kent verschillende biotopen allen afkomstig uit het Limburgse landschap.
Op onderstaande afbeelding zijn de diverse biotopen te zien.
Onder de afbeelding is een lijst te vinden met links voor meer informatie over de desbetreffende biotopen.

a) De Houtwal.
b) Geologische ontsluiting
c) Tussen twee poelen
d) Droge heuvel en akkertje
e) De Veenpoel
f) De Zinkflora
g) Het kalkgrasland
h) Het hellingbos

 

De Houtwal

Rondom de natuurtuin is als begrenzing en beschutting tegen de wind een gordel van bomen en struiken aangeplant. Door regelmatig te snoeien en uit te dunnen blijft de houtwal los van structuur, met hogere bomen en lagere struiken, zodat er lucht en licht in kan doordringen. Er ligt zodoende nogal wat dood hout rond en omdat dood hout als een belangrijk biotoop wordt beschouwd, hoort het ook in een natuurtuin. Als uiterste begrenzing worden zogenaamde houtrillen gemaakt: liggende takken tussen rechtopstaande palen.

 

terug

Geologische ontsluiting

Eens was de Heebrig een grote grindgroeve. Hier aan deze steile helling is daar nog iets van te zien. Aan de voet van de helling ligt het grind dat de Maas hier bijna 2 miljoen jaar geleden heeft gebracht toen zij hier haar bedding had.
Doordat de Eifel en de Ardennen omhoog komen, met 9 mm. per 100 jaar, moest de Maas haar bedding in noordelijke richting verleggen. Onder het grindpakket van 10 meter dikte ligt het kalkgesteente uit de krijtperiode, zo'n 80 miljoen jaar oud.
Bovenop het grind ligt het bekende Löss, die hier tijdens de ijstijd is gebracht, ook kreeg toen het beekdal van de Mechelderbeek, waarin de Heebrig ligt, zijn vorm.

terug

Tussen twee poelen

De poel, half verscholen tussen bomen en struiken, is de oudste. De bodem bestaat uit aangestampte klei, die helaas niet waterdicht is. Hierdoor staat dit poeltje in de zomer vaak droog. Toch is het altijd nog vochtig genoeg om veel moerasplanten te kunnen herbergen.
De grote poel is in 1997 aangelegd door het IKL. Van de rubberfolie is niets meer te zien, zodat het een zeer natuurlijk vijvertje lijkt. Het is de kraamkamer van kikkers, padden en salamanders, maar ook van 7 soorten libellen soorten. Rondom staan vele soorten moerasplanten. Onder de waterspiegel wemelt het van leven in velerlei vorm, waar wij geen weet van hebben.

terug

Droge Heuvel en akkertje

Uit een grote hoop puin en Mergelblokken is dit heuveltje gemodelleerd. Regenwater kan hier snel in wegzakken, vandaar "droge heuvel". In de praktijk valt het met de droogte wel mee, gezien de uitbundige plantengroei en bloei. Tussen de stenen wonen levendbarende hagedissen, met wat geluk kunt u ze zien zonnebaden.
Naast de droge heuvel ligt een klein akkertje. Hier groeien akkeronkruiden, die door de moderne landbouwmethoden vrijwel zijn uitgestorven. Enkele soorten die u kunt aantreffen zijn: Korenbloemen, Klaprozen, Bolderik en nog vele anderen. Ook de houtstapel is bedoeld als leefgebied voor een veelheid van organismen.

terug

De Veenpoel

In deze grote poel is turf gestort om een heidevegetatie te laten ontstaan met in het natste deel de ontwikkeling van veenmos. Ook deze poel valt regelmatig droog, waardoor het veenmos afsterft en het veen tot potgrond verteerd wordt.
Wat wel mooi te zien is, is de zonering van droog aan de rand tot vochtig in het midden. De bloeiende heide geeft een bijzonder effect van de natuurtuin die toch Heiberg: verbastert tot Heebrig heet.

terug

De Zinkflora

Ongeveer 40 ton Belgische zinkertsslakken waren ervoor nodig om op dit terreingedeelte de unieke Zuidlimburgse zinkflora te doen ontstaan. Door de overbemesting van de laatste jaren komen deze planten in hun oorspronkelijke leefgebied niet of nauwelijks meer voor. Juist de combinatie van arme grond, verweerde zandsteen uit het Carboon langs de Geul en de giftige zware metalen, zoals zink en lood, aangevoerd met het water van de Geul is voor deze planten onontbeerlijk.
U vindt het beroemde Zinkviooltje, het Zinkelgelsgras en de Zinkblaassilene. Het blauwgroene gras tussen de bloemen is een bijzondere, aan het zink aangepaste vorm van Schapegras.

       
       

terug

Het Kalkgrasland

De Limburgse flora dankt haar rijkdom niet in de laatste plaats aan de plaatselijke ruime aanwezigheid van kalk in de bodem. De kalk die in Limburg aan het oppervlakte komt, ontstond tijdens de geologische periode van het Bovenkrijt, circa 100 tot 65 miljoen jaar geleden.
Kalkgrasvegetaties danken hun ontstaan aan de eeuwenlange begrazing van hellingen door schapen.
Om te voorkomen, dat het oorspronkelijke bos zijn plaats weer inneemt zijn nu beheersmaatregelen nodig, die veelal mechanisch worden uitgevoerd. Om de bodem schraal te houden, wordt het maaisel afgevoerd. De fraaiste voorbeelden van typische kalkgrasvegetaties blijken veelal gesitueerd op hellingen, die naar het zuiden en oosten zijn gericht. Dit betekent dat de temperatuur er hoog kan oplopen. Anderzijds koelt de open helling 's nachts wel eens flink af. Kalkgrond is bovendien doorlatend voor water en heeft daardoor meestal een lage vochtigheidsgraad.
Al deze factoren dragen ertoe bij dat een plant om te overleven over speciale eigenschappen moet beschikken die het haar mogelijk maken langdurig droogte- en warmteperiodes zonder schade te doorstaan. Planten die van deze leefgemeenschap deel uitmaken zijn onder andere: de langgesteende Agrimonie, de Wilde Marjolein, het Rapunzelklokje, Rol- en Wondklaver, diverse soorten van het halfparasiet Ratelaar en het rijk bloeiende Kruipend Stalkruid.

terug

Het Hellingbos

Dit bos zou u eens in het voorjaar moeten zien. De voorjaarsbloei in een Zuid Limburgs bos is een aparte ervaring.
Vooral op deze vruchtbare leemgrond groeit een zeer soortenrijke bosflora nog voordat de bomen hun bladerendak sluiten. In de zomer is daar niet veel meer van te zien. Er is in dit bosje sinds de aanleg in 1975 veel gekapt en uitgedund. Slechts enkele fraaie bomen zijn gespaard waardoor deze zich wel beter konden ontwikkelen.

terug