Buiten valt altijd iets te ontdekken

Al zwaaiend komt Viola (9) aangerend bij bezoekerscentrum De Veenweiden. Ze heeft haar hondje Freddie meegenomen. ‘Hij is heel lief’, zegt ze vrolijk. Vandaag is Viola even de IVN-natuurgids. Die rol is haar wel toevertrouwd: ze kent deze plek goed en weet precies wat ze allemaal wil laten zien. ‘Het is wel supergaaf hier in de natuur, vind ik zelf.’

‘Zullen we gaan?’ Viola is er klaar voor. We zijn nog maar net op pad of Viola wijst het eerste aan: het grote insectenhotel achter het bezoekersgebouw. Ze laat zien waar lieveheersbeestjes kunnen zitten en wijst op een verborgen luikje aan de zijkant. ‘Als je dit openmaakt, kun je de bijen zien zitten.’ Veel insecten laten zich vandaag niet zien, maar dat lijkt Viola weinig uit te maken. ‘Kom, we gaan naar de volgende plek.’

Eens per maand komt Viola hier met de Fladderaars van IVN Alphen aan den Rijn. Ze ontdekte De Veenweiden een paar jaar geleden, toen ze met haar vader meeging naar een jubileum van IVN en mocht helpen de taart aan te snijden. Haar vader dacht dat de Fladderaars misschien ook wel iets voor haar waren. Inmiddels weet Viola het zeker: ‘Ik zou tegen andere kinderen zeggen: kom ook vooral bij IVN.’

Kind knielt bij een hond op een omgevallen boomstam in een groene omgeving.

Natuurgids in de dop

We lopen verder en zien een grote boog met daarop ‘het speelbos’ gekerfd. We lopen eronderdoor, het schaduwrijke bosje in. Viola klautert meteen over grote takken. Ze bekijkt de hutten die andere kinderen hebben gebouwd en gluurt naar binnen. ‘Kijk, het ziet er supergezellig uit.’

Dan valt haar oog op een paddenstoel. Ze probeert er een stukje vanaf te krijgen. Dat valt nog niet mee. Als het eindelijk lukt, draait ze het om en gaat met haar vingers langs de onderkant. ‘Kijk, hier zitten allemaal zaadjes in’, vertelt ze. ‘Wist je trouwens dat paddenstoelen en bomen onder de grond met elkaar verbonden zijn?’ Viola wijst van de ene boom naar de andere. ‘En die boom wil praten met die boom.’ Onder haar voeten, vertelt ze, lopen allemaal draden die signalen kunnen doorgeven.

Zo fladdert Viola van de ene ontdekking naar de andere. Van paddenstoelen naar vogels, van bomen naar insecten. Hoe langer we lopen, hoe meer ze te vertellen heeft. Veel leert ze bij de Fladderaars, maar ook uit boeken en natuurprogramma’s. En natuurlijk door zelf goed te kijken.

Met je handen in de natuur

Bij de Fladderaars kijkt Viola niet alleen naar de natuur. Ze doet er vooral iets mee. Zo maakte ze al eens kruidenboter van brandnetels. En ze weet precies hoe je die moet plukken zonder geprikt te worden. ‘Je pakt ze het beste van onder naar boven, met de haartjes mee.’

Nog leuker vindt ze het om kunstwerkjes te maken van wat ze buiten vindt. Takken, blaadjes, bloemen: er is altijd wel iets van te maken. En soms hoeft er helemaal niets gemaakt te worden. Dan kan een beetje in de aarde peuteren ook al genoeg zijn.

‘Je knutselt dingen met de natuur, je maakt dingen.
Het is gewoon superleuk.’

Meisje met bril poseert voor bijenhotel van natuurlijk materiaal in zonlicht.

‘Saai, stomme tegels’

Dat peuteren doet Viola zelfs op haar schoolplein. Veel groen is daar alleen niet te vinden. Vooral tegels. Viola hoeft niet lang na te denken over wat ze daarvan vindt: ‘Saai, stomme tegels.’

Toch weet ze ook daar de natuur te vinden. Achter wat struiken ligt langs het hek een smalle strook aarde. Zaadjes die van bomen uit de buurt op het plein waaien, stopt Viola daar in de grond. Een keer plantte ze er een zaadje dat inmiddels is uitgegroeid tot een klein boompje. Terwijl ze vertelt, laat ze met haar handen zien hoe groot het ongeveer is.

Als Viola haar schoolplein zelf mocht ontwerpen, zou ze het wel weten. ‘Met heel veel groen, dat sowieso.’ In het midden ziet ze een grote tuin voor zich, daaromheen ruimte om te fietsen, een grasveld, een voetbalveldje en planten. Heel veel planten. ‘Bijna echt overal.’ Een paar tegels mogen trouwens best blijven. Je moet natuurlijk ook nog ergens kunnen lopen.

Kind op een boomstronk wijst naar iets in het bos, omringd door groene bomen.

Buiten leer je anders

Op school leert Viola ook over de natuur. Dat gebeurt vaak binnen, op een Chromebook, al gaat de klas ook naar buiten. Zo trekken de kinderen ieder jaar met een IVN-begeleider het Bentwoud in en staat ook Avifauna op het programma. Maar als het aan Viola ligt, kan ze niet vaak genoeg buiten les krijgen.

Tijdens ons rondje door De Veenweiden is wel te zien waarom. Bij een boom begint ze over jaarringen. Een paardenbloem brengt haar op het verhaal van bloem tot pluisbol. Hoe langer we lopen, hoe meer Viola te vertellen heeft. Hier kan ze haar nieuwsgierigheid helemaal kwijt.

Wat ze later wil worden, weet ze nog niet. Dat hoeft ook nog lang niet. Maar voor natuurgids heeft ze vandaag alvast een aardige proefronde gedraaid.

Kind in een hut van houten takken in een bosrijke omgeving.

De kracht van natuurbeleving

In onze mooiste herinneringen speelt natuur vaak een hoofdrol. Beestjes zoeken, hutten bouwen of klimmen in een hoge boom. Urenlang de natuur ontdekken. 

Ook de kinderen van nu hebben die verbinding met natuur nodig. Daarom maken groene schoolpleinen zo’n verschil: ze geven kinderen elke schooldag de ruimte om de natuur te ontdekken, te spelen en op avontuur te gaan.