Insecten en bodemdieren
Ode aan de bruine winterjuffer
Bijna alle juffers en libellen brengen de winter door als eitje of larve. Slechts twee soorten overleven de winter als volwassen juffer: de bruine winterjuffer en de noordse winterjuffer. De bruine winterjuffer komt in bijna heel Nederland voor. De noordse winterjuffer is zeldzamer. De bruine winterjuffer valt bijna niet op in de winter. Het diertje is bruin en schuilt tussen afgestorven planten die dan eenzelfde soort kleur hebben. Dat doen ze bijvoorbeeld in planten aan de waterkant,maar ook in je tuin. Een belangrijke reden dus om in de winter uitgebloeide planten zoveel mogelijk te laten staan.
Bruine winterjuffers blijven in de winter maandenlang stilzitten. Als het heeft gevroren zijn de juffers bedekt met ijskristallen. Dat overleven ze omdat ze een soort antivries in hun lichaam hebben. Bij temperaturen tot ongeveer min 15 graden kunnen ze overleven. Als het opwarmt worden ze weer actief, soms al vanaf
februari. Bruine winterjuffers kunnen iets wat andere juffers niet kunnen: ze vouwen alle vier hun vleugels aan één kant van het lichaam bij elkaar, zo kunnen
ze sneller opwarmen als het koud is.
In het voorjaar vliegt de bruine winterjuffer richting het water om te paren en eitjes te leggen. Die legt ze meestal op drijvende planten en stengels. Uit de eitjes komen larven die een aantal keer vervellen. De laatste vervelling wordt ook wel uitsluiping genoemd, dan verschijnt de volwassen juffer. Dat is tussen juli en oktober.
Bron: De Vlinderstichting
Mens & Natuur magazine
