Man in tuin met gebreide trui en camera, omringd door planten en een huis op de achtergrond.

Duizend soorten in je tuin

In Mijn 1000 soortentuin legt bioloog Luc Hoogenstein uit hoe zelfs het kleinste stadstuintje een oase vol biodiversiteit kan zijn. Maar om met wijlen filosoof Cruijff te spreken: ‘Je krijgt het pas door als je het ziet!’

Met alle respect, maar het is maar een heel gemiddeld tuintje. Een stuk of 25 vierkante meters in de Utrechtse wijk Lunetten, meer is het niet. Toch is dat de plek waar de afgelopen jaren met speels gemak records werden gevestigd. Binnen één coronajaar vond bioloog Luc Hoogenstein er bijvoorbeeld meer dan duizend plant- en diersoorten. En omdat zijn vrouw het langste strootje trok, en er op een mooie avond in de ‘corona-lente’ van 2021 pizza werd besteld in plaats de Indiase curry die híj had gewild, ontdekte Hoogenstein in zijn stadstuintje ook nog even een nieuwe insectensoort voor Nederland!

Hoe ontdek je een nieuw insect via pizza?!
‘Het had vooral met het toeval te maken. We hadden dus geen zin in koken en het werd op verzoek van mijn vrouw pizza. Toen ik de lege dozen na het eten naar het afval bracht, bedacht ik dat insectenonderzoekers vaak aan struiken of bomen schudden om alles wat eruit valt in een omgekeerde paraplu op te vangen. De pizzadoos was een mooi alternatief, bedacht ik. Tussen alle insecten die uit een van onze struiken in de doos belandden, viel al heel snel een oranje beestje op, ter grootte van een fruitvlieg, met prachtige groene ogen. Ik wist niet wat het was, dus stuurde een foto op naar een expertgroep op Facebook. Die antwoordden bijna per omgaande met een felicitatie: ik had een nieuwe soort voor Nederland ontdekt. De sluipwesp Microterys seyon was kort daarvoor ook al in België ontdekt.’

Zou dat echt een nieuwe soort voor Nederland zijn geweest of was het vooral toeval?
‘Eerlijk? Dat laatste natuurlijk! Sinds ik deze soort voor het eerst in Nederland ontdekte, is hij binnen een maand op tenminste acht andere plekken in het land ook gevonden. Het is dus echt niet zo dat mijn tuin of die struik nou zo bijzonder is. Het is vooral dat ik op dat moment bedacht om daar eens heel goed te gaan zoeken; een ‘waarnemerseffect’ in het jargon van de natuuronderzoekers. Maar dat is dan meteen ook een van de belangrijke boodschappen van mijn boek. Als je goed gaat kijken, kun je op de meest gewone plekken de meest onverwachte natuur tegenkomen.’

Jij besloot als enigszins gefrustreerd, thuiswerkend boswachter bij Natuurmonumenten tijdens corona, om jouw tuin tot een onderzoeksterrein te maken. Zijn die ‘duizend soorten’ uit de titel van het boek dat daaruit voortkwam een metafoor, of heb je ze echt geteld?
‘Ha, die duizend soorten had ik ruim voor het eind van het jaar al echt geteld hoor! En dan had ik me nog beperkt tot alle zichtbare soorten. Als je alle bacteriën en andere micro-organismen ook nog mee zou tellen, dan heb ik echt een ‘duizenden soorten tuin’. En ik niet alleen. In ieder perkje, op iedere tak, op iedere struik, in iedere laag met dode blaadjes zitten de meest geweldige soorten verstopt. Je hoeft ze alleen maar te vinden.’

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd van dat eerste expeditiejaar in jouw stadstuintje?
‘Ik heb vooral ontdekt hoe weinig ik wist van de natuur. Slankpootvliegen? Nooit van gehoord! Nachtvlinders? Daar bleken er 2600 soorten van rond te vliegen in ons land. Er is echt een wereld voor mij opengegaan. En die sensatie gun ik iedereen. Ga gewoon maar eens een tijdje stilzitten bij een bloem en wacht op het moment dat alle beestjes die voor jou zijn gevlucht weer tevoorschijn komen. Kijk ook gewoon eens onder je deurmat. Daar ontdekte ik een half jaar terug nog de grote schorscelspin, een zeer zeldzame soort die vooral in Zuid-Limburg voorkomt… en dus onder een deurmat in Lunetten. Nou is zo’n spin misschien niet de beste ambassadeur voor een beginnend liefhebber van stadsnatuur, maar bijvoorbeeld het bont zandoogje is dat wel. Toen ik mijn buurvrouw vertelde dat die ‘spelende’ vlindertjes in haar tuin eigenlijk met een fel territoriumgevecht bezig zijn, begon bij haar ook een aanstekelijk soort fascinatie los te komen. Sindsdien vertelt ze mij ook regelmatig wat ze heeft gezien in haar tuintje.’

Krijg je ook niet af en toe weerstand, van mensen die niets moeten hebben van die ‘kriebelbeestjes’?
‘Dat valt nogal mee. De grootste weerstand kreeg ik vorig najaar voor mijn kiezen, toen een ambtenaar van de gemeente al die ‘rommel’ in het perk voor mijn huis rigoureus kwam afmaaien. ‘Dat had toch helemaal niets met natuur te maken?’ De halve buurt liep toen verontwaardigd uit. Het resultaat was een welgemeend excuus van de gemeente en een verbeterd beleid voor bewoners die hun eigen stukje openbaar groen willen onderhouden. Ook daar is dus iets goeds uitgekomen!’

Na het boek is er ook een film over stadsnatuur gekomen en nu ga je vanaf het najaar zelfs het theater in. Wat is daar je boodschap?
‘Ik open mijn “theatercollege” Stadssafari met filmbeelden van André Kuipers uit de ruimte. We zoomen dan heel snel in op Lunetten om in mijn kleine tuintje te eindigen, maar dan diep in de bodem. Want daar begint alles. In de loop van de avond werken we toe naar een ‘tuin van de toekomst’. Het mooie van die tuin van de toekomst is, dat het een doodgewoon stadstuintje blijkt te zijn, zoals die van mij. Ik hoop dat iedereen dan in opperste verbazing de zaal verlaat. Als dát al de tuin van de toekomst kan zijn?! Dan kan die van mij dat ook zijn! Ja, dat kan! Al die stadstuintjes samen, die vormen met z’n allen een archipel van natuurlijke eilandjes in de steden. En die kunnen misschien wel net zo waardevol zijn als om het even welk beschermd Natura 2000-gebied.

Zolang je de tuin tenminste niet helemaal betegelt natuurlijk. Maar hopelijk kan ik de fascinatie bij mijn publiek zó sterk aanwakkeren, dat iedereen die tegels de tuin uit wipt!’

Speuren in eigen tuin
In je tuin of op je balkon is meer leven dan je denkt. Ga net als Luc eens op zoek naar wat je allemaal kunt vinden. De app ObsIdentify kan je op weg helpen met determineren. Kijk voor meer inspiratie op ivn.nl/bioblitzen

Cursus De Levende Tuin
Wil je weten hoe je meer leven aantrekt in je tuin of op je balkon? Volg dan de IVN Natuurcursus De Levende Tuin. In deze online cursus leer je stap voor stap hoe je jouw tuin of balkon natuurvriendelijk maakt. Meld je aan via ivn.nl/delevendetuin

Tekst: Rob Buiter
Foto’s: Mathilde Lawalata

Mens & Natuur magazine

mens_en_natuur_magazinesDit artikel verscheen eerder in de lente editie van Mens & Natuur magazine 2026. Wil je ook het Mens & Natuur Magazine ontvangen? Voor € 25 per jaar ben je al lid van IVN en ontvang je 4x per jaar ons magazine en kun je gratis of met korting deelnemen aan onze activiteiten, cursussen en workshops.

Ja, ik word lid

Deel deze pagina