De basis op orde
Basiskwaliteit Natuur is een idee dat moet zorgen voor een doorbraak in de natuurbescherming in Nederland. ‘Ik denk dat dit het ei van Columbus is.’
Het is een onrustbarende constatering: terwijl we bezig waren bijzondere soorten in bijzondere natuurgebieden te beschermen, verdwenen achter onze rug om de algemene soorten buiten de natuurgebieden. Langzaam maar gestaag, en lange tijd ongezien. Doodgewone soorten, waar niemand zich ooit om bekommerde, zoals huismus, spreeuw, egel of konijn. Hoe kun je natuur beschermen als de basis niet op orde is?
Vanuit die vraag werd het idee van ‘Basiskwaliteit Natuur’ geboren: welke omstandigheden zijn nodig voor gewone dier- en plantensoorten om zich in een bepaald gebied te kunnen handhaven? In een paar jaar tijd is het omarmd door talloze natuurorganisaties in Nederland, waarvan er zes (inclusief IVN) samenwerken onder de naam Groene Bondgenoten.
Het concept is ontwikkeld bij Vogelbescherming Nederland. ‘Mijn collega Robert Kwak en anderen waren rond 2020 de grondleggers’, zegt Frank Velthuizen, programmanager Groene Bondgenoten en werkzaam bij de Vogelbescherming. ‘Ze zagen dat over de jaren de populaties van soorten die ooit algemeen waren, steeds verder slonken. Ze verdwenen letterlijk uit beeld.’ In 2021 verscheen het boek ‘Vogels in hun domein’ van Robert Kwak en Jip Louwe Kooijmans, dat van alle biotopen en landschapstypen in Nederland beschreef welke vogelsoorten je daar zou mogen verwachten. ‘Dát is eigenlijk de kerngedachte van Basiskwaliteit Natuur: welke soorten zouden hier in dit gebied moeten voorkomen.’

Natuurarmoedegrens
In natuurgebieden kun je spreken van ‘rijke natuur’, maar die kan alleen bestaan als de natuur om die gebieden heen ook een zeker ‘basisniveau’ haalt. ‘Alles wat onder die basisnatuur zit, kan je natuurarmoede noemen’, zegt Velthuizen. ‘Daar moeten we uit zien te komen. De uitdaging is om in zoveel mogelijk gebieden door die natuurarmoedegrens omhoog te breken.’ Daarvoor moet aan drie voorwaarden worden voldaan, die de pijlers onder het concept van Basiskwaliteit Natuur vormen: abiotiek, inrichting en beheer.
‘Onder abiotiek valt de kwaliteit van de niet-levende elementen, zoals een schone bodem, lucht en water. Bij de inrichting van gebieden kun je denken aan verbindingszones tussen het groen, inheemse beplanting, landschapselementen en variatie, en bij beheer gaat het om natuurvriendelijk en duurzaam onderhoud van een gebied.’ Het idee is dat als die drie elementen op orde zijn, soorten vanzelf weer terugkomen naar hun voormalige leefgebieden.
‘Op soorten heb je geen directe invloed, wel op het gebied. En een gebied kan van alles zijn: een poel, een stuk bos, een tuin, een berm, een straat. Werken vanuit deze visie betekent dat je acties bedenkt voor landschapsherstel en monitort of de soorten die horen bij dat gebied en landschap weer terugkeren.’
Vertellers, tellers, bellers en herstellers
De afgelopen jaren is het concept Basiskwaliteit Natuur breed omarmd door veel meer natuurorganisaties dan alleen de Vogelbescherming. Want ook bij andere diergroepen, zoals insecten, amfibieën en zoogdieren doet zich de sluipende achteruitgang van ooit algemene soorten voor. Velthuizen: ‘Aanvankelijk gaven natuurorganisaties, gemeenten en adviesbureaus allemaal een eigen invulling aan wat er onder basiskwaliteit werd begrepen. In 2023 kwam het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur met de programmatische aanpak Basiskwaliteit Natuur en stelde ook financiering beschikbaar. Maar dan moesten de natuurorganisaties wel allemaal hetzelfde concept hanteren.’
Daarom kwam het goed uit dat zes natuurorganisaties – de Vogelbescherming, LandschappenNL, de Natuur- en Milieufederaties, SoortenNL, KNNV en IVN – zich hadden verenigd in het samenwerkingsverband Groene Bondgenoten. ‘Het gezamenlijke doel is het realiseren van die Basiskwaliteit Natuur’, zegt Velthuizen, ‘en daarbij brengt elke organisatie zijn eigen expertise en benadering in. Een beetje gechargeerd: IVN richt zich op natuureducatie, dus dat zijn de vertellers. SoortenNL heeft de tellers die soorten monitoren. De Natuur- en Milieufederaties zijn de bellers: belangenbehartigers en beleidsbeïnvloeders, en de Landschappen zijn de herstellers.
Om de natuur in Nederland erbovenop te helpen hebben we al die benaderingen en expertisen nodig.’ Henny Olthof van IVN Wijk bij Duurstede was een van de eerste IVN’ers die zich bezighield met Basiskwaliteit Natuur. ‘In 2023 werd ik gevraagd voor de kerngroep Groene Bondgenoten. Ik kwam terug bij IVN met allemaal verhalen over dit nieuwe idee. Hoe mijn collega’s erop reageerden? Het klonk iedereen eigenlijk heel logisch in de oren.
Veel van de dingen die we bij IVN doen, kwamen de Basiskwaliteit Natuur al ten goede. Denk aan het vergroenen van schoolpleinen, bedrijventerreinen, Tiny Forests, Tuiny Forests.’ Volgens Olthof is het waardevol dat al die activiteiten nu onder één noemer begrepen kunnen worden. ‘Alles valt ermee op zijn plek. Waarom we uilen tellen, of wilgen knotten, of nestkasten maken.’
Invloed op beleid
Volgens Olthof heeft IVN het concept inmiddels behoorlijk geadopteerd. ‘Ik zit bij Groene Bondgenoten in de “jury” die aanvragen voor het Stimuleringsfonds beoordeelt, en bijna een kwart daarvan komt van IVN’ers. Ideeën voor bijenburchten, vlinderidylles, voedselbossen, wijktuinen. We krijgen ook aanvragen van scholen, kinderboerderijen, gemeenten, buurtinitiatieven, zorginstellingen, en nog veel meer. We kunnen 1.000 euro per aanvraag honoreren, en vereist is dat er sprake is van samenwerking tussen vrijwilligersgroepen en organisaties.’ Bij IVN Wijk bij Duurstede is Olthof coördinator van de werkgroep Groenberaad, die probeert overheidsbeleid zodanig te beïnvloeden dat de natuur profiteert.
Ook hier heeft Basiskwaliteit Natuur een rol. ‘We zijn nu voor het eerst door de gemeente gevraagd om te komen meedenken over hoe ze dat idee in hun beleid kunnen meenemen. Dat beschouw ik als een heel belangrijke stap.’ Ook in andere gemeenten vindt deze ontwikkeling plaats. ‘In Goirle, Hilvarenbeek en Oisterwijk is in 2020 een motie geaccepteerd om Basiskwaliteit Natuur uitgangspunt van het natuurbeleid te laten zijn’, zegt Anjo Roorda, die destijds met andere vrijwilligers de conceptmotie schreef. Hij kan een van de pioniers genoemd worden. ‘In 2019 leerden we van deze benadering via de Vogelbescherming en organiseerden we er al een conferentie over voor gemeenten. Het was toen nog best moeilijk uit te leggen, maar iedereen begreep wel dat je geen rijke biodiversiteit in natuurgebieden kunt handhaven als de natuur daarbuiten verpietert.’
Toekomst
De laatste jaren ziet Roorda de benadering een hoge vlucht nemen. ‘Sinds 2023 ben ik er echt druk mee, en begin dit jaar heb ik met die drie gemeenten en Tilburg de Brabantse Alliantie Basiskwaliteit Natuur tot stand gebracht.’ Roorda is procescoördinator voor dit samenwerkingsverband van zestien partijen, waaronder overheden, waterschappen en natuurorganisaties. IVN Oisterwijk doet ook mee, IVN Brabant sluit zich binnenkort aan.
‘Basiskwaliteit Natuur is heel geschikt om samenwerkingsverbanden mee te smeden. Het is een soort vlag waaronder partijen zich kunnen scharen om samen te werken’, zegt Roorda. ‘De meerwaarde van zo’n gedeeld concept – waarbij de rol van vrijwilligers, monitoring en data belangrijk zijn – is dat je allemaal op dezelfde manier naar landschappen kijkt. We hebben het allemaal over hetzelfde.’ In de Brabantse aanpak ligt het initiatief bij natuurvrijwilligers. Een van de concrete projecten waar de Alliantie bij samenwerkt is gebaseerd op een analyse van een gebied met drie beken nabij Hilvarenbeek, gedaan door een deskundige vrijwilliger.
‘Hier hopen we met alle betrokkenen de loop van beken te herstellen, natuurvriendelijke oevers en nieuwe aanplant te realiseren. Daarnaast loopt in Oisterwijk een project Oostflank dat ruimte moet bieden aan woningbouw én natuur. Hier willen we Basiskwaliteit Natuur inpassen in de gebiedsontwikkeling.’
Heeft hij nog een tip voor mensen die ook in actie willen komen? ‘Wacht nergens op. Begin gewoon. Definieer een interessant gebied, betrek alle belanghebbenden, en ga aan de slag.’ Is Basiskwaliteit Natuur de toekomst van natuurbescherming? ‘Absoluut. Hier zijn we de komende vijftien jaar wel mee bezig. Ook omdat de overheid nu inziet dat het een instrument is waarmee ze kan voldoen aan Europese en nationale verplichtingen rond natuurbehoud. Zoals de Kaderrichtlijn Water. Ik denk dat je Basiskwaliteit Natuur wel het ei van Columbus kunt noemen.’
Drie doorbraken
Groene Bondgenoten wil rondom Basiskwaliteit Natuur een beweging opbouwen om de natuurbescherming in Nederland te transformeren. ‘Op drie gebieden zijn doorbraken nodig’, zegt Frank Velthuizen. ‘Een maatschappelijke doorbraak, waardoor mensen gaan inzien hoe slecht het gaat met de biodiversiteit en willen helpen om het tij te keren.
Een politieke doorbraak, waarbij Basiskwaliteit Natuur de minimale norm is voor Omgevingsvisies. En een sectorale doorbraak, waarmee agrariërs overstappen naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering.’ De ambitie van Groene Bondgenoten is dat in 2035 in élke Nederlandse gemeente mensen bezig zijn een Basiskwaliteit Natuur voor elkaar te krijgen. ‘En onze droom is dat in 2050 de biodiversiteit weer floreert en we uit de natuurarmoede zijn.
Natuurherstel is een kwestie van de langere adem, je ziet pas na jaren resultaat. Maar we weten dat het kan. Er gebeurt van alles rond deze benadering, we raken duidelijk een snaar.’ Ook Henny Olthof meent dat de aanpak rond Basiskwaliteit Natuur een ‘gamechanger’ is. ‘Vooral omdat alle natuurorganisaties dan als het ware dezelfde taal spreken. Van oudsher zijn de Nederlandse organisaties behoorlijk versnipperd. De ene komt op voor vlinders, de andere voor reptielen, weer een ander voor een specifiek gebied. Maar juist in de natuur is alles met elkaar verbonden.
Dus je aanpak moet ook zo zijn. Het is een doorbraak dat we nu naar het hele systeem van de natuur kijken, met alle interacties en onderlinge afhankelijkheden tussen dieren, planten, water, bodem en noem maar op. Nu is het zaak om Nederland in beweging te krijgen voor Basiskwaliteit Natuur.’
Tekst: Paul Q de Vries
Illustraties: Marike Knaapen
Mens & Natuur magazine




