Jonkers en juffers
Tijdens een avondwandeling half mei langs de Berkel zagen we ze: de eerste o zo wonderschone weidebeekjuffers.
Weidebeek of bosbeek?
Vraag ik mij bij andere juffers en libellen vaak af met welke soort ik van doen heb, bij weidebeekjuffers leidt het geen twijfel. Nou ja, je kunt ze verwarren met de bosbeekjuffer, maar daarvan zij de vleugels wat breder en donkerder en ze zijn in hun geheel wat kleiner dan de weidebeekjuffer. En bosbeekjuffers vertonen zich in de Achterhoek sporadisch. De mannelijke weidebeekjuffer – ik noem ze ‘weidebeekjonkers’: fluorescerend metaalglanzend blauw met zwarte vlekken op de vleugels. De weidebeekjufferjuffers doen het wat bescheidener met hun goudgroene lijf en achterlijf, maar zijn zeker ook bewonderenswaardig. De foto’s zeggen verder genoeg.
Samen eten, samen slapen
Zoals met veel soorten boffen we in het oosten van het land dat ook deze soort hier in grote aantallen aanwezig is. Vooral tussen het riet, brandnetels en struikgewas langs onze stromende beken en riviertjes. En het mooie is, weidebeekjuffers zijn nooit alleen. Zie je er een, zoek er dan nog tien. Het zal je geen moeite kosten. Ze overdag in rust observeren en fotograferen is een uitdaging, omdat ze nogal beweeglijk zijn tijdens het jagen op vliegende kleinere, insecten. Maar op een zomeravond tegen schemering of als het wat kouder is, gaan ze er echt voor zitten.
De jonkers zijn er klaar voor
Wat opviel tijdens die avond in mei, was dat er slechts enkele weidebeekjuffers te zien waren en opvallend veel -jonkers. En wat blijkt? Bij veel libellensoorten, waaronder de meeste juffers, sluipen de mannetjes vaak eerder uit dan de vrouwtjes. Ze zijn dan ook al uitgekleurd en geslachtsrijp als de vrouwtjes tevoorschijn komen, wat de kans op paring vergroot. Dat heet proterandrie. Potjandrie!
Tekst en foto’s door: Edith Kuiper

