Dassen lezing druk bezocht
Een lezing over dassen
Dit is een opmerkelijk verslag van een lezing. Schrijfster dezes is nl ook degene die 17 maart 2026 het verhaal over dassen vertelde. Enfin, veel fouten zullen er derhalve niet in komen, want ik kan immers putten uit welbekende bron. En dat gaat over de das. Het vertrouwde zaaltje was behoorlijk vol, dat gaf de burger moed. Aan de hand van een foto/video presentatie, maakten de aanwezigen kennis met de das.
De das is een dier waar velen wel van hebben gehoord, maar slechts weinigen hebben er eentje gezien. Ze zijn erg schuw en verstoringsgevoelig. Das en burcht hebben een beschermde status.
Ze leven in zelf gegraven burchten. Dat zijn ondergrondse bouwsels bestaande uit gangen (pijpen) en kamers, met meerdere etages en tot wel 4 meter diepte. De ruimtes staan in verbinding met elkaar, maar er zijn ook doodlopende pijpen, de zgn vluchtpijpen. Hier kan een das even snel in duiken als er gevaar is. Dassen hebben geen goed zicht, wel een goed gehoor en hun reukvermogen is 700-800 x beter dan dat van een mens. Ze ruiken dus al snel gevaar. De groep (clan) die bij elkaar in één burcht woont, heeft een eigen geur. Zo herkennen ze elkaar. Hun leefomgeving ‘zien’ ze met de neus. Waar wij afhankelijk zijn van paden en wegen, het liefst met bewegwijzering, heeft de das er genoeg aan zijn neus te gebruiken. Zijn wegenkaart is eigenlijk een geurkaart.
Zo’n clan kan bestaan uit 10-12 dassen, van diverse leeftijden. Er zijn altijd een dominant mannetje en vrouwtje, die de boel in het gareel houden. Maar er zijn ook burchten waar maar één of twee dassen wonen. De omvang van de burcht zegt niet alles over de populatie. Gemiddeld 2;3 das per burcht. Dassen zijn wel trouw aan hun burcht. Er zijn burchten gevonden die eeuwenoud zijn en door vele generaties bewoond.
Het dagelijks leven van een das is niet spectaculair. Het zijn nachtdieren, dus overdag brengen ze hun tijd slapend en rustend door in de burcht. Zodra het schemerig wordt gaan ze op pad, want er moet wel gegeten worden. In hun territorium, wat 50-130 ha groot kan zijn, is voldoende voedsel aanwezig. Regenwormen (hoofdmaaltijd), emelten, slakken, nestjes pasgeboren muisjes of ratjes, ze slurpen alles naar binnen wat ze tegenkomen. Dassen zijn geen jagers, daar zijn ze te groot, onhandig en luidruchtig voor.
Dassen gebruiken vaste routes, wissels, op weg naar hun foerageplekken. Met hun bekende hobbelgangetje doorkruisen ze de omgeving. Op foto’s waren deze wissels duidelijk zichtbaar. Ook de zgn. snuitputjes, waar ze met de neus in de grond woelen, en de latrines, de kuiltjes met uitwerpselen erin, verraden de aanwezigheid van de das. Ze zijn zichtbaar en tegelijk onzichtbaar…die raadselachtige dassenfamilie.
Gemiddeld worden er 2-4 dasjes geboren. Dassen hebben een vertraagde innesteling. Dat wil zeggen dat ze jaarrond bevrucht kunnen worden, maar het embryo nestelt zich pas in december in de baarmoeder. Tegen die tijd raken de vetreserves van het vrouwtje op waardoor er een hormoon vrij komt wat zorgt voor de innesteling. In februari, 8 weken later, worden de meeste dasjes geboren.
In deze periode zijn de dassen kwetsbaar. Foeragerende vrouwtjes moeten drie, vier keer terug naar de burcht om de jongen te zogen. Mannetjes willen juist paren, maar zijn tijdelijk de burcht uitgekieperd en sjouwen steeds heen en weer om een poging te wagen. Ze letten niet op wegen en het gevolg is dan ook dat er veel dassen omkomen in het verkeer. In Nederland zijn dat drie dode dassen per dag/nacht. Op een populatie van ongeveer 7000 dassen.
De werkgroep Dassen in Fryslân registreert de aantallen en neemt indien mogelijk contact op met wegbeheerders, terreineigenaren en overheid om te kijken of er wellicht beschermingsmaatregelen kunnen worden getroffen. De werkgroep bestaat uit 20 vrijwilligers die zich ook bezighouden met het monitoren van dassen en burchten. Dit wordt gedaan om inzicht te krijgen in de populatie omvang. Want de leefomgeving van de (beschermde) das staat onder druk door de oprukkende menselijke activiteiten.
Dit was slechts een greep uit de informatie die ik over de aanwezigen heb uitgestort.
Daarnaast kwamen ook de leuke kanten van de das aan de orde. Hoe sociaal ze onderling zijn, hoe ze hun burcht brandschoon houden en hoe ze soms in onhandige situaties terecht komen. Zoals de das die in Lemmer op het strand rende en uren later nabij het centrum uit paniek en angst in de gracht sprong. Gered door een omwonende, gelukkig maar. De diverse filmpjes en foto’s gaven in elk geval een gevarieerd beeld van dit dier wat zo dichtbij ons leeft.
Het was een bijzondere ervaring, de aanwezigen toonden interesse, gaven waardevolle tips en tilden mij een beetje op. Hopelijk weet men nu wat meer over de dassen. Tenslotte nog het verzoek vanuit de werkgroep: ziet u een das, dood of levend, meldt het ons, of bel de meldkamer dierenambulance (088 811 3714). Het betekent veel voor het behoud van de dassen.
Jet Hofstra
Coördinator en meldpunt
Werkgroep Dassen in Fryslân.
06 519 77 451
