Kaart met wegen en velden, centraal label: "178 - 390", nabij Aarle-Rixtelseweg. Insecten en bodemdieren

Wat leeft er op één vierkante kilometer?

Gemert-Bakel 12 mei 2026

Sinds april maakt de Flora & Fauna Verkenner het mogelijk om natuurdata tot op 1×1 kilometer te bekijken. Daardoor wordt zichtbaar wat er leeft in één klein vakje Nederland. Ook in gebieden die op het eerste gezicht stil lijken. In zo’n hok bij Bakel werd onlangs zelfs de 250 miljoenste waarneming in de NDFF gedaan: een klein akkerviooltje dat een groter verhaal vertelt.

Een ogenschijnlijk stil hok

Op de kaart oogt het kilometerhok 178-390 rustig: akkers, zandwegen, een paar bosjes. Een typisch agrarisch gebied waar je op het eerste gezicht denkt dat er weinig wordt ingevoerd. Maar wie de waarnemingen opent, ziet een ander beeld. In de afgelopen jaren zijn vele soorten geregistreerd: van akkerplanten zoals akkerviooltjeakkerkoolduizendblad en gewone spurrie tot pioniersvegetatie als kleine veldkers en knoopkruid. Ook veelvoorkomende insecten zoals het bont zandoogjecitroenvlindervuurwants en zevenstippelig lieveheersbeestje staan in de lijst, net als korstmossen en paddenstoelen die je vaak langs zandwegen vindt. Tussen die ‘gewone’ soorten duiken bovendien Rode‑Lijstsoorten op, zoals de Kleine parelmoervlinder en het Oranje zandoogje.

Martijn van Sluijs, data-analist bij de NDFF: “In dit soort kilometerhokken worden vaak minder soorten gemeld dan er werkelijk voorkomen. Voor sommige soortgroepen is dat effect sterker dan voor andere.” Veel leven blijft onzichtbaar omdat er minder wordt gezocht. Wat we wél weten, komt vooral van mensen die onderweg iets zien en het doorgeven.

De 250 miljoenste waarneming: een klein viooltje met een groot verhaal

Op 1 maart werd in dit hok de 250 miljoenste waarneming in de NDFF ingevoerd: een Akkerviooltje, gevonden door Anton Sijbers (82) uit Bakel. Anton wandelt al zijn hele leven door de natuur. “Ik ben een generalist,” zegt hij. “Vroeger vooral vogels, nu eigenlijk alles. Je ziet altijd wel iets.”

Langs een zandweg tussen twee weilanden — waar asperges en rabarber net opkwamen — viel hem een klein witgeel bloemetje op. “Het bloeide opvallend vroeg.” Thuis bekeek hij de foto’s kritisch. “Ik voer alleen in wat ik bijna zeker weet.” Pas later bleek dat zijn waarneming een nationale mijlpaal was. Eén plantje, één foto, één inwoner — en toch de 250 miljoenste waarneming in de NDFF. Het toont hoe een ogenschijnlijk bescheiden waarneming een groter verhaal zichtbaar maakt over wat er in zo’n kilometerhok gebeurt.

De gemeente: natuurgegevens als kompas voor beheer — ook in landelijke hokken

Voor de gemeente Gemert‑Bakel zijn natuurgegevens onmisbaar, ook in landelijke hokken zoals 178‑390. “Dit soort gebieden lijken misschien rustig, maar ze vertellen veel over de biodiversiteit buiten onze natuurgebieden,” zegt Martijn de Greef, vakspecialist groen, natuur en landschap. “In kilometerhokken waar geen gerichte monitoring plaatsvindt, zoals NEM‑routes, vormen door vrijwilligers ingevoerde waarnemingen een belangrijk deel van de NDFF‑databank. Samen verfijnen ze het ecologisch beeld van zo’n gebied.”

Hoewel de gemeente in dit specifieke hok weinig eigen terrein beheert, zijn de ingevoerde soorten wél betekenisvol. “Akkerplanten, pionierssoorten en zelfs Rode‑Lijstvlinders geven ons inzicht in hoe het agrarisch gebied ervoor staat,” zegt Martijn. “Dat is belangrijk voor het grotere plaatje, want biodiversiteit stopt niet bij de grens van een natuurgebied.”

De gemeente gebruikt natuurgegevens — waaronder NDFF‑gegevens — vooral om beheer te onderbouwen en af te stemmen. Een belangrijk voorbeeld is het ecologisch maaibeheer, waarbij IVN‑vrijwilligers de nectarindex monitoren. De nectarindex is een eenvoudige methode om te meten hoeveel nectar‑rijke planten in een gebied voorkomen, zodat je kunt inschatten hoe aantrekkelijk het is voor insecten zoals bijen, vlinders en zweefvliegen. “Op basis daarvan kunnen we heel gericht sturen,” vertelt Martijn. “Soms betekent dat later maaien, de maaifrequentie aanpassen of bepaalde delen laten staan.”

Een ander concreet voorbeeld komt uit de poelenmonitoring. Vrijwilligers monitoren amfibieën in onze poelen en geven ook aandachtspunten voor het beheer door. Soms moet een poel eerder of juist later dan gepland worden geschoond, soms moeten bepaalde hoeken met hout of ruigte juist blijven staan, omdat daar amfibieën of andere dieren schuilen. “Dat soort aanwijzingen neem ik direct mee in het beheer,” zegt Martijn. “Dat kun je niet uit een kaart halen, dat komt uit lokale kennis.”

Daarnaast werkt Gemert‑Bakel aan een vierjaarlijks rapport Natuurmonitoring, waarbij onder andere NDFF‑gegevens worden gebruikt. Om een vollediger beeld te krijgen van wat er leeft, trends in soorten te ontdekken, beleid te maken of bij te sturen en om het werk van vrijwilligers zichtbaar te maken.

IVN Gemert‑Bakel: ogen en oren in het landschap

In een gebied waar niet overal even veel wordt gezocht, spelen lokale vrijwilligers een grote rol. De vereniging is al decennialang aanwezig in het landschap. Vrijwilliger Lenie van Hal vertelt hoe breed de activiteiten zijn: jeugdgroepen, plantenwerkgroep, vissen- en amfibieënwerkgroep, vlindergroep, vogelwerkgroep, schoolgidsen en natuurgidsen.

“Het gaat ons om natuurbeleving,” zegt ze. “Als mensen zelf ontdekken wat er groeit en leeft, gaan ze anders kijken. Zelfs tussen de akkers vind je verrassend veel.” De plantenwerkgroep monitort onder andere de nectarindex voor de gemeente. “We doen dat met tien mensen, verspreid over de hele gemeente. Vrijwilligers vinden het leuk om ‘hun’ veldje elk jaar te volgen.”

Naar aanleiding van de 250 miljoenste waarneming gaat IVN nu ook dit specifieke kilometerhok inventariseren. “Een paar mensen hebben al gezegd dat ze willen helpen. We zijn er eigenlijk al aan begonnen,” vertelt Lenie. Ze wil in dit hok ook insecten gaan monitoren. Het laat zien hoe één kleine waarneming een beweging op gang kan brengen. En hoe onmisbaar vrijwilligers zijn om zulke gebieden zichtbaar te maken.

Zie ook Wat één stil kilometerhok laat zien

Deel deze pagina