Vogels
Vogel van het kwartaal: De IJsvogel (Alcedo atthis)
Dit kwartaal besteden we aandacht aan de IJsvogel. Een van de mooist gekleurde vogels in Nederland. Op deze plek een korte versie van het artikel. De lange versie is HIER te lezen. IJsvogels vliegen luid roepend, met een scherp hoog geluid, als een blauwe flits laag over het water.
De broedpopulatie van de ijsvogels: 950-1100 (2024). De Staat van Instandhouding van de soort als broedvogel in Nederland is g
unstig. De IJsvogel is een beetje een kleine tot middelgrote gedrongen vogel met een korte staart, een grote kop en puntige lange snavel. De IJsvogel is ongeveer 17-19,5 cm groot inclusief de snavel die ongeveer 4 cm groot is; de spanwijdte van de vleugel is 24 tot 26 cm en het lichaamsgewicht loopt uiteen van 34 tot 44 gram.
Hij is opvallend blauw en oranje gekleurd. Het vrouwtje is aan de basis van de ondersnavel roodgekleurd, bij het mannetje is dit zwart. Beide hebben rode poten. Juveniele IJsvogels hebben zwarte poten en het puntje van de snavel is wit. Vaak zittend op een laaghangende tak langs helder water of laag in het riet loerend naar visjes, libellenlarven, kevers en allerlei waterinsecten. Vissen beslaan meer dan 75% van het dieet.
De IJsvogels broeden in zandige steile oeverranden, in wortelkluiten van omgevallen bomen (die soms behoorlijk ver van het water liggen), in afgekalfde oevers, in steile slootkanten en ook kunstmatige broedwanden vormen geschikte nestplaatsen.
De ijsvogel broedt vanaf maart/april en heeft meestal twee legsels maar ook ooit drie, als er vroeg in het jaar begonnen is met het eerste legsel. Legselgrootte meestal 6-7 glanzend witte eieren.
Het waterdichte en isolerende verenkleed van de IJsvogel bestaat uit korte, dichte veren die enkele keren per dag gepoetst worden.
Hoewel de naam anders suggereert kunnen IJsvogels slecht tegen koud winterweer omdat ze afhankelijk zijn van open water om te vissen. Als vanwege de vorst het water bevroren is komen ze in de problemen omdat de meeste niet wegtrekken.
De Nederlandse IJsvogels blijven in het broedgebied of zwerven merendeels over korte afstanden rond. De populatie wordt vanaf de nazomer aangevuld door vogels uit het buitenland.
Foto en tekst: Wil de Veer