Paddenstoelen
Fluweelpootje
In de kasteeltuin langs de Kleine Dommel staat een leuk rijtje Knotwilgen. Ze zijn nog niet heel oud, maar hebben al wel een mooie duidelijk herkenbare knot. Afgelopen winter zijn de bomen ook weer geknot, hetgeen duidelijk te zien was aan de lichtgekleurde honinggele restanten van de takken. Wandelend langs deze wilgen viel mijn oog ineens op een iets afwijkende kleur. Ook honinggeel, maar toch niet helemaal, een beetje roodbruin erin. Het bleken Fluweelpootjes te zijn.
Het Gewoon Fluweelpootje is een typische winterpaddenstoel, het groeit vanaf november tot aan maart. De hoed is gemiddeld 5 tot 6 centimeter in doorsnee en een beetje slijmerig. De steel is ongeveer even lang als de hoed in doorsnee, en is bruin tot zwart. Op de steel staan fijne korte haartjes, vandaar de naam Fluweelpootje. De paddenstoel kan goed tegen vorst. Ze groeien in groepjes op dood hout, ze zijn saprotoof zoals dat heet. Blijkbaar zit er in de knot van een Knotwilg, ook al is die nog niet zo oud, voldoende dood hout om de paddenstoeltjes te laten groeien.
Naast het Gewoon Fluweelpootje zijn er nog twee andere soorten. Het Zomer Fluweelpootje, dat groeit in de late nazomer. Nu is het klimaat wel van slag, maar nog niet zodanig, dat het Zomer Fluweelpootje in de winter gevonden kan worden. Echter er is nog het Langsporig Fluweelpootje. Van deze soort – die zeer zeldzaam is – zijn de sporen iets langer dan die van het Gewoon Fluweelpootje. Dat is alleen met een microscoop vast te stellen. De Fluweelpootjes in het park bleken Gewone Fluweelpootjes te zijn.
Harrie Broeksteeg