Boven de grond
Blad
Mijn blaadjes zijn lichtgroen en gelobd. De nerven lopen vanuit één punt naar de rand. Dat noemen we handnervig. Aan de onderkant zijn mijn bladeren behaard. Als je de steel doorbreekt, komt er wit melksap uit. In de herfst kleuren mijn bladeren goudgeel tot rood.
Bloem
Ik bloei in april en mei. Mijn bloemen zijn lichtgroen. Ze vallen niet erg op, maar zijn belangrijk voor veel insecten.
Vrucht of zaad
Mijn vruchten hebben de vorm van vleugeltjes. Als je een afgevallen vleugeltje in de lucht gooit, draait het als een helikoptertje naar beneden.
Voedsel voor dieren
Wel vijftig verschillende soorten insecten kunnen van mijn bloemen en bladeren leven. Vogels en muizen eten mijn vruchtjes.

Binnenkant
Hout
Mijn hout is lichtbruin. Ik kan goed tegen snoeien. Uit oud hout kunnen makkelijk nieuwe takken groeien.
Schuilplaatsen voor dieren
Veel kleine dieren kunnen zich verstoppen op of onder mijn bladeren, op mijn stam of onder de grond.

Onder de grond
Wortels
Mijn wortels groeien breed uit en niet zo diep.
Bodemleven
Mijn blad verteert snel. Daardoor krijgt de bodem voeding. Bodemdiertjes eten het blad en poepen in de bodem. Schimmels zetten dit om in voedingsstoffen. Zo ontstaat een kringloop in de natuur

Bijzonderheden
De naam veldesdoorn verwijst naar het gebruik van de bomen in heggen en houtwallen die vroeger wei- en hooilandjes van elkaar scheidden.

Verdieping
algemeen     Spaanse aak of veldesdoorn
vogels          appelvink, groenling en nog meer vogels
insecten        esdoorntandvlinder, lieveheersbeestjes, bladluis,
rups, zweefvlieg, mineermot, vlinders, witte esdoornmijt, knobbelmijt
schimmels     viltig judasoor en meer
bodemdieren  regenworm, ruwe pissebed, gewone
duizendpoot, grote miljoenpoot, mier