Boven de grond
Blad
Ik heb kleine, ovaalronde blaadjes met een gladde rand.
Bloem
Mijn bloemen zitten vol nectar voor bijen. Ik bloei lang: van mei tot september. Mijn bloemen kunnen zichzelf bestuiven. Ik kan bloemen en besjes tegelijk hebben.
Vrucht of zaad
Mijn bessen groeien in de zomer van groen naar rood en zwart. Ze zijn giftig voor mensen, maar vogels eten ze graag.
Voedsel voor dieren
Rupsen eten mijn bladeren. Bijen komen nectar halen en vogels eten mijn bessen.

Binnenkant
Hout
De schoenmakers maakten van mijn hout kleine houten peggen om zolen aan het bovenleer vast te maken. Ze noemden mijn hout peggehout of pinnekeshout.
Schuilplaatsen voor dieren
Ik sterf vaak gedeeltelijk af. In het dode hout vinden insecten een verstopplaats.

Onder de grond
Wortels
Mijn wortels helpen om de bodem vast te houden. Mijn wortels werken ook samen met schimmels. Deze helpen mij om voedingsstoffen uit de arme zandgrond te halen.
Bodemleven
Mijn bladeren verteren snel. Kleine dieren, schimmels en bacteriën helpen daarbij. Zo komen voedingsstoffen weer vrij in de bodem.

Bijzonderheden
Mijn gedroogde bast en mijn bessen werden vroeger gebruikt als laxeermiddel. Je moet ervan poepen. Daarom kreeg ik de naam vuilboom. Ik kan goed in de schaduw van andere bomen leven en word niet zo groot. Zo zorg ik voor een extra laag in het bos.

Verdieping
algemeen    sporkehout of vuilboom
vogels         koolmees, pimpelmees en meer
insecten     citroenvlinder en álle bestuivende insecten: bijen, hommels, zweefvliegen, kevers
schimmels    –
zoogdieren    muizen