Boven de grond
Blad
Mijn bladeren zijn ovaal en hebben een gladde rand. In de zomer vormen ze een dicht bladerdak. Daardoor komt weinig zonlicht op de bosbodem.
Bloem
Ik heb mannelijke en vrouwelijke bloemetjes. De  mannelijke bloemetjes vallen na de bloei af. Ze lijken op pluizige bolletjes aan een lang, dun steeltje.
Vrucht of zaad
Mijn zaden heten beukennootjes. Ze zitten in kleine, stekelige omhulsels. Die omhulsels noemen we bolsters.
Voedsel voor dieren
Eekhoorns, bosmuizen en boomklevers eten mijn beukennootjes. Rupsen eten van mijn bladeren. Zo help ik dieren aan voedsel.

Binnenkant
Hout
Mijn hout is hard, sterk, licht van kleur en splintert niet. Mensen gebruiken het voor meubels, vloeren en speelgoed.
Schuilplaatsen voor dieren
Vogels vinden tussen mijn takken of in holtes in mijn stam een veilige plek om te broeden. Misschien hoor je daar ooit een bosuil! In een oud bos, als ik dode takken heb of al helemaal dood ben, word ik een woonplek voor insecten en schimmels.

Onder de grond
Bladeren
Mijn bladeren vallen in de herfst op de bodem. Ze worden voedsel voor kleine bodemdiertjes en schimmels. Zo geef ik boven én onder de grond iets terug.
Wortels
Mijn wortels groeien breed uit en liggen vaak vrij dicht onder de grond. Ik kan niet zo goed tegen gegraaf en gestamp rond mijn wortels.
Bodemleven
Mijn wortels houden de bodem vast en nemen water en  voedingsstoffen op. Bij mijn wortels leven schimmels. Zij helpen mij om water en voedingsstoffen te vinden. In ruil  krijgen zij suikers van mij.

Bijzonderheden
Mijn stam kan niet tegen fel zonlicht. Mijn schors is heel dun waardoor het water onder mijn schors gaat koken. Dan heb ik zonnebrand.

Verdieping
algemeen      beuk
vogels           boomklever, vink, keep, pimpelmees, bosuil
Insecten        rupsen van beuken een staart, appeltak
schimmels     amethistzwam, geelwitte russula
zoogdieren    eekhoorn, bosmuis