Illustratie van een geel-zwarte wesp in zijaanzicht, met doorzichtige vleugels. Insecten en bodemdieren

Waardering voor de wesp

Ze hoeven maar over het terras te vliegen en je ziet mensen in paniek raken. Toch zijn ook wespen niet zonder hun bewonderaars. ‘De tijd is rijp om anders naar wespen te gaan kijken.’

Als er een verkiezing zou zijn voor het meest gehate insect, zou de wesp, naast de mug en de kakkerlak, hoge ogen gooien. Google op ‘wespen’ en de kans is groot dat je vooral hits krijgt van ongediertebestrijders en wespenvallen. De slechte naam van wespen is zelfs officieel onderzocht.

In een artikel uit 2019 in het vakblad Ecological Entomology inventariseerden biologen de woorden waarmee wespen en bijen werden omschreven door het publiek. Bijen konden rekenen op termen als ‘honey’, ‘flowers’ en ‘pollination’, wespen moesten het doen met ‘annoying’, ‘pain’ en ‘scary’. Niet voor niets luidt een Duits spreekwoord: ‘God schiep de bij, maar de duivel schiep de wesp’.

Volgens de schrijvers zorgt de slechte naam van de wesp er zelfs voor dat het een impopulair dier is voor wetenschappers om te onderzoeken. Als dieren zo’n eenzijdige en sterke reactie oproepen, is er vaak sprake van een gebrek aan kennis. Gelukkig voor de wesp zijn er mensen die daar wat aan proberen te doen. Neem Yavanna Aartsma, een entomoloog en insectenfotograaf die lezingen over wespen geeft aan IVN-afdelingen en andere geïnteresseerden.

‘Wespen behoren tot de orde van de vliesvleugeligen, samen met hun nauwste verwanten de bijen, hommels en mieren – wespen zijn evolutionair gezien het oudst. Wist je dat er maar liefst zesduizend soorten wespen in Nederland leven? Slechts 15 soorten daarvan zijn sociale wespen.’ Deze sociale wespen maken de bekende grote nesten. In het voorjaar legt de koningin eitjes, waar larven uitkomen die zich verpoppen tot werksters.

Zij gaan eropuit om voedsel – zoals vliegen, muggen en rupsen – te zoeken voor de komende larven en kauwen houtvezels tot pulp waarmee ze een papierachtig nest bouwen. Aan het eind van de zomer komen er ook mannetjes en koninginnen- in-spe bij. Zij vliegen uit, paren met wespen uit andere nesten, en de bevruchte koninginnen zoeken een plekje om te overwinteren. Alle andere wespen uit het nest van dat seizoen gaan dood.

Veel mensen hebben nog nooit gehoord van de meeste soorten sociale wespen, laat staan dat ze er last van hebben: soorten als de Saskische wesp, middelste wesp en Franse veldwesp bijvoorbeeld.

De enige wespensoorten die op onze zoetigheid afkomen, zijn de zogenaamde limonadewespen: de gewone wesp en de Duitse wesp. ‘Het zijn dus onze ervaringen met maar twee soorten waardoor alle wespen een slechte naam hebben’, benadrukt Yavanna.

Negatieve berichtgeving

De meeste wespensoorten leven solitair. Er zijn sluipwespen, die hun eitjes met hun legboor in of op rupsen, larven en andere insecten leggen. Yavanna is
gepromoveerd op het gedrag van zulke parasitaire wespen. ‘Ik onderzocht een schildwesp die eitjes legt in koolwitjesrupsen. Als deze eitjes uitkomen, eten de larfjes de rups van binnenuit op. De rups blijft gewoon dooreten en groeien, maar in plaats van te verpoppen tot vlinder, komen er sluipwespen uit.’

Galwespen doen het weer anders: zij leggen hun eitjes in bomen en planten, die daarop worden gestimuleerd een gal daaromheen te laten groeien. De gal biedt de larve bescherming en voedsel en uiteindelijk komt er een volwassen wesp uit tevoorschijn. Er zijn bladwespen, graafwespen, zandwespen, goudwespen en nog veel meer. Yavanna’s favoriet is de harkwesp: ‘Die heeft mooie, glimmende groene ogen.

Ze vangen dazen en zweefvliegen en brengen die naar hun larven – het is een van weinige solitaire wespen dieaan actieve broedzorg doet. Met hun harkpootjes graven ze de holletjes van de larven open, brengen het voedsel, halen het vuil naar buiten, en graven de gang weer dicht.’ Yavanna ziet de negatieve berichtgeving over wespen met lede ogen aan. ‘Zie je een foto van een wesp op social media, dan schrijft er altijd wel iemand onder: kill it with fire! Er is zoveel onbegrip. Je hoort vaak: “Die wesp heeft me zomaar gestoken!” Ik antwoord dan altijd dat het nooit zomaar is, maar dat je misschien niet weet waarom. De wesp moet zich toch bedreigd hebben gevoeld.’

Mensen weten over het algemeen dat een honingbij maar een keer kan steken (door de weerhaken aan de angel blijft die zitten in de huid waardoor de bij zichzelf bij het wegvliegen verwondt aan de ingewanden) en een wesp meerdere keren. ‘Maar dat wil niet zeggen dat een wesp ook eerder steekt dan een bij. Hommels kunnen net als wespen ook zo vaak steken als ze willen, maar die hebben dan weer het imago koddig en pluizig te zijn.’

‘Wespen zijn niet agressief, maar defensief’

Een wespennest in of om het huis? Mail in plaats van een bestrijder die gif komt spuiten een wespenconsulent van de Wespenstichting. Bijvoorbeeld Regina Oors, die ook nog vrijwilliger bij IVN Nuenen en voorzitter van de sectie Hymenoptera (vliesvleugeligen) van de Nederlandse Entomologische Vereniging is.

‘Ik begin altijd met een inventarisatie: waar zit het nest precies, wat is de vliegrichting, hoe bang zijn de mensen, zijn er kinderen betrokken. Soms lukt het mensen te overtuigen het nest gewoon te laten hangen. Wespen zijn niet agressief, maar defensief. Zolang je het nest met rust laat, is er niets aan de hand. Na één seizoen is het bovendien weer weg, dus eventuele overlast is te overzien. Ik sprak ooit over wespen bij een mevrouw die allergisch was voor wespensteken, maar zij kreeg zoveel vertrouwen dat ze besloot het nest gewoon te laten hangen.’

Een andere oplossing is de vliegrichting van de wespen verleggen. ‘Ik hang een doek op en dan kiezen de wespen een andere route, weg van het huis. Soms helpt een bordje met “let op – wespennest”. Dan doe je niets aan de wespen, maar aan de mensen.’ Uiteraard zijn er ook gevallen waarin er niets anders op zit dan te verplaatsen. ‘Ik trek dan een imkerpak aan, en doe het nest na zonsondergang het nest, als de wespen allemaal thuis zijn, in een speciaal gebouwde kist. Hoornaars zijn ook ’s nachts actief, dus dan mis je er altijd wel wat als je het nest weghaalt.

Dan kom ik terug om die met een netje te vangen. Grondnesten, bijvoorbeeld in een oud muizenhol, kun je ook weghalen; kwestie van zorgvuldig uitgraven. Waar de nesten heen gaan? Gelukkig zijn er veel mensen in ons netwerk die het prima vinden om een wespennest in de tuin te ontvangen, of anders naar rustige plekken in bossen en parken, in overleg met de eigenaar of terreinbeheerder. Je moet een nest altijd minstens drie kilometer verplaatsen anders komen de wespen weer terug.’ Volgens Oors voeren de media elk jaar weer een hetze tegen wespen. ‘Koppen als “Het wordt een hete wespenzomer”. Met zulke berichten vol hel en verdoemenis voed je de haat en angst van mensen voor wespen. Dus gaan ze meppen als er een wesp in de buurt komt. En vaak ook bij een zweefvlieg of wespvlinder.

Als je gaat meppen, kan een wesp haar zusters erbij halen, met geurlokstoffen. Liever bekijk je zo’n diertje nou eens goed. Een wesp eet geen mens dus je bent niet in gevaar. Als ze op het vlees van de barbecue afkomen, zijn ze uit op eiwitten voor het broed. Gaan ze voor frisdrank of bier, aan het eind van de zomer, dan zijn ze met pensioen en zoeken ze voedsel voor zichzelf.’ Hoe houd je wespen uit de buurt? ‘Hang geen wespenval op rond je terras, want daarmee lok je ze juist. Zet in een rustig hoekje van de tuin een voederplank neer met klokhuizen van appels, fruitschillen en beurse pruimen en de wespen leren heel snel dat ze daar moeten zijn en niet ergens anders. Er is prima samen te leven met wespen.’

Fabels en feiten

Wespen kunnen wel wat goede PR voor hun imago gebruiken, en dat is ook precies de doelstelling van de Wespenstichting, die dit jaar vijf jaar bestaat. De stichting is geboren uit een twittercampagne van oprichter en voorzitter Sjoert Fleurke, die besloot alle wespenfabels die hij tegenkwam met feiten te gaan pareren. ‘Als iemand online iets onaardigs zei over wespen, ging ik daar heel wijsneuzerig tegenin met informatieve posts. Dat leverde best veel volgers en bijval op. Het oprichten van een stichting was een logische vervolgstap om op grotere schaal een lans te kunnen breken voor wespen.’ Medewerkers van de Wespenstichting geven lezingen, workshops voor de groendiensten van gemeenten en verzorgen cursussen om zogenaamde wespenconsulenten op te leiden; een diervriendelijk alternatief voor reguliere ongediertebestrijders (zie kader pagina 23).

Waarom voelt Sjoert zich geroepen voor wespen op te komen? ‘Ik was als kind al gek op mieren en andere sociale insecten. Dat zulke kleine beestjes tot zoveel in staat zijn door samen te werken, vond ik fascinerend. Wespen trokken me helemaal, juist omdat ze de reputatie hadden gevaarlijk en ongewenst te zijn. Dat vond ik spannend. En het viel me op dat volwassenen het zo vaak fout hadden als het over wespen ging.

De vader van een vriendje had het kleien nestje van een urntjeswesp weggehaald, want “anders heb je er zo een paar duizend”. Ik wees hem erop dat het een solitaire soort was, maar kreeg te horen: “Daar weet jij niets van, Sjoert.” Die frustratie van toen moet zeker meegespeeld hebben bij het oprichten van de Wespenstichting.’

Nuttige wespen

De stichting verzorgt ook jaarlijks een Wespentelling, dit jaar van 15 tot en met 23 augustus, die net zo werkt als de Tuinvogeltelling. Iedereen kan meedoen, individuele wespen tellen en de resultaten doorgeven via de website van de Wespenstichting. Alle soorten worden geteld, sociale en solitaire wespen. Sjoert: ‘Het is nog te vroeg om op basis van onze gegevens uitspraken te doen over de status van wespen in Nederland. Maar uit andere onderzoeken lijkt het erop dat wespen, net als insecten in het algemeen, in aantallen achteruit gaan.

Pesticiden, klimaatverandering en verlies van leefgebied – het bekende verhaal.’ De vraag of wespen ‘nuttig’ zijn stamt natuurlijk uit een ouderwets, mensgericht wereldbeeld, maar Sjoert krijgt hem toch vaak. Wat kan hij aanvoeren ter verdediging van wespen? ‘Ik wijs er graag op dat wespen, net als bijen, ook bestuivers zijn van planten.

Daarnaast eten ze grote hoeveelheden rupsen en andere insectenlarven die zich tegoed doen aan gewassen en sierplanten, en insecten als muggen en vliegen. Als je een wespennest weghaalt, ben je dus zo een paar duizend van die predatoren kwijt. Ook ruimen ze kadavers op.’ Daarnaast hebben wespen natuurlijk net als alle andere dieren ‘nut’ voor andere soorten in het ecosysteem. ‘De wespendief, steenmarter en das doen zich graag tegoed aan wespenlarven. Volwassen wespen worden gegeten door sommige vogels en spinnen. Zweefvliegen als de stadsreus en de witte reus leggen hun eitjes in wespennesten en de larven leven van het afval daarin.’

Sjoert is ervan overtuigd dat het kan lukken een positiever beeld van wespen over te brengen. ‘De tijd is rijp om anders naar wespen te gaan kijken. Er zijn meer ontwikkelingen: er is nu een Partij voor de Dieren, steeds meer mensen worden veganist. We worden natuurlijk ook dagelijks geconfronteerd met berichten over hoe slecht het gaat met de natuur, en ook met insecten.

Een kentering in ons denken over natuur is mogelijk. Dertig jaar geleden had ik niet hoeven aankomen met mijn verhalen over wespen, maar nu kan het wel.’

Horror-hoornaars?

Waar de gewone wesp al een imagoprobleem heeft, wordt de Europese hoornaar, die twee keer zo groot is, helemaal als een gevaarlijk monster afgeschilderd. Experts wijzen er echter op dat ook deze wespensoort niet agressief is en bovendien niet op zoetigheid uit is. De hevigste horrorverhalen zijn gereserveerd voor een hoornaar die iets kleiner is dan de Europese hoornaar: de geelpoothoornaar, voorheen Aziatische hoornaar genoemd, een invasieve exoot die zich over Europa aan het verspreiden is. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft een meldpunt ingesteld.

De geelpoothoornaar vangt namelijk grote hoeveelheden insecten, waaronder honingbijen, en is daarmee de schrik van imkers. Sjoert Fleurke van de Wespenstichting: ‘Er is veel desinformatie over deze soort en er moet nog veel onderzocht worden. Op basis daarvan moeten we beleid maken. Uitroeien is een illusie, het hoogst haalbare is de groei van de populatie afremmen.

Vaststaat dat het bestrijden van deze soort met gif een veel groter gevaar voor de biodiversiteit is dan de geelpoothoornaar zelf.’ Regina Oors vult aan: ‘Door de hetze tegen de geelpoothoornaars zijn veel andere insecten ook de klos. Er zijn voorbeelden op Waarneming.nl van doodgemepte Europese hoornaars, metselbijen, hommels, wespen, bijvliegen, stadsreuzen en wespvlinders. Je roept het publiek op om geelpoothoornaars dood te maken, maar dat kan vaak nog geen wesp van een vlieg onderscheiden. Daar maak ik me zorgen over.’

Meer leren over wespen, de hulp van een wespenconsulent nodig of interesse om wespenconsulent te worden?
Kijk op wespenstichting.nl

Tekst: Paul Q de Vries
Illustraties: Jasper de Ruiter

Mens & Natuur magazine

mens_en_natuur_magazinesDit artikel verscheen eerder in de zomer editie van Mens & Natuur magazine 2026. Wil je ook het Mens & Natuur Magazine ontvangen? Voor € 25 per jaar ben je al lid van IVN en ontvang je 4x per jaar ons magazine en kun je gratis of met korting deelnemen aan onze activiteiten, cursussen en workshops.

Ja, ik word lid

Ontdek meer over

Deel deze pagina