Natuureducatie via de maag
Voedselbosjes, moestuincoaches en een wetenschappelijk onderbouwde schooltuinaanpak: IVN probeert met voedseleducatie met name kinderen ‘voedselvaardig’ te maken. ‘De meest intieme en intense band die we hebben met natuur is toch via de mond.’
Veel kinderen weten niet waar voedsel vandaan komt en hoe het wordt geproduceerd, volgens Debby Boers, senior projectleider bij IVN en makelaar Jong Leren Eten in Zeeland. ‘Ze weten amper waar de melk vandaan komt en dat daar een kalfje mee gemoeid is. Hoe prei en ui eruit zien. Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 5 kinderen denkt dat aardappelen aan de boom groeien.’
Niet iedereen weet dat IVN zich ook bezighoudt met voedseleducatie: bewustwording van gezond eten en duurzame voedselproductie. Bijvoorbeeld in het Rijksprogramma Jong Leren Eten, dat kinderen en jongeren helpt om ‘voedselvaardig’ te worden. Debby: ‘We overleggen als makelaars met beleidsmakers, gemeenten en scholen om initiatieven rond voedseleducatie op te zetten voor met name de doelgroep van 0 tot 18 jaar.
Dat doen we met een heel netwerk van helpende handjes: bijvoorbeeld kooktrainers die met kinderen koken, voedseldeskundigen en klassenboeren die gastlessen verzorgen of scholieren op hun erf ontvangen.’
Volgens Debby zijn we ook wat voedselproductie betreft onze connectie met de natuur een beetje kwijt. Terwijl de twee nauw verbonden zijn. ‘Gezond voedsel vereist een gezonde natuur. Kinderen vinden het geweldig hier meer over te leren. Zelf groenten verbouwen, voor het eerst zelf voedsel snijden op de kookles. Het allermooist vind ik als ze thuis komen met de oogst uit een schooltuin en er over gaan vertellen. Dan is het zaadje geplant.’
Dropplant en colakruid
Het is niet verwonderlijk dat het Rijksprogramma Jong Leren Eten juist bij IVN aanklopte om makelaars te vinden. ‘We zijn van oudsher een natuureducatieorganisatie’, zegt Marieke Dekker, bij IVN projectleider en bekend als de ‘expert eetbaar groen’ en zelf Jong Leren Etenmakelaar in Noord-Brabant. ‘Bovendien zijn IVN’ers gewend zelf met hun handen in de aarde te zitten. Dat helpt als je kinderen wilt aanmoedigen om dat ook te gaan doen.’
Voedseleducatie en natuureducatie sluiten naadloos op elkaar aan, vertelt Marieke. ‘De meest intieme en intense band die we hebben met natuur is toch via de mond. Zelf zaaien, oogsten, bereiden – hoe dichtbij de natuur wil je het hebben? Bovendien is het voor kinderen de ultieme verwondering om zelf zaadjes in de aarde te stoppen en die te zien uitgroeien tot planten. En uiteindelijk tot een bosje, waar je ook nog van kunt eten.’
Naast Jong Leren Eten heeft IVN eigen projecten en initiatieven op het gebied van voedseleducatie. Zoals Voedselbosjes op schoolpleinen. Dat zijn groene lapjes van 30 vierkante meter groot, die geheel bestaan uit bomen, struiken en andere planten waar je van kunt eten. ‘Dat geldt voor elke laag in het bosje. Uit de bomen pluk je appels, kweeperen en amandelen. Op struikniveau moet je denken aan braam en kiwibes, en de absolute favorieten onder de kinderen: dropplant en colakruid. Als bodembedekker is bijvoorbeeld bosaardbei geschikt.’
Het Voedselbosje wordt geadopteerd en verzorgd door één van de schoolklassen, de zogenaamde Plantwachters, die uiteindelijk ook met recepten aan de slag gaan. Er is een Voedselboswachter, dat kan een ouder of docent zijn, die het Voedselbosje inpast in het curriculum zodat het in meerdere lessen terugkomt. Inmiddels zijn er al 199 Voedselbosjes op schoolpleinen van basisscholen aangelegd, en binnenkort wordt het initiatief verbreed tot scholen in het voortgezet onderwijs.
Eetbaar groen
Een ander initiatief rond voedseleducatie zijn de moestuincoaches. Marieke: ‘IVN is mede-ontwikkelaar van een opleiding tot moestuincoaches, die moestuinen op schoolpleinen of in schooltuinen onder hun hoede nemen. Vaak zijn dat vrijwilligers van IVN, omdat docenten in de regel niet de tijd hebben zich ook over de schoolmoestuin te ontfermen. Met de opleiding zorg je ervoor dat ze de expertise hebben en hun kennis overdragen aan opvolgers.’ Dan is er nog de IVN Schooltuinaanpak, die nu officieel voldoet aan de Modelinterventie Schooltuinieren. Dat betekent dat die geaccrediteerd is door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. ‘Zie het als een kwaliteitskenmerk voor schooltuinen voor programma’s waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze effectief en goed inzetbaar zijn. Ze verbeteren kennis van voedingsgewoonten en hebben effect op de gezondheid.’
De Schooltuinenaanpak van IVN voorziet ook in professionele begeleiding, een werkboek, materialenlijst en een lessenserie om de schooltuin te integreren in het onderwijs. Daarnaast streeft IVN er binnen het samenwerkingsverband Alliantie Schooltuinen naar om elk kind op de basisschool toegang te geven tot een schooltuin. ‘De missie is om elk basisschoolkind tenminste één seizoen het hele proces van zaaien, verzorgen, oogsten en proeven in de schooltuin mee te laten maken.’
| Moestuincoaches gezocht! Steeds meer scholen nemen moestuinen op in het lesprogramma, maar hebben niet altijd de tijd – of de groene vingers – om de moestuinen te onderhouden. IVN heeft een cursus ontwikkeld voor moestuincoaches die willen helpen in de moestuinen van basisscholen, kinderopvang, volkstuinen, buurttuinen, een boerenerf of bijvoorbeeld de tuin van een zorgcentrum. De training beslaat vier dagen en bestaat uit theorie en praktische opdrachten. Diverse specialisaties zijn mogelijk. De opleiding wordt verzorgd door IVN en Velt, de vereniging voor ecologisch leven, koken en tuinieren. Interesse? Meld je aan op ivn.nl/moestuincoach |
Eetgedrag sturen
Marieke Battjes-Fries, onderzoeker Voeding & Gezondheid bij het Louis Bolk Instituut, houdt zich bezig met de effectiviteit van voedseleducatie. Het instituut doet onafhankelijk onderzoek op het gebied van duurzame landbouw, voeding en gezondheid. ‘We houden allerlei programma’s van IVN en andere praktijkorganisaties tegen het licht, met bijvoorbeeld een voor- en nameting via vragenlijsten en interviews. Daarbij richt ik me vooral op inzetbaarheid van de programma’s in de praktijk en effecten ervan op voedselvaardigheden en eetgedrag.’
Eetgedrag gaat over waarom we eten zoals we eten en hoe je dat kunt sturen naar meer gezonde en duurzame keuzes. ‘Rondom eten spelen veel complexe factoren’, zegt Marieke Battjes. ‘Het heeft niet alleen maar te maken met vitaminen en voedingsstoffen die we nodig hebben. Het gaat om wat er beschikbaar is – in de sportkantine, of in de schappen op ooghoogte in de supermarkt. Om wat het traktatiebeleid van scholen is. En er zitten allerlei culturele en sociale dimensies aan.’
Neem het verjaardagsfeestje: ‘Mensen kunnen zich de hele tijd laten voorstaan op gezond eten, maar op een feestje komen toch de bitterballen tevoorschijn. Wat je dan kunt proberen met beleid en voorlichting is om die bitterbal op een feestje een vegetarische bitterbal te laten zijn.’ Het doel van voedseleducatie is om mensen, en met name jongeren, datgene te geven wat ze nodig hebben om tot een bewuste voedselkeuze te komen. ‘Het is slim om je op jongeren te richten, omdat op jonge leeftijd zich de routines vestigen die ons eetgedrag bepalen. Daarnaast is het ook praktisch: ze komen toch elke dag samen op school om dingen te leren, dus dan kunnen ze ook over voedseleducatie leren.’ Daarbij gaat het zowel om kennis als om vaardigheden. Wat is gezond voedsel en waar vind je dat, en hoe moet je dat bereiden en koken. ‘Want daar zit ook de klad in. We koken veel minder vaak dan vroeger. We zijn drukker, er is het gemak van de afhaalpizza, we kunnen vaker buiten de deur eten.’
Waardering voor voedsel
Wat zijn volgens Marieke van het Louis Bolk Instituut de beste aanbevelingen voor programma’s rond voedseleducatie? ‘Zorg niet alleen voor kennisoverdracht, maar ook voor ervaringsgericht leren: gewoon doen. Je leert meer door ervaren dan door aanhoren. Laat kinderen gewoon zelf aan de slag gaan in een moestuin. Dat is waar IVN overduidelijk een meerwaarde heeft.’ Daarnaast is het verstandig om met voedseleducatie aan te sluiten op bestaande kerndoelen in het onderwijs. ‘Docenten moeten al zoveel, dus ze willen er geen extra werk bij. Knoop voedseleducatie daarom vast aan lopende programma’s en bestaande leerthema’s. Ook zien we dat er al veel focus is op de basisscholen, maar er nog wel meer aandacht mag naar de BSO’s en het speciaal onderwijs.’ Marieke van het Louis Bolk Instituut vindt het een goede zaak dat organisaties zoals IVN voedseleducatie omarmen. ‘Er zitten zoveel duurzaamheidsaspecten aan onze voedselproductie. Waar komt de soja vandaan? Wat is de impact van vlees eten? Moet je platgespoten bananen uit Costa Rica hier in de schappen willen hebben?
Door voedseleducatie groeit de waardering voor wat we eten en voor de natuurlijke systemen die ons voedsel laten groeien. Het maakt duidelijk dat we niet boven de natuur staan, maar er middenin. Verstandige en duurzame voedselkeuzes zijn daarmee niet alleen goed voor onze eigen gezondheid, maar ook voor de gezondheid van de planeet.’
Meer weten over IVN Voedselbosjes? Lees hier meer
Tekst: Paul Q de Vries
Illustraties: Hanneke van Niekerk
Mens & Natuur magazine


